Dit boek biedt een verrassend, eerlijk en soms lachwekkend zelfportret van een excentrieke jonkheer: theoloog, charmeur, pechvogel in de liefde en liefhebber van natuur en cultuur.
Het plaatst De Geer binnen de invloedrijke familie De Geer en schetst zijn jeugd in Jutphaas en Utrecht. We volgen hem van zijn klassieke opleiding in Hoorn en militaire benoeming tot zijn studie theologie in Utrecht, zijn predikantschap in Lienden en Vreeland en zijn hoogleraarschap aan het Rijksathenaeum in Franeker.