Hoe beweegt een politieke partij zich tussen het gevestigde conservatisme en de aantrekkingskracht van radicaal-rechtse ideeën? In de jaren dertig probeerde het Verbond voor Nationaal Herstel (VNH) die positie in te nemen. Hoewel de partij destijds een serieuze speler was op de rechterflank van de Nederlandse politiek, is zij grotendeels uit het collectieve geheugen verdwenen. Meine Henk Klijnsma brengt het VNH opnieuw tot leven en laat zien dat de geschiedenis van deze vergeten partij stof biedt voor reflectie op de democratie van nu.
Een vergeten politieke partij uit de jaren dertig
Met Deftig rechts in het gedrang verschijnt de eerste monografie over een partij die in de jaren dertig na de NSB de grootste speler op de rechterflank was. Dat zo'n studie nog niet bestond, verbaasde Meine Henk al lange tijd. ‘Ik vond dat een gemis, omdat het VNH na de NSB de grootste partij op de rechterflank in de jaren dertig was.’
Juist de bijzondere positie van het VNH maakte de partij interessant. Ze probeerde een middenweg te vinden tussen het radicaal-rechtse gedachtegoed van de NSB en de gevestigde conservatieve partijen, zoals de CHU en de Vrijheidsbond. ‘Daarmee lijkt het VNH een beetje op eigentijdse partijen als JA21 en BBB.’
Hoewel hij nadrukkelijk aangeeft dat historische vergelijkingen altijd voorzichtig gemaakt moeten worden, laat hij zien dat de spanning tussen gematigd conservatisme en radicalisering een terugkerend verschijnsel is.
Op zoek naar een verloren geschiedenis
Het schrijven van het boek vergde ruim anderhalf jaar. Het onderzoek zelf duurde ongeveer een half jaar, terwijl het manuscript in iets meer dan een jaar werd geschreven.
Het grootste obstakel was dat het partijarchief van het VNH verloren is gegaan. Daardoor moest Meine Henk zijn verhaal reconstrueren aan de hand van uiteenlopende bronnen. ‘Gelukkig waren er enkele persoonsarchieven met veel relevante informatie.’
Een belangrijke vondst was het archief van Pierre Eschauzier, lange tijd tweede secretaris van het VNH. Dat archief werd recent ondergebracht bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen (DNPP) van de Rijksuniversiteit Groningen. ‘Mijn goede vriend en jaargenoot Gerrit Voerman (toen nog directeur van het DNPP) attendeerde mij daarop.’
Daarnaast maakte hij gebruik van het partijblad van Nationaal Herstel, historische dagbladen via Delpher, de Handelingen van de Tweede Kamer en een groot aantal secundaire publicaties.
Opvallend was de prominente aanwezigheid van adel, patriciaat en mannen met een militaire of koloniale achtergrond.
Wie vormden het Verbond voor Nationaal Herstel?
Het kader van het VNH bestond vooral uit mensen afkomstig uit de conservatieve vleugels van de CHU en de Vrijheidsbond. Opvallend was de prominente aanwezigheid van adel, patriciaat en mannen met een militaire of koloniale achtergrond.
‘Enkele namen: de stille kracht op de achtergrond Van Gybland Oosterhoff, afkomstig uit de CHU en met een intrigerend privéleven, en het dandyachtige Kamerlid van de partij Westerman, afkomstig uit de Vrijheidsbond, maar behorend tot de fascistische vleugel van het VNH. Verder: de hoogbejaarde generaal Snijders, oud-opperbevelhebber tijdens de Eerste Wereldoorlog, uiterst-conservatief en pro-Duits, maar geen nazi. En nog een topmilitair: jhr. Willem Röell, de oprichter van de conservatieve illegale groep de Ordedienst, een echte verzetsheld.’
Deze uiteenlopende persoonlijkheden illustreren hoe breed het politieke spectrum binnen het VNH was.
Het fraai vormgegeven affiche van het VNH voor de Kamerverkiezingen van 1933.
De moeilijke positie tussen conservatisme en radicalisering
De rode draad van het boek is hoe het VNH probeerde te opereren tussen de gevestigde politieke partijen en de NSB. ‘Deze vraag vormt een belangrijk deel van de probleemstelling van het boek en is de rode draad van mijn verhaal.’
Dat bleek geen eenvoudige opgave: het lukte maar matig en gaande de jaren dertig steeds minder. ‘De geschiedenis van het VNH laat zien dat het lastig is voor partijen om een tussenpositie in te nemen tussen enerzijds radicaal-rechts (in de jaren dertig de NSB) en anderzijds de reguliere conservatieve groeperingen, met name de CHU en de Vrijheidsbond. Dat had alles te maken met de steeds extremere standpunten van het toenmalige radicaal-rechts, onder meer op het vlak van antisemitisme, maar ook met het steeds groter wordende Duitse gevaar, waarbij de NSB niet als een betrouwbare partij werd gezien. De gevestigde democratische partijen speelden hier effectief op in door de nationale kaart te spelen. De conservatieve ARP schoof Colijn met succes naar voren als sterke man.’
