Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636)
Jaar van uitgifte 1996
Nur1 680
Nur2 696
Reeks naam Werken Gelre
Status leverbaar
Taal Nederlands
Uitgever Verloren
Bindwijze geb
Bladzijdes 566
Extra Met medewerking van R.C.M. Wientjes
Reeks nummer 48
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'[Gerda Leppink] heeft een nuttig en handzaam werktuig samengesteld, zowel voor degenen die het Arnhemse Catharinae Gasthuis in een bredere context willen bestuderen, als voor degenen die de ontwikkelingen van het Gasthuis ná 1636 willen onderzoeken.' C.L. Verkerk in: Arnhem, de genoegelijkste 17/4 (1997).

Het Sint Catharinae Gasthuis in Arnhem in de eerste vier eeuwen van zijn bestaan (1246-1636)

Gerda B. Leppink | 9065502815
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

 

'Onder de Gods-huysen die voor den gebreekelijken open staen, is als Koningin het Catharijnen Gast huys', schreef Arend van Slichtenhorst in zijn XIV Boeken van Geldersse geschiedenissen uit 1654. Hoewel deze uitspraak enigszins gerelativeerd dient te worden, laat zij wel zien, dat het toen al ruim vier eeuwen bestaande Sint Catharinae Gasthuis een zekere faam genoot. Dit Gasthuis is de oudste nog steeds bestaande instelling op het gebied van de sociale zorg in Arnhem. Wanneer en door wie het Sint Catharinae Gasthuis precies is opgericht, is niet duidelijk. In elk geval bestond het al in 1246. In dat jaar verleende Otto III van Holland, bisschop van Utrecht, op pauselijk gezag 'aan de in Christus beminde zonen de meester en broeders van het Gasthuis der armen in Arnhem' toestemming tot het bouwen van een kapel, het aanleggen van een kerkhof en het aanstellen van een eigen kapelaan. Meester en broeders waarvan in de oorkonde sprake is, vormden waarschijnlijk een broederschap. In 1636 verhuisde het grootste deel van het Gasthuis, dat zich waarschijnlijk al sinds de stichting in de Bakkerstraat bevond, naar de Beekstraat en werd een nieuwe reglement vastgesteld. Deze gebeurtenis vormt het eindpunt van de zeer uitvoerige studie van Gerda Leppink naar de oudste geschiedenis van het Gasthuis. Zij beschrijft de gebouwen en het Gasthuisterrein, de patrones, de kapel, altaren en vicariën, de reglementen, het bestuur, de inkomsten en uitgaven en het goederenbeheer. Daarnaast besteedt zij ook aandacht aan de bewoners van het Gasthuis (arme zieke burgers, proveniers, krankzinnigen, 'innocenten', lammen, doven en stommen, zieke soldaten en pestlijders) en de religieuzen en niet-religieuzen die bij de zorg voor de bewoners betrokken waren.