Een kwestie van politieke moraliteit
Jaar van uitgifte 2013
Nur1 697
Nur2 694
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 336
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Door zijn conceptuele benadering ontneemt Kroeze aan de verschillende corruptieaffaires het particuliere karakter, en dat leidt tot een beter begrip van het fenomeen. Bovendien kan die benadering nog tot een andere overweging leiden: als politieke corruptieschandalen in Nederland inderdaad vooral werden (en worden) behandeld als morele, en minder als strafrechtelijke kwesties, moet dat wel betekenen dat de beoordeling van die kwesties in historisch perpectief, met de verandering van de publieke moraal, ook zelf aan verandering onderhevig is. Het kan zelfs leiden tot enige relativering van het begrip "schandaal", afhankelijk van het op een gegeven moment vigerende bestuurlijke ideaal.' Jan Ramakers in: Jaarboek Parlementaire Geschiedenis 2015, p. 161-162; 'Kroeze gebruikt voor zijn analyse een brede set aan bronnen, waaronder parlementaire debatten, correspondentie en dagboekaantekeningen van direct betrokkenen, krantenverslagen en politieke en theoretische studies uit de onderzochte periodes. Deze aanpak levert voor ieder van de kwesties een rijk beeld op, waardoor helder wordt waar men zich in de besproken periode over opwond en welke verschillende visies in het debat naar voren gebracht werden.' In: Tijdschrift voor Geschiedenis 127 (2014) 3, p. 533-535; 'Een bijzondere verdienste van het boek is mijns inziens de speciale belangstelling voor "het bestuurlijke" als specifiek domein in de politieke geschiedenis. Dat begint bij het ijkpunt van opvattingen over corruptie: het ideaal van goed bestuur. Maar Kroeze heeft ook een goed oog voor de rol van de bureaucratie in de diverse affaires.' Nico Randeraad in: BMGN Low Countries Historical Review 129 (2014) 4, review 76; 'In de conclusies van het boek wroden de kenmerken van bijna honderd jaar corruptiegeschiedenis bij elkaar gezet. Daaruit blijkt dat de corruptieschandalen in Nederland belangrijke kwesties van politieke moraliteit waren, waaruit ook harde politieke consequenties werden getrokken, hoewel ze naar buiten toe klein werden gehouden en niet als strafrechtelijke kwesties werden behandeld.' Gérard van Tillo op de website van de Edmund Husserl-Stichting, www.husserl.nl 15-08-2014; 'Op het nachtkastje [...] minder geschikt, wel voor lezers die iets vermoeden maar nooit de vinger erachter hebben kunnen krijgen, de "zie je wel ik heb het altijd al geweten"-lezers. Voer voor (aankomende) politici? Jazeker! Ik stel voor dit boek als verplichte stof te behandelen bij de "integriteitscursussen" voor politici die (hoognodig) her en der al worden gegeven.' Bert Lijnsvelt in: Archievenblad 118 (2014) 3, 35; 'Kroezes beschrijving van deze politieke corruptieschandalen in samenhang met tijdgebonden idealen van goed bestuur en politieke moraliteit levert een compleet beeld op. Terecht besteedt Kroeze aandacht aan de katalyserende rol van de massapers in schandalen. Ook de vergelijking met gelijksoortige schandalen in andere landen is verhelderend. De slotsom luidt overigens dat politieke corruptie hier veel minder voorkwam en werd geaccepteerd dan in Groot-Brittannië of Frankrijk.' **** (vier van vijf sterren) Volkskrant 31-08-2013; 'Het is beslist een goed doorwrocht boek. De theorieën zijn verhelderend voor de materie.' Martha Catania-Peters op: www.historischhuis/recensiebank 30-11-2013; 'Door [de] corruptieschandalen te behandelen binnen de context van de politieke en staatkundige ontwikkeling van Nederland, geeft Kroeze een extra dimensie aan de politieke geschiedenis van ons land. Want hoewel zeker in het bgegin vaak werd gepoogd discutabel handelen van overheidsfunctionarissen "onder de pet" te houden, werd er al spoedig in het parlement en de pers hevig gedebatteerd over de vraag hoe het land bestuurd diende te worden en wat integere politiek was. Daarbij werden ook politieke conclusies getrokken en ondervonden corrupte politici en bestuurders de gevolgen van hun gebrek aan integriteit.' Rob Hartmans in: Historisch Nieuwsblad 22 (2013) 9, p. 81-82; 'Kroeze kiest nadrukkelijk een andere, theoretische aanpak. Net als buitenlandse schandaalonderzoekers, onder wie de Amerikaan Michael Johnston, ziet hij schandalen niet zozeer als gebeurtenissen op zichzelf, maar als uitvloeisel van een "bepaalde sociale context". Anders, platter en op z'n Hoflands gezegd: schandalen tonen de gaten in maatschappellijke systemen; waar de tegels scheef liggen of het tegelpatroon verandert, komen de schandalen naar buiten, eerst een plukje maar na enig wroeten in al hun lelijkheid en weerzinwekkendheid. Vandaar ook dat elk van de door hem onderzochte schandalen volgens Kroeze staat voor een fase in de politieke geschiedenis van Nederland.' Chris van der Heijden in: De Groene Amsterdammer 22-08-2013, p. 62; 'Dat tussen goed en fout een behoorlijke schemerzone ligt, laat ook vandaag de dag bijna elke integriteitskwestie zien. Het boek van Kroeze maakt daarbij duidelijk dat opvattingen over verantwoord en corrupt bestuur moesten groeien. [...] meer leesplezier had deze waardevolle studie een breder publiek kunnen geven.' Paul van der Steen in: Trouw 21-09-2013; 'Kroeze kiest niet voor structurele problemen, maar voor het behandelen van incidenten. Die worden stuk voor stuk op fenomenale wijze uitgewerkt en verbonden aan het ideaal van goed bestuur dat in de betreffende periode heerste. Maar de focus op enkele kwesties beneemt tevens het zicht op de wellicht meer structurele vormen van corruptie die verweven zijn in ons bestel.' Remco van Mulligen in: Nederlands Dagblad/Gulliver 02-08-2013; '"We doen er nu vaak heel spastisch over, maar zonder corruptie zouden we niet weten wat goed bestuur is," zegt [Kroeze]. Het onderzoek behandelt de periode tussen 1848 en 1940, maar ons politieke stelstel is sindsdien weinig veranderd; nu gaan wij niet heel anders om met misstanden. [...] "We moeten het alleen niet wegzetten als opgeblazen incidenten."' Ronals Kroeze in een interview met Joris Zwetsloot in: Het Parool 06-06-2013; Waarom vinden wij ons land niet corrupt? En hoe kunnen we 'corruptie Hollandse stijl' karakteriseren? Op deze en andere vragen geeft Ronald Kroeze antwoord tijdens zijn interview met Karin van den Boogaert in het radioprogramma Hoe? Zo! van Teleac Radio op 747AM. Beluister het gehele interview op: www.wetenschap24.nl. Ronald Kroeze werd tevens uitgebreid geïnterviewd door Paul van Liempt op BNR Nieuwsradio (dinsdag 04-6-2013, beluister fragment). 'Een waardevol en belangrijk boek', aldus Hans Renders en Jos van der Brug in OVT van VPRO Radio (30-06-2013, 11.00 tot 12.00 uur). Lees ook het artikel 'Corruptie en bureaucratisering' van Ronald Kroeze in: Openbaar Bestuur 23 (2013) 10, p. 33-38 en 'Historische contouren van corruptie en fraude in het openbaar bestuur' van Rob van Daal en Hans van den Heuvel, in: Openbaar Bestuur 24 (2014) 1, p. 22-23. Verder gesignaleerd in: Kleio 55 (juli 2014), p. 9.

