Was de eerste 'Rijdende Rechter' al actief in 1811?
Was de eerste 'Rijdende Rechter' al actief in 1811?

Was de eerste 'Rijdende Rechter' al actief in 1811?

Hoe rechtspraak al ruim tweehonderd jaar geleden dicht bij de burger werd gebracht

Lang voordat televisieprogramma's als ‘De Rijdende Rechter’ of experimenten met de nabijheidsrechter en mediation hun intrede deden, kende Nederland al een vorm van rechtspraak die opvallend dicht bij de burger stond.

In De Vrederechter van Goedereede beschrijft Harrie Scholtens aan de hand van 2.153 bewaard gebleven akten hoe het Vredegerecht in het kanton Goedereede tussen 1811 en 1838 functioneerde. Zijn onderzoek laat niet alleen zien hoe recht werd gesproken, maar schetst ook een levendig beeld van het dagelijks leven op Goeree-Overflakkee.

Opvallend genoeg blijken er verrassende parallellen te bestaan met de manier waarop we vandaag nadenken over laagdrempelige rechtspraak.

De vrederechter kwam na het horen van de betrokkenen in de zittingzaal geregeld de situatie ter plaatse opnemen en probeerde de partijen tot elkaar te brengen.

Een 'Rijdende Rechter avant la lettre'

Was de vrederechter van het begin van de negentiende eeuw eigenlijk een soort Rijdende Rechter? Volgens Scholtens kun je dat in bepaalde gevallen zeker zeggen. ‘Wat de conciliatie en civielrechtelijke aangelegenheden betreft zou je in voorkomende gevallen kunnen spreken van de “Rijdende Rechter avant la lettre”. Daarbij kwam de vrederechter na het horen van de betrokkenen in de zittingzaal geregeld de situatie ter plaatse opnemen en probeerde hij de partijen tot elkaar te brengen.’

Dat lukte in een aantal gevallen, maar toch ook geregeld niet. Dan werden de procedures voortgezet, al dan niet met een uitspraak van de vrederechter of later door de rechtbank van eerste aanleg.

Die manier van werken zat bewust in de opzet van de conciliatie. Om een rechtszaak voor de rechtbank van eerste aanleg te voorkomen, moest vaak eerst een schikkingspoging worden ondernomen ten overstaan van de vrederechter. Gebeurde dat niet, dan was de eis zelfs niet-ontvankelijk. ‘Dan speelde toch ook vaak de wil van de partijen een rol. Was het een verplichte stap of een daadwerkelijke poging eruit te komen?’

Waarom kwam er een Vredegerecht?

De instelling van het Vredegerecht Goedereede was een direct gevolg van de inlijving van Nederland bij het Franse Keizerrijk in 1810. Daarbij werd de Franse indeling van de rechterlijke macht overgenomen.

Tijdens de Bataafse Republiek waren al stappen gezet in de richting van de invoering van de Trias Politica. Bij de inlijving kwam het tot een daadwerkelijke scheiding der machten in wetgevende macht, uitvoerende macht en een onafhankelijke rechterlijke macht. Die rechterlijke macht werd vervolgens opgedeeld in een trapsgewijs systeem van lagere rechtspraak, met de vrederechter als eerste instantie, gevolgd door de rechtbank van eerste aanleg en de mogelijkheid van hoger beroep en cassatie.

De vrederechter was van oorsprong een lekenrechter. ‘Voor en tijdens de revolutie werd door filosofen, onder wie Voltaire, aangedrongen op de aanstelling van een onafhankelijke rechter uit het volk en dicht bij het volk, die begreep waar de noden over gingen en op die wijze een afgewogen beslissing kon nemen.’

Dat was een reactie op het oude systeem waarin de rechtspraak werd beheerst door de machthebbende regenten. In Frankrijk leidde dat tot de instelling van de ‘Juge du Paix’ en in Nederland tot de vrederechter. Tegen de tijd dat het systeem in 1811 in Nederland werd ingevoerd, was de oorspronkelijke lekenrechter in burgerkleding overigens al geëvolueerd tot een lekenrechter in toga.

Ambtskostuum Juge de Paix in Frankrijk 1796.. Afbeelding: persoonlijke collectie Harrie Scholtens.

