Op 25 maart 1271 voltooide Jacob van Maerlant in Vlaanderen het bijna 35.000 regels tellende dichtwerk dat thans als rijmbijbel bekend staat. Hiermee wilde hij een befaamd Latijns theologisch werk, namelijk de Historia Scolastica van de Parijse magister Petrus Comestor, in de volkstaal toegankelijk maken.
Het vertelt het verhaal van de schepping van de wereld tot de hemelvaart van Jezus, samengevat en van geleerd commentaar voorzien. Maerlant heeft hieraan nog het verhaal van de lotgevallen van het Joodse volk na Jezus' dood toegevoegd, waarbij hij zich baseerde op een Latijnse vertaling van De Joodse oorlog door de Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus.
Maerlants gedicht staat vrijwel aan het begin van de ontsluiting van de bijbel in onze taal, waardoor zij ook toegankelijk werd voor hen die het Latijn niet of nauwelijks beheersten. Al tijdens het leven van de dichter kende het werk een wijde verspreiding. Toch zijn moderne beschouwingen over het werk, zijn context en zijn verspreiding schaars. Met deze bundel artikelen hebben de auteurs daar verandering in willen brengen. Vanuit uiteenlopende disciplines (geschiedenis, neerlandistiek en kunstgeschiedenis) wordt de omvangrijke stof verkend en ter discussie gesteld. Een aantal in dit boek gereproduceerde afbeeldingen werd bovendien nog niet eerder gepubliceerd.