Huisgenoten des geloofs

Specificaties

Jaar van uitgifte 1995
Nur1 685
Nur2 704
Reeks naam Zeven Provincien Reeks
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 80
Reeks nummer 11
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Huisgenoten des geloofs

S. Groenveld | 9065501371
15,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Was de samenleving in de Republiek der Verenigde Nederlanden verzuild?.
 

 

Op 4 juni 1750 besloot het college van 'diakonen' van de doopsgezinde gemeente Bij het Lam te Amsterdam om de doopsgezinde koopman en bankier Thomas Hope in de kerk een zitplaats recht tegenover de kansel aan te bieden in de oud-kerkeraadsledenbank, hoewel hij nooit kerkeraadslid was geweest. Deze eer viel hem te beurt, omdat hij 'tot Representant van Zijne Hoogheid den Prins van Oranjen onzen Stadhouder, in de West-Indische Compagnie verkoren was.' Dit voorval is opmerkelijk. Ten eerste was het voor de stadhouder kennelijk geen enkel probleem om een dissenter te benoemen tot een van zijn beide vertegenwoordigers in de WIC. In de tweede plaats had Hope er van zijn kant blijkbaar ook geen moeite mee met zijn kerkelijke achtergrond een openbare positie te bekleden. En ten derde voelde de gemeente Bij het Lam zelfs een soort collectieve trots op haar 'Huisgenoot des geloofs'. In voorgaande eeuwen zouden deze drie partijen - overheid, individueel lidmaat en kerkelijke gemeente - veeleer een tegenovergesteld standpunt hebben ingenomen. Het geval Hope lijkt erop te wijzen, dat omstreeks 1750 symptomen van ontzuiling in de Zeven Provinciën waar te nemen zijn. Was de Nederlandse Republiek dan verzuild? Is het proces van verzuiling-verzuildheid-ontzuiling dan niet typisch negentiende-/twintigste-eeuws? Groenveld toont aan, dat de in het verzuilingsonderzoek gehanteerde definities inderdaad ook van toepassing zijn op de samenleving in de zestiende, zeventiende en achttiende eeuw. Tot 1650 was er sprake van verzuiling. Daarna volgde een eeuw van verzuildheid en zekere mate van verstarring binnen de confessioneel bepaalde groeperingen. De periode erna was er een van ontzuiling bij verlichte gereformeerden en protestantse dissenters.