Hoewel het VNH in 1933 en 1935 nog verkiezingssuccessen boekte, verdween de partij enkele jaren later vrijwel volledig uit beeld. Volgens de auteur verloor de economische crisis na de devaluatie van de gulden in 1936 langzaam haar scherpste kanten, terwijl de NSB verder radicaliseerde en de dreiging vanuit nazi-Duitsland toenam. ‘De marges voor een tussenpartij als het VNH werden daardoor steeds smaller; men moest partij kiezen.’
Het verschil tussen de achterban van VNH en de aanhang van de hedendaagse radicaal-rechtse partijen kan worden aangeduid als het onderscheid tussen ‘deftig rechts’ en ‘heftig rechts’.
Waarom sprak het VNH juist conservatieve elites aan?
Waar hedendaagse radicaal-rechtse partijen vaak steun vinden onder ‘verliezers van de moderne tijd’, lag dat bij het VNH anders.
De aanhang bestond grotendeels uit welgestelde conservatief-protestantse burgers. Volgens Meine Henk speelde daarbij een combinatie van factoren een rol. ‘Omdat men in die kringen de parlementaire democratie nooit helemaal had geaccepteerd, beducht was voor alles wat links was en bevreesd was voor het verlies van “ons Indië”.’
Welgestelde hoger opgeleiden stemden bij de laatste verkiezingen vooral op D66 en ook wel op GL-PvdA. In het boek omschrijft hij dat verschil treffend als het onderscheid tussen ‘deftig rechts’ en ‘heftig rechts’.
De Groot Haesebroekseweg (‘een lommerrijke laan’) in de deftige Wassenaarse villawijk De Kievit, waar het VNH bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1933 meer dan 10% van de stemmen vergaarde.
Verrassende ontdekkingen tijdens het onderzoek
Tijdens het onderzoek stuitte de auteur op verschillende zaken die hem verrasten.
Allereerst viel hem op hoe streng de overheid en andere politieke partijen in de jaren dertig optraden tegen uiterst rechts. ‘Het cordon sanitaire tegen uiterst rechts werd strikt gehandhaafd. Ook was er sprake van een scherp repressief overheidsbeleid, waaronder een ambtenarenverbod.’
Daarnaast verraste de relatief grote aanhang van het VNH onder adel en patriciaat.
Ten slotte noemt hij het ongelofelijke geklungel rond de kandidatenlijst voor de verkiezingen van 1933, waardoor de partij al van meet af aan zwakker was dan zij had kunnen zijn.
De NSB werd afgeschilderd als een potentieel landverraderlijke partij; dat gebeurt heden ten dage niet met partijen die onvoldoende afstand nemen van Poetin.
Welke verschillen en overeenkomsten zien we met de huidige tijd?
Volgens Meine Henk is het trekken van vergelijkingen met het hedendaagse politieke discours per definitie een hachelijke zaak. Toch springen een paar dingen in het oog.
In de eerste plaats werd er in de jaren ’30 een streng cordon sanitaire gehandhaafd, ook ten aanzien van partijen in de schemerzone als het VNH. ‘Dat is vandaag de dag wel anders bij met name de VVD.’
Verder werd door de democratische partijen de nationale kaart gespeeld. ‘De NSB werd afgeschilderd als een potentieel landverraderlijke partij; dat gebeurt heden ten dage niet met partijen die onvoldoende afstand nemen van Poetin. O ja, en waar blijft een ambtenarenverbod en waar is de Colijn van deze tijd?’
Wat overigens een opmerkelijke overeenkomst is, is dat D66 in de laatste verkiezingscampagne de nationale driekleur ging gebruiken en zo de nationale vlag probeerde terug te pakken van extreem-rechts.
Een nieuwe blik op een vergeten hoofdstuk uit de Nederlandse politieke geschiedenis
Met Deftig rechts in het gedrang brengt Meine Henk Klijnsma een vrijwel vergeten politieke partij opnieuw onder de aandacht. Door zorgvuldig archiefonderzoek en een scherpe analyse laat hij zien hoe het VNH laveerde tussen conservatisme, autoritaire verleiding en democratische grenzen. Daarmee biedt het boek niet alleen een waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving van de jaren dertig, maar ook nieuwe inzichten in de manier waarop democratieën omgaan met politieke radicalisering. Juist daarom is deze studie relevant voor iedereen die de Nederlandse politieke geschiedenis én de actualiteit beter wil begrijpen.