Deze grondige studie gaat over de mannen die eeuwenlang voorop gingen in Neerlands strijd tegen het water: de dijkenbouwers, inpolderaars, kanalengravers – de polderjongens.
Het beschrijft ontstaan en ontwikkeling van het polderwerk van de middeleeuwen tot de negentiende eeuw, de leef- en werkomstandigheden van de polderwerkers, de redenen voor hun verzet. Centraal staan de gravers van het Noordzeekanaal, hun stakingen en de uiteindelijke teloorgang van deze beroepsgroep.