Een rechter die veel onderweg was

De eerste vrederechter van Goedereede was Cornelis Anemaet, afkomstig uit Ooltgensplaat/Oude-Tonge. Hij vervulde de functie echter slechts enkele maanden. ‘Een van de redenen daarvan zal ongetwijfeld zijn geweest dat zijn woonplaats ver gelegen was van de hoofdplaats van het kanton Goedereede.’

De vrederechter werd namelijk geacht op vaste tijden aanwezig te zijn op het Vredegerecht, vooral voor inwoners die een vrijwillige conciliatie zochten. ‘Hij zal ongetwijfeld veel heen en weer zijn gereden in zijn koets of te paard. Dat moet een belasting zijn geweest.’

Vrij snel nam David Goekoop de taak over. Hij woonde in Goedereede en kon zich gemakkelijker melden op het gemeentehuis, waar op de bovenverdieping een ruimte was ingericht als rechtszaal en griffie.

Scholtens stuitte tijdens zijn onderzoek zelfs op een bijzonder document. Op de omslag van zijn boek staat een fragment uit een audiëntieblad waarop vermeld staat dat de griffier op 1 mei 1812 de deuren van het vredebureau had geopend. ‘Met daarbij de opmerking dat "voor het vredebureau niets is gepasseerd". Dat was dus een dag afwachten voor niets. Ook dat was de tijdsbesteding van een vrederechter.’

Gemeentehuis Goedereede. © Harrie Scholtens.

De eerste zaak en de dagelijkse praktijk

De allereerste zaak die het Vredegerecht behandelde, was symbolisch genoeg een verzegeling van een nalatenschap. ‘Dat was symbolisch omdat uit het onderzoek naar voren kwam dat de extrajudiciële taken qua omvang het meest zijn geweest. Ironisch genoeg dus niet de taken waarvoor het systeem vrederechter in het leven is geroepen.’

Het betrof bovendien de nalatenschap van Jan Emaus, de schoonvader van de plaatsvervangend vrederechter Cornelis Kievit. ‘Met de griffier David Goekoop was het dus proefdraaien binnen de eigen kennissenkring.’

Wanneer Scholtens naar de civielrechtelijke zaken kijkt, ziet hij een herkenbaar patroon. ‘Dat zijn over het algemeen arbeidsconflicten, geschillen over levering van goederen en diensten – artsen vooral – en geschillen over eigendom van onroerende zaken en het gebruik daarvan.’

Juist die laatste categorie laat vaak het ‘Rijdende Rechter’-systeem zien: het ter plaatse opnemen van de situatie en vervolgens een oordeel vellen.

Ook schulden speelden een grote rol, vooral bij de conciliatiezaken. ‘In dat laatste geval kwam het toch wel heel vaak tot een constatering dat de gedaagde de schuld erkende maar gewoon niet in staat was de schuld te voldoen. Wat heb je dan nog aan conciliatie, heb ik mij vaak moeten afvragen.’

Het beeld dat uit de 2.153 akten die ik las naar voren komt, is met name de grote klasseverschillen.

Een spiegel van de samenleving

Voor zijn onderzoek las Scholtens alle 2.153 akten uit de onderzochte periode. Volgens hem leveren die een bijzonder beeld van de samenleving op. ‘Het beeld wat eruit naar voren komt is met name de grote klasseverschillen.’

Bij verzegelingen werd vaak de complete inboedel beschreven. Bij meer vermogende overledenen kon dat pagina's vol met omschrijvingen opleveren. Bij arme inwoners of gastarbeiders beperkte het zich soms tot de verzegeling van een kist met wat kleding en persoonlijke eigendommen.

Ook de positie van vrouwen springt in het oog. ‘Bij rechtszaken, conciliaties en extra-judiciële zaken waarbij vrouwen of echtgenotes betrokken waren, stond steevast dat zij vertegenwoordigd werden door hun echtgenoot.’

Dat sloot aan bij de bepalingen uit de Code Napoléon, die tijdens de Franse tijd integraal werd ingevoerd. Daarin stond onder meer dat man en vrouw verplicht waren samen te wonen, dat de man verplicht was zijn vrouw te onderhouden, maar dat de vrouw gehoorzaamheid aan hem verschuldigd was en hem moest volgen waar hij dat dienstig achtte. ‘Het is verleidelijk van onze huidige situatie uit te gaan, maar het was in die tijd zo anders. Het was tijdens de Franse bezetting en tot geruime tijd daarna een verarmde samenleving. Dat kwam in de aktes wel degelijk tot uiting.’

