Van meenten tot marken

Een onderzoek naar de oorsprong en ontwikkeling van de Gooise marken en de gebruiksrechten op de gemene gronden van de Gooise markegenoten (1280-1568)
€35,00
Kopen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
ISBN 9789087041809
Auteur(s) Anton Kos
NUR codes 684 , 693
Jaar van uitgave 2010
Druk 1
Reeks Middeleeuwse Studies en Bronnen
Nummer in reeks 125
Bindwijze ing
Aantal bladzijdes 446
    Aan het begin van de vijftiende eeuw werden de graaf van Holland, de stad Naarden en de Gooise boeren het eens over het behoud, beheer en gebruik van de Gooise gemene gronden: weilanden, heidevelden, venen, bossen, moerassen en wildernissen. De Gooiers hadden zich daarvoor al verenigd in twee zogenoemde markeorganisaties en stonden bekend als geërfden, vandaar erfgooiers. Erfgooiers en markeorganisaties kwamen natuurlijk niet uit de lucht vallen. Gooiland was ruim driehonderd jaar in bezit van het stift Elten en ging in 1280 over in handen van de graaf van Holland. De Gooise boeren hielden echter vast aan hun gebruiksrechten en raakten periodiek in conflict met de Hollandse grafelijkheid. Anton Kos beschrijft de oorsprong en ontwikkeling van de Gooise marken en de gebruiksrechten op de Gooise gemene gronden. In de hoofdrol de erfgooiers en hun marken, de Hollandse graven en toonaangevende personen als François Hinlopen en Albertus Perk.    

‘Het boek van Kos is een informatieve en prettig leesbare studie over de lange-termijnontwikkeling van de klassieke Nederlandse markencasus.’ Hans Mol op de website van Holland Historisch Tijdschrift 24-04-2013;‘[…] de erfgooiers hoeven niet te klagen over een gebrek aan belangstelling: veel historische studies en artikelen over het Gooi als regio gaan vooral over hen. Diverse historische subdisciplines hebben hen onder de loep genomen. De resultaten daarvan zijn niet altijd met onverdeeld enthousiasme ontvangen. Gelukkig zijn er ook wel positief te waarderen onderzoeksresultaten. Een voorbeeld daarvan is de studie van Anton Kos. Zijn boek, waarop hij is gepromoveerd aan de Leidse universiteit, kan met recht een eyeopener worden genoemd. […] Na 1938 is er niet meer zo’n brede studie gedaan naar de erfgooiers. Kos’ studie voorziet daarom in een grote behoefte. […] Niet alles wat geschreven is over de erfgooiers kan de toets der wetenschappelijk kritiek doorstaan. Met het boek van Kos beschikken we over een diepgravende studie die een eind maakt aan de soms ongeloofwaardige verhalen over de erfgooiers. […] Zijn stelling dat de erfgooiers van oorsprong onvrije boeren waren, gaf overigens de nodige deining. Omdat hij zelf van oorsprong ook erfgooier is, beschuldigden sommigen hem zelfs van zelfhaat. ‘Hoe kon ik dat toch schrijven, kreeg ik te horen.’ Kos begrijpt wel waar de pijn zit. ‘De meeste erfgooiers dachten dat het Gooi altijd van hen is geweest. Velen denken dat graaf Floris V het Gooi schonk aan de toenmalige bewoners van deze streek, maar dat was niet zo. […]’ Bert Snel op: www.civismundi.nl, 11-01-2012; ‘Van meenten tot marken is een buitengewoon grondige studie naar het beheer van het niet-in-cultuur gebrachte land. Naar mijn mening doet Kos zijn eigen werk zelfs tekort door in de ondertitel de tijdspanne 1280-1568 te hanteren, omdat hij in feite in 968 begint en in een uitvoerig laatste hoofdstuk ook nog eens de ontwikkeling van de Gooise marken van 1568 tot 1979 beschrijft. Dat die diachrone insteek weinig ruimte laat voor een bredere inkadering is goed te begrijpen, hoewel de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Kos wel degelijk zijn best daartoe doet, door de lezer aan de hand van studies naar gemene gronden elders in Nederland en Europa wat houvast te bieden. […] Dat neemt natuurlijk niet weg dar Kos een studie heeft geschreven die, vooral dankzij de lange tijdsspanne, een bijdrage levert aan de literatuur over de evolutie van sociaal-economische instituties.’ Jaco Zuijderduijn in: Tijdschrift voor Geschiedenis 125 (2012) 1, p. 407-408; 'Hoewel Kos in deze studie een schat aan primaire bronnen heeft verzameld en hierdoor een zeer gedetailleerde geschiedenis van de Gooise marken heeft tot stand gebracht, mankeert het deze studie aan situering in zowel de bredere Nederlandse casus als in de uitgebreide historisch-geografische en sociaal-economische literatuur.' Maïka de Keyzer in: Historisch-Geografisch Tijdschrift 29 (2011) 2, p. 92-93; 'Het boek is met liefde geschreven, zoals te verwachten is van een nazaat van een Huizer erfgooier. Deze liefde blijkt uit de aandacht voor detail, de betrokkenheid bij gebeurtenissen en personen, maar ook uit de keuze van de prachtige illustraties (waaronder 16 pagina's in kleur). De auteur heeft veel gelezen en enorm veel bronnenmateriaal over de Gooise marken samengebracht. En uit het weerbarstige materiaal heeft hij een coherente studie opgebouwd.' Bas van Bavel in: BMGN 126 (2011) 3, p. 93-94; 'Anton Kos heeft een prettig leesbaar boek geschreven dat, verlucht met vele illustraties, voorbeeldig is uitgegeven. het geeft een welhaast uitputtend overzicht van de geschiedenis van de erfgooiers en hun markegenootschappen.' Sebastiaan Roes in: Pro Memorie 13 (2011) 1, p. 137-142; ‘Als we, overigens met alle terughoudendheid, over een eigen identiteit van het Gooi willen spreken, dan wordt die voor een niet onbelangrijk deel nog immer door het historische fenomeen van die erfgooiersorganisatie bepaald. […] In een niet zo ver achter ons liggend verleden werd het verzet van de Gooiers tegen de aantasting van hun rechten algemeen beschouwd als een achterhaalde en tegen de tijdgeest ingaande reactie. Zij werden afgeschilderd als een conservatief en bij tijden ruw en opstandig volkje […] Deze visie lijkt gelukkig nu definitief achterhaald. Dat hebben we te danken aan een nieuw boek over de erfgooiers en hun markeorganisatie. […] Het mooie van het boek van Kos is, dat hij ons aan de hand van de verordeningen binnen die ene rechtskring van Gooise boeren eigenlijk een typisch middeleeuws (en nieuwe-tijds) instituut voorschotelt, met een sterk conserverend en conservatief karakter, zoals er zovele bestonden in de pre-industriële samenleving. Tegelijkertijd laat hij zien hoe ondanks de institutionele, economisch-sociale en niet in het minst mentale belemmeringen die aan zo’n ruraal systeem vastzitten, er blijkbaar toch opmerkelijke veranderingen kunnen plaatsgrijpen. Want ook al werden oude verbanden ontzien, er werden als het erop aan kwam, wel degelijk nieuwe verhoudingen gecreëerd. […] Mooi vind ik de passage waarmee Kos’ conclusie van het laatste hoofdstuk (6) begint, laat ik die als blijk van instemming met de inhoud en waardering voor dit belangrijke boek integraal aanhalen: Het was net als water dat de steen uitholt; langzamerhand werden de gewoonterechten van de erfgooiers binnen het vigerende en op Romeins recht gestoelde geschreven recht gebracht. En daarmee ingekapseld […], waardoor ze gedoemd waren te verdwijnen.’ Prof. dr. P. Leupen in: Tussen Vecht en Eem 29 (2011) 1, p. 31-36; 'Afgaand op de ondertitel zou men kunnen denken dat deze studie vooral gaat over agrarische geschiedenis. En inderdaad komen we heel wat te weten over het gebruik van de gemene gronden, zoals het laten grazen van koeien en paarden op de weiden, de schapenhouderij op de heiden, het turfsteken en grasmaaien, de houtkap en het eikelen van varkens in het bos. Maar deze studie gaat ook over de conflicten die veroorzaakt werden door de schaar- en bosbrieven tussen de verschillende dorpen en over de processen die gevoerd werden voor het Hof van Holland en de Grote Raad van Mechelen als de Gooise boeren in conflict kwamen met de stad Naarden of de Hollandse graaf. Verder is er een hoofdstuk gewijd aan de vele grensconflicten, omdat het vaak onduidelijk was welke gronden nu wel en welke niet deel uitmaakten van het Gooi.' Aron de Vries op: www.historischhuis.nl/recensiebank 02-02-2011; 'Dit proefschrift gaat over de oorsprong en ontwikkeling van de Gooise weide-, heide-, veen- en bosgebieden in de Middeleeuwen. Deze waren de inzet van de strijd om de macht tussen de Hollandse graaf Floris V en de heren van Amstel. Ze vormden een bufferzone tegen de bisschop van Utrecht. Later ging het vooral om de gebruiksrechten van deze "gemene gronden". [...] Wie meer wil lezen over de "erfgooiers", moet deze studie niet ongelezen laten.' Marjoke de Roos in: Geschiedenismagazine 46 (2010) 1, p. 61. Verder gesignaleerd in: Vitruvius. Onafhankelijk vakblad voor erfgoedprofessionals 4 (2011) 14, p. 54.

Aanbevolen bij dit artikel :

Gratis verzending in Nederland boven €10,00
Alles uit de Nederlandse geschiedenis komt aan bod!
Kortingen op geselecteerde titels

Social Media

Volg ons en blijf op de hoogte van nieuwe producten, presentaties en acties.

Adres

Uitgeverij Verloren B.V.

Torenlaan 25
1211 JA Hilversum
Tel: 035 685 9856
E-mail: info@verloren.nl
KVK: 32039230
BTW: NL805459716B01


Voor vragen over bestellingen:

Tel: 035 685 9856
E-mail: bestel@verloren.nl

Openingstijden

Maandag:
08:45-18:00
Dinsdag:
08:45-18:00
Woensdag:
08:45-18:00
Donderdag:
08:45-18:00
Vrijdag:
08:45-18:00
Zaterdag:
GESLOTEN
Zondag:
GESLOTEN

In deze webshop kunt u veilig winkelen & betalen

Ideal Paypal Bancontact HTTPS Beveiligd
Copyright 2021 Uitgeverij Verloren | Algemene voorwaarden | Retourneren | Privacybeleid