Van tresorier tot thesaurier-generaal
Jaar van uitgifte 1996
Nur1 680
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze geb
Bladzijdes 576
Redactie J.Th. de Smidt
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: Woord vooraf   Hollandse graven, Bourgondische hertogen en Habsburgse vorsten: J.A.M.Y. BOS-ROPS, Kamerheer, kanselier, tresorier. Financieel beheer in de Nederlandse gewesten vóór de overgang naar het Bourgondisch-Habsburgse statencomplex   H. DE SCHEPPER, Beleid en bestuur inzake de hoge overheidsfinanciën in het Bourgondisch-Habsburgse Nederland. Ontstaan en plaatsbepaling van de thesaurier-generaal   De Republiek der Verenigde Nederlanden 1588-1795: S. GROENVELD, De institutionele en politieke context   E.H.M. DORMANS, De economie en de openbare financiën van de Republiek   H.A.M. DE WIT, Formele positie en bevoegdheden van de thesaurier-generaal   R.M. SPRENGER, De thesaurier-generaal aan zijn bureau en op dienstreis   Van de Bataafs-Franse tijd naar het Koninkrijk der Nederlanden: T.J.E.M. PFEIL, Van thesaurier-generaal tot Generale thesaurie. Schatkistbeheer in de eerste helft van de negentiende eeuw (1795-1848)   H. BOELS/JOH. DE VRIES, De thesaurier-generaal in een veranderende wereld. De tweede helft van de negentiende eeuw, 1848-1905   JOH. DE VRIES, De Generale thesaurie in de twintigste eeuw   Geraadpleegde archivalia   Noten   Bijlagen   Register van persoonsnamen   Over de auteurs en de redactiecomissie

Van tresorier tot thesaurier-generaal

9065505423
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Zes eeuwen financieel beleid in handen van een hoge Nederlandse ambtsdrager.
 

 

In 1387 werd voor het eerst het woord 'tresorier' gebruikt als aanduiding voor de centrale financiële ambtenaar in Den Haag. Zes eeuwen lang heeft deze topambtenaar kans gezien in de politieke luwte beleid te helpen vormen, dat in de Republiek door raadpensionarissen en in onze tijd door ministers met gevaar voor hun (politieke) leven naar buiten werd gedragen. Natuurlijk valt de schatkistbewaarder uit de 14e eeuw nauwelijks te vergelijken met zijn ambtgenoot de thesaurier-generaal anno 1996. Toen waren de overheidskas en de huishoudkas van de graaf één en hetzelfde geldmandje, dat al door de Romeinen met fiscus werd aangeduid. Onder de Bourgondiërs en Habsburgers werd het overheidsapparaat geïnstitutionaliseerd en geprofessionaliseerd en kwam er een tresorier-generaal, die, zoals het een generaal betaamt, boven de tresorier van de beden en de tresorier van de domeinen stond. Of de middeleeuwse 'beden' en de 'generale petitie' van de Republiek der Verenigde Nederlanden beschouwd kunnen worden als de voorlopers van onze miljoenennota is nog maar de vraag, het was in elk geval wel de thesaurier die de generale petitie opstelde. Onder koning Willem I was er geen ruimte voor een thesaurier; een 'generale thesaurie' was voldoende. Na Thorbecke veranderde de situatie, maar pas in 1909 mat de toenmalige administrateur van de generale thesaurie, Ant van Gijn, zich de titel thesaurier-generaal weer aan. Van tresorier tot thesaurier-generaal is een eerste poging tot beschrijving van dit onderbelichte, oude beroep. Het bevat ruim 100 illustraties en is geschreven door een groep deskundigen.