Verrassende vondsten in de archieven

Niet alleen de grote lijnen vielen Scholtens op. Ook tal van kleine verhalen maakten indruk. ‘Het meer intrigerende is toch wel het beeld van de grote verschillen in die tijd. Rijk en arm, man en vrouw. Ik heb mij wel eens afgevraagd: je zou toch maar letterlijk een arme vrouw zijn geweest in die tijd.’

Leuk om kennis van te nemen waren ook de strafzaken. ‘Daarin speelden de verschillen eveneens een rol. Bij overlast was toch vaak drank in het spel. Losse zedelijke verhoudingen. De gebeurtenissen werden vaak beeldend omschreven.’

Daarnaast viel hem de snelheid van de rechtspraak op. ‘Tussen dagvaarding en zitting zaten vaak een paar dagen.’

Een glimlach kreeg hij bij een akte waarin Lijntje Goekoop uit Goedereede met getuigen verklaarde dat zij na haar huwelijk met dominee Gavel voortaan als Leonora Goekoop door het leven wilde gaan.

De Goereese vrederechter toont duidelijke overeenkomsten met de huidige mediation, buurtrechter en nabijheidsrechter. Het ideaalbeeld van het in overleg oplossen van conflicten. Het voorkomen van lange rechtszaken. En dat door een rechter die voortkomt uit de directe omgeving.

Van vrederechter naar nabijheidsrechter

In 1838 verdween het Vredegerecht. Na de val van Napoleon werkte Nederland aan een eigen rechtssysteem, weliswaar gebaseerd op de Franse codificatie, maar met eigen accenten. ‘De vrederechter is kantonrechter geworden. Een benoemde rechter met een juridische opleiding. Een specialist dus, terwijl de oorsprong van de vrederechter was een rechtsprekend persoon uit de maatschappij.’

Toch ziet Scholtens duidelijke overeenkomsten met de huidige mediation, buurtrechter en nabijheidsrechter. ‘Het ideaalbeeld van het in overleg oplossen van conflicten. Het voorkomen van lange rechtszaken. En dat door een rechter die voortkomt uit de directe omgeving.’

Tegelijkertijd plaatst hij ook een kanttekening. ‘De praktijk rond de vrederechter heeft toch wel uitgewezen dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie.’

Volgens hem ligt altijd het gevaar op de loer dat mensen vooral hopen dat het conflict naar hun zin wordt opgelost. ‘Dat het dichtbij geregeld wordt is best wel een goede zaak, maar rechtbanken in de buurt kosten veel. De kantongerechten zijn niet voor niets verdwenen. Wil je hier iets bereiken, dan zal er geld ter beschikking moeten komen.’

Veertig jaar onderzoek

Het onderzoek voor dit boek begon al rond 1985-1986, toen Scholtens voor zijn avondopleiding rechten aan de Erasmus Universiteit Rotterdam de eerste akten in het Nationaal Archief bestudeerde. Zijn scriptie vormde het begin van een veel groter project. Werkzaamheden als gemeentesecretaris van Goedereede en later Middelharnis zorgden ervoor dat het onderzoek jarenlang stil kwam te liggen. Pas na zijn pensionering in 2019 kon hij het weer oppakken.

Hij las alle 2.153 akten, werkte ze systematisch uit en stelde die uitwerkingen beschikbaar aan de genealogische vereniging Het Feijne Kwartier. Daarnaast liet hij een groot deel van het archief digitaliseren, zodat het materiaal ook voor toekomstig onderzoek behouden blijft.

Het resultaat is De Vrederechter van Goedereede: een boek dat niet alleen de geschiedenis van een vrijwel vergeten instituut beschrijft, maar ook laat zien hoe verrassend actueel de gedachte achter de vrederechter nog altijd is. Rechtspraak dicht bij de burger blijkt geen moderne uitvinding, maar een ideaal dat ruim tweehonderd jaar geleden al werd nagestreefd.

Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg