Wat wisten Nederlanders in de zestiende en zeventiende eeuw over Curaçao?
Wat wisten Nederlanders in de zestiende en zeventiende eeuw over Curaçao?

Wat wisten Nederlanders in de zestiende en zeventiende eeuw over Curaçao?

In zijn boek ‘Schepen, puike tabak en tragiek’ onderzoekt historicus Joop W. Koopmans hoe Nederlanders tussen 1634 en 1795 via kranten en advertenties kennismaakten met Curaçao. Dat levert niet alleen een verrassend inkijkje op in de vroegmoderne journalistiek, maar laat ook zien hoe media al eeuwenlang ons beeld van verre gebieden vormgeven. Wat lazen Nederlanders eigenlijk over Curaçao? En wat juist niet?

Het idee voor Schepen, puike tabak en tragiek ontstond nadat Joop een proefschrift las over het Atlantische nieuws in de Nederlandse pers van de zeventiende en achttiende eeuw. Daarin werd Curaçao slechts mondjesmaat genoemd.

‘Dat vond ik niet onlogisch, want dit eiland is slechts een speldenprik op de kaart van het hele Atlantische gebied. Maar wel vermoedde ik dat Curaçao pershistorisch gezien beter uitgezocht zou kunnen worden.’

Een bezoek aan Curaçao in november 2023 gaf het laatste zetje.

Wat konden Nederlanders over Curaçao te weten komen door kranten te lezen, en welk beeld van het eiland ontwikkelden zij daardoor?

Via Delpher verzamelde de auteur alle berichten en advertenties waarin Curaçao voorkomt. Hij bracht deze onder in verschillende nieuwscategorieën, zoals scheeps- en oorlogsnieuws, politiek en bestuurlijk nieuws. Tijdens het hele onderzoek stond één vraag centraal: wat konden Nederlanders over Curaçao te weten komen door kranten te lezen, en welk beeld van het eiland ontwikkelden zij daardoor?

Dé historische sensatie van het onderzoek

Tijdens het onderzoek deed Joop een verrassende ontdekking, die hij ‘dé historische sensatie van dit onderzoek’ noemt.

We weten maar weinig over de mensen die in de zeventiende en achttiende eeuw daadwerkelijk kranten lazen. Daardoor kunnen historici alleen vermoeden wie belangstelling had voor nieuws over Curaçao. Maar tijdens de zoektocht naar illustraties voor het boek kwam onverwacht een concrete lezer in beeld.

‘Ik werd toen geattendeerd op een kleurrijke waterverftekening van Gesina ter Borch. Op deze aquarel beeldde zij frontaal haar nichtje Hillegonda Louise Schellinger af, met op de achtergrond een fantasievoorstelling van de haven van Willemstad, Curaçao.’

Hillegonda is geboren op het eiland in 1674, als dochter van Gesina’s jongere zus Jenneken ter Borch en de Amsterdamse koopman Sijbrant Schellinger.

Toen Joop zich verder verdiepte in de aquarel, bleek deze ingeplakt te zijn in een album waarin Gesina ter Borch ook een exemplaar van de Oprechte Haerlemse Courant van 25 februari 1679 had opgenomen. In die krant stond een bericht over de benoeming van haar zwager Sijbrant Schellinger tot commandeur van enkele eilandjes ten oosten van Curaçao en Bonaire.

‘Zo kwam ik voor het eerst een tijdgenoot tegen die – net als ik enkele eeuwen later – geïnteresseerd was in nieuws over Curaçao.’

Fantasievoorstelling met Hillegonda Louise Schellinger (1674-1750) bij de haven van Willemstad, Curaçao
Fantasievoorstelling met Hillegonda Louise Schellinger (1674-1750) bij de haven van
Willemstad, Curaçao. Waterverftekening vervaardigd door haar tante Gesina ter Borch (1631-
1690) in 1680, op een blad van 24,3 cm x 36 cm. Rijksmuseum, Amsterdam, BI-1887-1463-92,
id.rijksmuseum.nl/200513393.

Een eiland van schepen, handel en oorlog

Wie in de zeventiende of achttiende eeuw uitsluitend de krant las, kreeg volgens de auteur een zeer beperkt beeld van Curaçao.

‘De beelden die Nederlanders toen op basis van het krantennieuws gevormd hebben, zullen hopeloos eenzijdig en in hoge mate gefragmenteerd zijn geweest.’

Dat is niet zo vreemd. Het meeste nieuws waarin het eiland wordt genoemd betreft namelijk informatie over de scheepvaart tussen Nederland en Curaçao en gaat amper over het eiland en zijn bevolking zelf. Schepen die vertrokken, arriveerden of onderweg werden gekaapt vormden het grootste deel van het nieuws.

Pas wanneer zich bijzondere gebeurtenissen voordeden, verscheen er iets meer informatie over het eiland zelf. Oorlogen tussen Europese koloniale mogendheden in het Caribisch gebied, wederzijdse kapingen en piraterij brachten Curaçao regelmatig in het nieuws. Daardoor kregen lezers af en toe iets mee over de verdediging van het eiland en de mensen die daarbij betrokken waren.

Ook de ladingen van gekaapte of teruggekeerde schepen gaven indirect informatie over Curaçao. Zo kregen krantenlezers enig idee van wat het eiland en zijn omgeving economisch te bieden hadden. Daarnaast verschenen gouverneurs soms in de krant vanwege genomen maatregelen, georganiseerde feestelijkheden, ziekte, vertrek of overlijden.

Het nieuws was te beperkt om een waarheidsgetrouw beeld te kunnen ontwikkelen van wat zich op het eiland afspeelde.

‘Al met al was het nieuws te beperkt om een waarheidsgetrouw beeld te kunnen ontwikkelen van wat zich op het eiland afspeelde.’

Nieuws zag er vroeger heel anders uit

Wie verwacht dat nieuws met een grote nieuws- en actualiteitswaarde ook toen de voorpagina haalde, komt bedrogen uit.

De vroegmoderne krant werkte heel anders dan de krant van nu. De meeste Nederlandse kranten telden slechts twee pagina's. Op de voorzijde begon men met nieuws uit verre landen als Turkije, Italië en Spanje. Pas aan het einde volgde het nieuws dat in Nederland zelf was opgevangen.

Nieuws in de krant werd niet geordend op basis van actualiteit of nieuwswaarde, maar gepubliceerd op staatkundig-chronologische volgorde.

Er was dus geen ordening op basis van actualiteit of nieuwswaarde, maar een staatkundig-chronologische volgorde. Het meeste nieuws over Curaçao bereikte Nederland bovendien pas wanneer bemanningen terugkeerden van het eiland. Daarom verschenen deze berichten meestal onder de kop Nederlanden.

Toch waren er gebeurtenissen die ook vandaag de voorpagina zouden hebben gehaald. ‘Bijvoorbeeld een zeeslag bij Curaçao of een kaping van een schip. Maar ook zonder meer de ontploffing in 1778 van het oorlogsschip Alphen in de haven van Willemstad, waarbij ruim 200 slachtoffers te betreuren waren.’

Het echte leven bleef grotendeels verborgen

De werkelijkheid van het leven is in de vroegmoderne kranten amper aan de orde.

Er werd amper geschreven over wat het Curaçaose bewind uitvoerde. Ook voor het dagelijkse leven van de mensen op het eiland en voor wat zich allemaal op de plantages afspeelde, is in de kranten geen aandacht, afgezien van een enkele uitzondering.

‘Zo sijpelden soms berichten over grote droogte of ziekten door. In de advertenties worden wel namen en bezigheden van inwoners genoemd, maar dit betreft alleen de bestuurlijke en economische toplaag.’

Afrikanen als handelswaar

Daarnaast komen slaafgemaakten en slavernij in de kranten veel minder voor dan je misschien zou verwachten.

In het scheepsnieuws worden soms schepen genoemd die Afrikanen naar Curaçao vervoerden. ‘Deze mensen werden triest genoeg gezien als handelswaar die de koersen van de aandelen van de West-Indische Compagnie beïnvloedde.’

Verder verschijnt slavernij vooral wanneer opstanden van slaafgemaakten het nieuws halen.

Ik durf wel te stellen dat elke vroegmoderne krantenlezer iets over slaafgemaakten en slavernij gelezen kan hebben.

Hoewel het aantal berichten beperkt is, trekt de auteur wel een belangrijke conclusie: ‘Ik durf wel te stellen dat elke vroegmoderne krantenlezer er iets over gelezen kan hebben.’

Opvallende advertenties

Niet alleen nieuwsberichten, maar ook advertenties bleken een rijke bron van informatie.

