Minister van Staat: een eretitel met een plusje
Minister van Staat: een eretitel met een plusje

Minister van Staat: een eretitel met een plusje

Ons land kreeg in juli 2026 drie nieuwe Ministers van Staat: Thom de Graaf, Johan Remkes en Frans Timmermans. Wat is een Minister van Staat eigenlijk? En wat doet iemand met deze bijzondere titel? Hoe komt iemand ervoor in aanmerking? Op basis van mijn onderzoek naar het ministerschap van Staat zet ik de belangrijkste vragen en inzichten op een rij.

In mijn proefschrift Ministers van Staat onderzoek ik de geschiedenis en betekenis van het ministerschap van Staat en kijk ik ook naar diverse andere landen. Omdat de benoeming schaars en uitzonderlijk van aard is, is er bij het grote publiek weinig bekend over deze bijzondere ‘figuur’ binnen ons staatsbestel.

Wat is een Minister van Staat?

Een Minister van Staat is geen ‘gewone’, reguliere minister en maakt dus ook geen deel uit van het kabinet. Het is een eretitel die (vrijwel) aan het einde van een carrière of werkzaam leven aan een oud-minister of hoge ambtsdrager kan worden toegekend.

Het bijzondere is dat het ministerschap van Staat nergens formeel is vastgelegd. De Minister van Staat maakt daarmee deel uit van wat wel het ongeschreven staatsrecht wordt genoemd. Het ministerschap van Staat heeft vooral een ceremoniële betekenis. Soms kan een Minister van Staat door de regering ook om advies worden gevraagd, bijvoorbeeld bij een politiek-gevoelige kwestie.

Hoewel het geen ‘echte’ minister is, neemt dat niet weg dat het ministerschap van Staat wel degelijk nuttig kan zijn binnen ons staatsbestel. Juist de combinatie van ervaring, senioriteit en afstand tot de dagelijkse politiek kan van waarde zijn.

Er zijn geen vaste criteria om Minister van Staat te worden. Er bestaan geen schriftelijke vereisten en er is ook geen profielschets.

Hoe word je Minister van Staat?

Er zijn geen vaste criteria om Minister van Staat te worden. Er bestaan geen schriftelijke vereisten en er is ook geen profielschets. Je kunt er dus niet voor solliciteren.

Dat heeft alles te maken met het ongeschreven karakter van het ministerschap van Staat. Toch zijn er in de praktijk wel bepaalde patronen te herkennen. Iemand moet zonder meer een zekere senioriteit hebben in het politieke en/of ambtelijke ‘leven’. Daarnaast moet iemand gezag hebben en dat gezag ook uitstralen. Ook moet iemand van onbesproken gedrag zijn.

Daarnaast moet je een carrière of loopbaan in ‘het Haagse’ achter de rug hebben. Er wordt met een net woord gezegd dat er sprake moet zijn van ‘bijzondere verdiensten’ die je achter je naam hebt staan, met daarnaast een brede staat van dienst.

Een Minister van Staat moet bovendien iemand zijn op wie de regering een beroep kan doen. Dat kan bijvoorbeeld zijn voor de vertegenwoordiging van de regering bij een staatsbezoek. Het gaat dus niet alleen om de toekenning van een hoge eretitel, maar ook om de verwachting dat iemand zijn of haar ervaring en gezag nog nuttig kan inzetten.

Waarom weten zo weinig mensen wat een Minister van Staat doet?

Dat de Minister van Staat bij veel mensen onbekend is, is eigenlijk niet zo vreemd. Er bestaan geen vaste criteria voor een benoeming, de voorbereiding van een benoeming gebeurt achter de schermen en een benoeming komt vanwege het unieke karakter maar eens in de zoveel jaar voor.

Bovendien is de titel schaars, uitzonderlijk en voor een selecte groep bedoeld. Daardoor is er weinig publieke aandacht voor het ministerschap van Staat zelf.

Juist dat gebrek aan transparantie was voor mij een belangrijke reden om hiernaar onderzoek te doen en er een proefschrift over te schrijven. Waar komt deze figuur vandaan? Hoe verloopt een benoemingsproces eigenlijk? En hoe moet of kan de Minister van Staat worden geduid?

Rond 1806 – en eerder al in Frankrijk – maakte de Minister van Staat deel uit van het kabinet.

Van ambt naar eretitel

Het ministerschap van Staat heeft zich in de afgelopen tweehonderd jaar ontwikkeld. Oorspronkelijk was het daadwerkelijk een ambt. Rond 1806 – en eerder al in Frankrijk – maakte de Minister van Staat deel uit van het kabinet.

Langzaamaan veranderde dat. Het ministerschap van Staat ontwikkelde zich uiteindelijk tot een eretitel. Daarmee is ook het huidige karakter van de functie ontstaan: geen onderdeel van het kabinet, maar wel een bijzondere erkenning voor iemand met een grote staat van dienst.

De oorsprong van de Minister van Staat ligt als gezegd in Frankrijk. Ook België kent Ministers van Staat. De Belgische situatie is enigszins vergelijkbaar met de Nederlandse.

Wat doet een Minister van Staat in de praktijk?

Hoewel het ministerschap tegenwoordig vooral een eretitel is, betekent dat niet dat er niets meer van een Minister van Staat wordt verwacht.

Ministers van Staat kunnen worden geraadpleegd over politiek-gevoelige kwesties. Juist vanwege hun senioriteit en hun vermogen om iets meer buiten de dagelijkse, actuele politiek te staan, kunnen zij in bepaalde situaties van waarde zijn. Soms worden zij ook ‘op pad gestuurd’ om een gevoelige kwestie te bespreken.

Een sprekend voorbeeld is Minister van Staat Max van der Stoel. De toenmalige premier Wim Kok vroeg hem de vader van Máxima, Jorge Zorreguieta, te bezoeken. Van der Stoel moest hem overhalen om vanwege de gevoeligheid in Nederland niet naar het huwelijk van zijn dochter en Willem-Alexander te komen.

Ook Minister van Staat Herman Tjeenk Willink is een duidelijk voorbeeld van de rol die een Minister van Staat in de praktijk kan vervullen. Vanuit zijn positie als onafhankelijke derde werd hij diverse keren geraadpleegd en om advies gevraagd tijdens kabinetsformaties.

De titel is daarmee niet alleen een erkenning voor wat iemand in het verleden heeft gedaan. Er kan ook nog daadwerkelijk een beroep op die persoon worden gedaan.

De benoeming van Thom de Graaf, Johan Remkes en Frans Timmermans in juli 2026 past in patronen die uit mijn onderzoek naar voren komen.

Wat valt op aan de benoemingen van De Graaf, Remkes en Timmermans?

De benoeming van Thom de Graaf, Johan Remkes en Frans Timmermans in juli 2026 past in patronen die uit mijn onderzoek naar voren komen. Er zijn geen formele regels, maar wel bepaalde vuistregels of informele criteria voor wie in beginsel voor een benoeming tot Minister van Staat in aanmerking zou kunnen komen.

Zo moet een Minister van Staat doorgaans zelf ook minister zijn geweest. Zowel Remkes, Timmermans als De Graaf voldoen aan die informele ‘eis’.

Daarnaast maakt een afzwaaiend vice-president van de Raad van State een verhoogde kans om benoemd te worden tot Minister van Staat. De vice-president van de Raad van State treedt namelijk ook op als vaste onafhankelijke adviseur van het staatshoofd op constitutioneel en politiek gebied. Dat was bij Thom de Graaf het geval.

Deze benoemingen laten daarmee ook zien dat er wel degelijk patronen zitten in de manier waarop iemand voor de titel in aanmerking komt, ook al zijn die patronen nergens als formele criteria vastgelegd.

Een typisch Nederlandse ‘éminence grise’

Onze politieke cultuur ‘houdt’ van bestuurlijke zwaargewichten. Mensen die als een ‘éminence grise’ een rol hebben gespeeld in de Haagse politiek. Zij worden in ere gehouden en soms geraadpleegd voor bepaalde ‘klussen’. In uitzonderlijke gevallen worden zij Minister van Staat.

Typisch Nederlands is bovendien dat bij benoemingen tot Minister van Staat ook wordt gekeken naar de politieke achtergrond. De benoemingen worden in zekere zin ook een beetje ‘verdeeld’ over de partijen. Bij de recente benoemingen ging het bijvoorbeeld om D66 (De Graaf), VVD (Remkes) en PvdA/Pro (Timmermans).

Daarmee is het ministerschap van Staat niet alleen verbonden met iemands persoonlijke staat van dienst, maar ook met de politieke achtergrond waarin iemand zijn of haar carrière heeft opgebouwd.

De persoon die de titel draagt kan wel degelijk een rol van betekenis spelen wanneer regering of staat behoefte heeft aan ervaring, gezag en enige afstand tot de dagelijkse politiek.

Conclusie: een eretitel met een ‘plusje’

Wat ik met mijn onderzoek vooral heb geprobeerd, is alles rondom de Minister van Staat wat meer transparant te maken. Waar komt deze ‘figuur’ vandaan, hoe verloopt een benoemingsproces eigenlijk en hoe moet of kan de Minister van Staat worden geduid?

Een belangrijke conclusie uit mijn onderzoek is dat de Minister van Staat een eretitel is, maar wel een met een ‘plusje’.

Dat plusje is belangrijk. Het betekent namelijk dat er van een Minister van Staat ook nog iets wordt verwacht. Er kan een beroep op hem of haar worden gedaan. Bijvoorbeeld om het kabinet te adviseren in een lastige of heikele kwestie, of om mee te gaan bij een staatsbezoek.

Daarmee bevindt de Minister van Staat zich op een interessante plek binnen ons staatsbestel. De eretitel is niet formeel geregeld en heeft geen zelfstandige staatsrechtelijke betekenis. Tegelijkertijd kan de persoon die de titel draagt wel degelijk een rol van betekenis spelen wanneer regering of staat behoefte heeft aan ervaring, gezag en enige afstand tot de dagelijkse politiek.

Dat maakt het ministerschap van Staat tot een bijzondere ‘figuur’ in het Nederlandse staatsbestel: een eretitel, maar met een plusje.

Wie meer wil weten over de oorsprong, ontwikkeling, benoemingen en praktische betekenis van het ministerschap van Staat, leest daarover meer in Ministers van Staat.
Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg