Dit boek is nog niet verschenen. Wie het bestelt krijgt het direct na verschijnen (oktober 2026) toegezonden.
Westerbork was een dodelijke val waaruit vrijwel niemand kon ontsnappen. Toch lukte dat de Oostenrijks-Nederlandse Ilse Leembruggen-von Lieben drie keer. Hoe kreeg zij dat voor elkaar, en wie hielp haar daarbij? En waarom werd zij telkens weer opgepakt? Wie was zij?
Ilse von Lieben (1873–1961) groeide op in Wenen tijdens het Fin de Siècle, te midden van een liberale kunstminnende en puissant rijke Joodse elite. De industriële revolutie had haar familie, ondanks discriminatie en fel antisemitisme, de kans geboden een grote welstand te bereiken. Tijdens een vakantie in Napels werd zij verliefd op Willem Adriaan Leembruggen, telg van een vooraanstaande Leidse textieldynastie. Het bracht haar naar Leiden en Den Haag, waar ze samen vijf kinderen kregen. Na zijn overlijden vertrok Ilse naar München, de bakermat van Hitlers nationaalsocialistische beweging. In 1938 vluchtte zij terug naar Den Haag, waar de oorlog haar leven verwoestte. Ze verloor vrijwel alles en belandde als zeventigjarige drie keer in kamp Westerbork. Dit boek laat zien hoe leden van een machtige elite elkaar tijdens de oorlog de hand boven het hoofd hielden, en hoe daardoor de grens tussen goed en fout vervaagde. Ilse verkeerde in kringen van mensen wier politieke overtuiging juist gericht was op haar vernietiging. Juist die tegenstrijdigheid maakt haar geschiedenis zo intrigerend en raadselachtig. Het redde uiteindelijk haar leven.
Mark Goedhart (1951) studeerde sociologie en bedrijfseconomie. Tijdens zijn onderzoek naar de geschiedenis van zijn familie en hun boerderij in Leiderdorp stuitte hij op deze Weense barones, waardoor zijn speurtocht een onverwachte en spectaculaire wending kreeg.