Strijd tegen de stilte
Jaar van uitgifte 1994
Nur1 680
Nur2 681
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 428
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Johanna Naber (1859-1941) was een niet-universitair opgeleide, zeer produktieve historica, die vooral biografieën schreef van vrouwen. Tevens was zij een actief feministe. Dit boek, een met cum laude behaalde dissertatie, analyseert Nabers leven en werk als voorbeeld hoe in het begin van de twintigste eeuw vrouwen en vrouwengeschiedenis buiten het officiële historische circuit werden gehouden. Het is een goed geschreven, belangrijke studie met veel theoretische diepgang.' Lotte C. van de Pol, Biblion recensie; 'Strijd tegen de stilte is een belangrijke bijdrage aan de Nederlandstalige historiografie [...] en zou verplichte kost moeten worden in de opleiding van geschiedenisstudenten.' Tijdschrift voor Vrouwenstudies 63/3 (1995); 'Maria Grever heeft een mooi boek geschreven, waarbij het biografische aspect uitstekend in evenwicht is met het algemene. Het is meeslepend geschreven, maar tegelijk genuanceerd en kritisch. Dit boek moet niet alleen geïnteresseerden op het terrein van de sekseverhoudingen aanspreken, maar is - vanwege het licht dat het laat schijnen op het ontstaan van de moderne geschiedwetenschap - een must voor iedere historicus. Bovendien is het fraai vorm gegeven.' A. Ribberink in: Kleio (1995) nr. 2; 'Anders dan Naber zelf maakt Grever, die blijkens haar bronnenopgave schatten aan archiefmateriaal heeft opgedolven, weinig gebruik van egodocumenten. In het boek wordt rijkelijk geciteerd uit Nabers gepubliceerde werken, maar slechts mondjesmaat verwezen naar persoonlijke brieven. Het levensverhaal blijft op het tweede plan. De historica Johanna Naber komt wèl op de voorgrond. Dat is een daad van historische rechtvaardigheid, want het is Nabers verdienste geweest dat ze vrouwen nieuwe identificatiemogelijkheden verschafte en de weg bereidde voor een professionele geschiedschrijving door en over vrouwen.' Elsbeth Etty in: NRC Handelsblad 15-10-1994. Verder gesignaleerd in: NRC Handelsblad 05-09-2008; De Gelderlander 14-10-1994; Spiegel Historiael, (1995) 9.

Strijd tegen de stilte

Maria Grever | 9065503951
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Johanna Naber (1859-1941) en de vrouwenstem in geschiedenis.
 

 

Hoe komt het dat vrouwen in de Vaderlandse Herinnering nauwelijks voorkomen? Hebben ze geen geschiedenis of zijn de geschiedverhalen over hen vergeten? De marginalisering van vrouwen in de historische beeldvorming is voor een belangrijk deel veroorzaakt door de verwetenschappelijking van de geschiedbeoefening in de negentiende eeuw. Vrouwen hadden toen geen toegang tot universiteiten en academische genootschappen. Het historisch bedrijf werd opgebouwd door mannelijke historici die zich na 1890 als professionals presenteerden. Zij bezetten de machtscentra van dit bedrijf, bepaalden welk verleden onderzocht en beschreven moest worden en bewaakten de discipline-eisen van het vak. Langzaam maar zeker tekende het profiel van de beroepshistoricus zich af: een onpartijdige, professioneel opgeleide, enkelvoudige en mannelijk gedachte auteur die het hele verleden zo waarheidsgetrouw mogelijk doorgaf. 'De vrouw' vormde met haar intuïtie en fantasie de tegenpool van de rationele wetenschapper. Hoewel de relatieve 'Geschichtslosigkeit' van vrouwen met name door het professionaliseringsproces versterkt werd, slaagden zij er toch in door te dringen tot de geschiedwetenschap. In de eerste helft van de twintigste eeuw promoveerden ruim 80 historicae. Daarnaast had de eerste feministische golf een eigen omgang met het verleden in de vorm van geschiedschrijving, historische exposities en lieux de mémoire. Wat waren de effecten van deze toegang? Werden de stemmen van deze historicae en feministes gehoord en schreven zij meer over vaderlandse heldinnen? In haar meeslepende boek over Johanna Naber schetst Maria Grever een indringend beeld van deze strijd tegen de stilte. Grever vergelijkt Nabers geschiedschrijving met het werk van toonaangevende historici en de vrouwelijke gepromoveerden in de periode 1904-1948. Tevens analyseert zij Nabers rol in de historische productie van de eerste feministische golf. Als feministisch politica streed Naber voor een vergroting van de economische, politieke en culturele (ook wetenschappelijke) macht van vrouwen, waardoor zij letterlijk meer 'geschiedenis' konden maken. Haar vrienschappen en conflicten met Aletta Jacobs, Wilhelmina Drucker en Rosa Manus bieden een boeiend portret van de vrouwenbeweging. Als historica streefde Naber achteraf naar de maatschappelijke erkenning van vrouwen door hen consequent in haar geschiedverhalen op de voorgrond te plaatsen. Haar strijd om de macht over de beeldvorming toont ons de dominante opvattingen binnen de toenmalige geschiedwetenschap ten aanzien van vrouwen als voorwerp van studie, als lezeres en als historica.