‘Een advertentie van de West-Indische Compagnie die een aantal keren is geplaatst in de kranten van november en december 1716, vond ik opvallend. Deze compagnie gaf toen aan een half jaar later alle plantages op Curaçao voor de tijd van zes à zeven jaar te zullen verhuren of verpachten, met uitzondering van het huis op de plantage Hato en enige grond daaromheen – op Hato is nu het vliegveld van het eiland gesitueerd. Ik was benieuwd naar de reden van deze uitzondering en ontdekte dat dit huis het buitenverblijf van de gouverneur was. Het stuk grond zal ongetwijfeld de tuin rond dit verblijf zijn geweest. Insiders zullen deze uitzondering meteen begrepen hebben, maar als historicus moet je dan de juiste informatie over de lokale omstandigheden weten op te sporen.’

Een andere advertentie die zijn aandacht trok, betrof de werving van een molenaar voor de enige graanmolen op Curaçao in mei 1751.

‘Bij deze advertentie wilde ik graag weten of die wat had opgeleverd, en dat lijkt het geval te zijn geweest. In de gedigitaliseerde notariële archieven van Amsterdam vond ik een contract met een molenaarsknecht die tekende voor de periode van drie jaar bij de bewuste molen.’

Of hij uiteindelijk ook daadwerkelijk op Curaçao heeft gewerkt, blijft onbekend.

‘Eigenlijk had ik bij veel meer advertenties wel diepgaander onderzoek willen doen. Maar in veel gevallen zou het gegaan zijn om het zoeken naar de bekende speld in de hooiberg en bovendien lagen dit soort vragen buiten het hoofddoel van mijn onderzoek.’

Van zeventiende-eeuwse kranten naar sociale media

Het onderzoek laat volgens de auteur vooral zien hoe sterk media ons beeld van verre gebieden bepalen.

Mensen in de zeventiende en achttiende eeuw moesten het doen met schaarse berichten. Daardoor ontstonden gemakkelijk onvolledige of zelfs onjuiste voorstellingen van verre gebieden.

Alleen wie reizigers kende of reisbeschrijvingen las, kon een completer beeld vormen.

Zelfs Gesina ter Borch, die duidelijk over veel informatie beschikte, schilderde op haar aquarel van Willemstad enkele olifanten op de achtergrond. ‘Dit terwijl deze dieren geen inheemse diersoort van Curaçao zijn. Ze kan er natuurlijk mee hebben willen aangeven dat de zwarte mannen die op dezelfde aquarel staan, uit Afrika afkomstig waren, maar eerlijk gezegd is dit redelijk ver gezocht.’

Tegenwoordig beschikken we dankzij televisie, internet en sociale media over veel meer informatie dan vroeger. Toch zijn stereotype beelden volgens de auteur nog altijd springlevend, vooral over gebieden die weinig aandacht krijgen in het nieuws.

Waarom dit onderzoek juist nu belangrijk is

Het koloniale verleden van Nederland is nog altijd heel zichtbaar en werkt dagelijks door in de huidige samenleving.

Er wonen in Nederland vele nazaten van Nederlanders die op Curaçao hebben gewoond, van Afrikanen die onvrijwillig naar het eiland zijn vervoerd en van andere bevolkingsgroepen, zoals de joodse gemeenschap die een belangrijke rol speelde in de handel.

Dit pershistorische onderzoek werkt verbredend ten aanzien van de kennis over het Nederlandse koloniale verleden.

Toch is de kennis over dat verleden nog altijd beperkt. ‘Dit pershistorische onderzoek werkt met andere woorden verbredend ten aanzien van de kennis over het Nederlandse koloniale verleden.’

Daarnaast is er nog een heel praktische reden waarom dit onderzoek juist nu kon worden uitgevoerd. Dankzij de digitalisering van Nederlandse kranten is het mogelijk geworden om duizenden berichten systematisch te doorzoeken. Vóór die digitalisering zou een dergelijk onderzoek simpelweg te tijdrovend zijn geweest.

Met Schepen, puike tabak en tragiek laat de auteur zien dat oude kranten onthullen hoe Nederlanders eeuwen geleden naar de wereld keken, welke informatie hen bereikte en hoe media al vroeg een beslissende rol speelden in de beeldvorming van een kolonie als Curaçao. Daarmee biedt het boek niet alleen inzicht in de kijk op Curaçao in die tijd, maar ook op de geschiedenis van de Nederlandse journalistiek én op de manier waarop wij vandaag de dag nog steeds onze beelden van de wereld vormen.
Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg