Toegevoegd aan winkelwagen
Haarlems Helicon
Literatuur en toneel te Haarlem voor 1800
€35,00
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
ISBN |
9065503749 |
NUR codes |
680
,
621
|
Redactie |
E.K. Grootes |
Jaar van uitgave |
1993 |
Druk |
1 |
Bindwijze |
ing |
Aantal bladzijdes |
213 |
'O Haerlem soeten Dal./ O puyck van alle Steen, van alle die tot allen stonden/Of werden op den dagh van huyden noch gevonden/In 's Werelts ruymen schoot!' Samuel Ampzing was met zijn lofdicht op Haarlem uit 1616 niet de eerste dichter die deze stad bejubelde. Al uit de vijftiende eeuw is er een gedicht overgeleverd waarin onder meer de rijke opbrengst van de vruchtbare omgeving van de stad en de in Damiate verworven roem worden beschreven. De Damiate-legende was bijzonder populair in de zestiende en zeventiende eeuw. Volgens deze legende hadden Haarlemse burgers in 1219 tijdens de Vijfde Kruistocht met een 'zaagschip' een ijzeren ketting voor de haven van Damiate (in Egypte) in stukken gevaren. Door deze krijgslist had men de heidense stad daarna zonder veel moeite in kunnen nemen. Het Haarlemse stadswapen zou bij deze gelegenheid zijn definitieve vorm gekregen hebben. Ook Karel van Mander (1548-1606) schreef twee uitvoerige lofdichten op Haarlem. Hij was een Vlaamse balling, die in Haarlem een veilig toevluchtsoord had gevonden. Met enkele dichtvrienden vormde hij een informele kring, waaruit in 1610 de bekende bundel Den Nederduytschen Helicon voortkwam. 'Mijn Helicon zy slechs voortaen den witten blinck', dichtte Van Mander: de muzen hadden zich gevestigd op het hoge witte duin net buiten Haarlem. In Haarlems Helicon wordt aandacht besteedt aan het gehele literaire communicatieproces: niet alleen aan de teksten en hun auteurs, maar ook aan de maatschappelijke organisatievormen waarbinnen het literaire leven zich afspeelde, de wijze waarop literatuur verspreid en gesponsord werd en het publiek dat men hierdoor bereikte. Door een stad centraal te stellen, is een boeiend en samenhangend beeld van het literaire bedrijf vóór 1800 ontstaan.
Inhoud: W. VAN ANROOIJ, Middeleeuwse sporen van de Haarlemse Damiate-legende WILMA KEESMAN, Jacob Bellaert en Haarlem F.C. VAN BOHEEMEN/TH.C.J. VAN DER HEYDEN, De rederijkers en Haarlem ANNEKE C.G. FLEURKENS, Geen 'stille-zitter' noch een van de 'hen self levers'. Coornhert (1522-1590) in Haarlem WIM VERMEER, Den Nederduytschen Helicon E.K. GROOTES, Het liedboekje van 'Haerlem Soetendal' BRIGITTE BUISSINK, Jeroen Kleyne, Theses en thesauriers. Dedicades van boeken aan het Haarlemse stadsbestuur K. BOSTOEN, De Van Elstlands: een Haarlems poëtengeslacht MARIJKE MEIJER DREES, De smaak onzer natie. De afloop van zeventiende- en achttiende-eeuwse drama's over het beleg van Haarlem MARIJKE BAREND-VAN HAEFTEN, Wouter Schouten: Haarlemmer, reiziger, schrijver en chirurgijn C.G.M. SMIT, Pieter Langendijk, De graaven van Holland (1745). Een dichter verstrikt tussen pacifisme en vaderlandsliefde BARBARA SIERMAN, Toneel op de Haarlemse kermis in de achttiende eeuw ADÈLE NIEUWEBOER, Haarlems literair leven in gelegenheidsgedichten (1680-1770)
'(...) een aantrekkelijke en gevarieerde bundel.' G. Dorren in: De Zeventiende Eeuw 11/1 (1995).
Aanbevolen bij dit artikel :