Dit boek is nog niet verschenen. Wie het bestelt krijgt het direct na verschijnen (november 2026) toegezonden.
Amsterdam geldt vaak als dé vrijplaats voor andersdenkenden in de zeventiende eeuw. Maar Gouda ging al eerder een opmerkelijke eigen weg. Bijna een halve eeuw, van 1572 tot 1618, was Gouda en vrijplaats voor vrijgeesten en dwarsdenkers. Kort na de Opstand koos de stad Vrijheid van Consciëntie als leidend principe in politiek en religie. Dit boek laat zien hoe Gouda ruimte bood aan religieuze en politieke andersdenkenden en hoe bijzonder die keuze was. Het stadsbestuur weigerde de katholieke inquisitie in te ruilen voor geloofsdwang van een nieuwe gereformeerde religie. Het streven was erop gericht zoveel mogelijk Gouwenaars te (blijven) verenigen onder dat ene grote kerkelijke dak van de Sint-Janskerk. Dwang was daarbij uit den boze. Er werd principieel gekozen voor tolerantie, met de vrijheid van geweten als uitgangspunt. Dat gold ook voor boekdrukkers: in Gouda mochten zij alles drukken wat elders verboden was. De invloed van Erasmus en later van Coornhert lag aan deze eigenzinnige koers ten grondslag. De Goudse Vrijheid biedt daarmee een verrassend perspectief op de wortels van de Nederlandse tolerantie. Juist in een tijd waarin vrijheid van geweten, religieuze ruimte en de omgang met andersdenkenden opnieuw volop onderwerp van debat zijn, is deze geschiedenis actueel.
(Kerk)historicus Paul H.A.M. Abels (1956) slaagt erin, ondanks het verlies van belangrijke bronnen, een scherp beeld te schetsen van de opkomst, het functioneren en de teloorgang van de voor Nederland unieke politiek-religieuze ontwikkeling van Gouda.