Scholing in de middeleeuwen
Jaar van uitgifte 1995
Nur1 684
Nur2 694
Reeks naam Utrechtse Bijdragen Medievistiek
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 256
Redactie R.E.V. Stuip & C. Vellekoop
Reeks nummer 13
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: HELEEN SANCISI-WEERDENBURG, 'Qui a inventé l'école ...?'   A.P. ORBÁN, Augustinus en Cassiodorus: twee pogingen om het heidens Latijns onderwijs te kerstenen   MAYKE DE JONG, De school van de dienst des Heren: kloosterscholen in het Karolingische Rijk   MARCO MOSTERT, Kennisoverdracht in het klooster: over de plaats van lezen en schrijven in de vroegmiddeleeuwse monastieke opvoeding   A. VAN RUN, 'Quia facilior ad intellectum per oculos via est': over 'uitleg' op school en in de kunst   H.N. HAGOORT, Droefheid en angst: de bestudering van het quadrivium in de elfde eeuw   M. VAN SCHAIK, Didactische vernieuwingen van het zangonderwijs in de elfde eeuw   HILDE DE RIDDER-SYMOENS, Onderwijs aan de middeleeuwse universiteit   M.B. PRANGER, De school als utopie: van klooster- naar stadsschool   A.M.J. VAN BUUREN, 'Want ander konsten sijn my te hoghe': de stadsschool in de Nederlanden in de late middeleeuwen   ANTOINETTE NABER, Bourgondische edelen en hun opvoeding   Over de auteurs

Scholing in de middeleeuwen

9065502645
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

 

Wie heeft de school uitgevonden? Was het al een Griekse vinding of danken we ons schoolsysteem aan het onderwijsoffensief van Karel de Grote, aan het einde van de achtste eeuw? In deze bundel wordt ingegaan zowel op de geschiedenis van het instituut 'school' in de Griekse en Romeinse Oudheid, als op de wijze waarop in de eerste eeuwen na Karel de Grote de overdracht van kennis en inzicht aan jongeren was georganiseerd. Grote mannen op het gebied van onderwijs in de vakken van het trivium (de alfa-richting) en het quadrivium (de bèta-kant) passeren de revue, evenals bevlogen didactici die hun onderwijs zo aanschouwelijk mogelijk probeerden te maken. In de laatste vier bijdragen wordt ingegaan op de verbreiding van scholing die niet meer direct gebonden was aan kerk en klooster, maar gericht op stedelingen en edelen. Het was voor de late middeleeuwer al duidelijk dat de maatschappij niet zonder goed georganiseerd hoger onderwijs kon!