De ongrijpbare tijd
Jaar van uitgifte 2001
Nur1 680
Nur2 694
Reeks naam Publikaties FHKW Rotterdam
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze paperback
Bladzijdes 200
Redactie Maria Grever
Extra geïllustreerd
Reeks nummer 37
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: HARRY JANSEN/MARIA GREVER, Inleiding   JAN VAN DER DUSSEN, De tijd in perspectief. Zoeken naar oriëntatie in de geschiedenis   PIET BLAAS, Vorm geven aan tijd. Over periodiseren   PETER RAEDTS, Tussen oud en modern. De periodisering van de Middeleeuwen   MACHIEL KARSKENS, Tijdsplitsingen. Hemelrijk en aardrijk als model van historische tijd   SIEP STUURMAN, Tijd en ruimte in de Verlichting. De uitvinding van de filosofische geschiedenis   ARIANNE BAGGERMAN/RUDOLF DEKKER, Otto's horloge. Verlichting, deugd en tijd in de achttiende eeuw   MARIA GREVER, Tijd en ruimte onder één dak. De wereldtentoonstelling als verbeelde vooruitgang   CHIEL VAN DEN AKKER, Het verwachte einde. Tijd, geschiedenis en verhaal   HARRY JANSEN, Gestolde tijd. Historische entiteiten en de geschiedschrijving van de Gouden Eeuw   ED JONKER, Goede tijden, slechte tijden   VERONICA VASTERLING, De rechte lijn en de lus. Heideggers onderzoek naar de tijd en de geschiedenis van het tijdsbegrip   Literatuur   Personenregister   Over de auteurs

De ongrijpbare tijd

9065504389
25,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Temporaliteit en de constructie van het verleden.
 

 

Hoewel tijd dagelijks ervaren wordt, valt het fenomeen moeilijk te karakteriseren. Tijdsbeleving veronderstelt een menselijk subject, vandaar dat we spreken van subjectieve tijd. Daarnaast is er een objectieve tijd die we zichtbaar maken via zonnewijzers en klokken. In hun geschiedbeoefening combineren en contrasteren historici subjectieve en objectieve tijdselementen. Deze bundel wil de betekenis van de tijd voor de constructie van het verleden inzichtelijk maken. In twaalf artikelen buigen historici en (geschied)filosofen zich over de temporele problematiek. Zij bespreken niet alleen de wisselwerking tussen tijd en historisch besef maar ook die tussen tijd en geschiedverhaal. Modern historisch besef doet zich voor als men breuken in de tijd ervaart. Het verleden wordt geobjectiveerd en op afstand gezet, zoals blijkt uit dagboekfragmenten van een achttiende-eeuwse jongen in de Republiek of uit de wereldtentoonstellingen in de negentiende eeuw. De ervaringstijd komt in het geschiedverhaal onder meer aan bod in de intrige die aan heterogene gebeurtenissen betekenis verleent. De intrige bestaat uit een begin, midden en einde, waarbij het einde zorgt voor de eenheid. Ook voor het periodiseren geldt dat het gekozen eindpunt van een periode mede bepalend is voor het begin. In De ongrijpbare tijd wordt het tijdsbegrip voor de geschiedbeoefening op toegankelijke wijze uiteengezet, een kwestie waaraan tot nu toe nauwelijks aandacht is besteed.