Een kwestie van politieke moraliteit

Ronald Kroeze | 9789087043698
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Politieke corruptieschandalen en goed bestuur in Nederland, 1848-1940.
 

 

Tegenwoordig staat Nederland bekend als een van de minst corrupte landen ter wereld. De vestiging van vrije verkiezingen, een moderne markteconomie, een professionele bureaucratie en een democratische rechtsstaat ging echter gepaard met corruptieschandalen, zo blijkt uit deze geschiedenis van corruptie en goed bestuur tussen 1848 en 1940. Dat de liberale minister van Financiën zijn voorstel voor een belastingverhoging voor Limburg introk om Limburgse kiezers te paaien, leidde tot de Limburgse brievenaffaire (1865). Bij het Billitonschandaal (1882-1892) floot het parlement de gouverneur van Indië terug omdat hij een onrechtmatige en schadelijke concessie aan een onderneming had verleend. Het ingrijpen van de katholieke minister van Justitie in een strafrechtelijk onderzoek naar misstanden in het katholieke Oss leidde tot de zaak-Oss (1938/39). Wat opvalt is, dat in Nederland corruptieschandalen als morele in plaats van strafrechtelijke kwesties werden behandeld. Daarmee ontstond een bestuurlijke traditie die tot op heden merkbaar is.