Wezen en boefjes
Jaar van uitgifte 1997
Nur1 680
Nur2 840
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze geb
Bladzijdes 424
Redactie S. Groenveld, J.J.H. Dekker, Th.R.M. Willemse en J. Dane (eindredactie)
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Het is een referentiewerk geworden voor verder doorgedreven onderzoek over de sociale politiek in Nederland en een voorbeeld voor gelijkaardig onderzoek in andere landen mede dankzij de nieuwe vraagstelling die in het verhaal is verwerkt.' Frank Daelmans in: Archief- en Bibliotheekwezen in België, jrg. 1998/1-4

Wezen en boefjes

9065505539
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Zes eeuwen zorg in wees- en kinderhuizen.
 

 

Ze speelden zelden een hoofdrol in de geschiedenis, de mensen waar dit boek over gaat: de wezen en halfwezen, de vondelingen, de onechte en zwerfkinderen, de jeugdigen die door verkeerde handelingen van hun ouders of door eigen misstappen met justitie in aanraking kwamen. Het lot van deze kinderen lag tot in de negentiende eeuw vooral in handen van de armenzorg. Die kon zulke kinderen individueel laten grootbrengen of voor hen een collectieve opvoeding regelen. Wezen en boefjes richt zich op deze collectieve opvoeding, die tot 1800 nagenoeg uitsluitend plaatsvond in weeshuizen. In de periode daarna werden de wezen van de boefjes gescheiden en ontstonden naast weeshuizen ook opvoedingsgestichten en reddingshuizen. Deze zeer leesbare en rijk geïllustreerde geschiedenis is ingedeeld in vier perioden. De eerste periode (tot 1572) beschrijft het ontstaan van het gespecialiseerde weeshuis uit het voor allerlei soorten armen bedoelde gasthuis. Tijdens de Republiek der Verenigde Nederlanden - de tweede periode - was sprake van grote versnippering: allerlei instanties stichtten weeshuizen die hun eigen karakteristieken ontwikkelden. Tijdens de derde periode, die van het negentiende-eeuwse Koninkrijk der Nederlanden, deed een centrale wetgeving haar intrede, echter zonder oude regels, gebruiken en vormen volledig te verdringen. De twintigste eeuw, de laatste periode, wordt gekenmerkt door verdergaande centralisatie, terugdringing van particuliere initiatieven en pedagogisering van de opvoeding.