Middeleeuws kladwerk
Jaar van uitgifte 2009
Nur1 684
Nur2 621
Reeks naam Schrift en Schriftdragers
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze geb
Bladzijdes 373 + CD
Reeks nummer 4
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Wat ik in deze dissertatie bijzonder apprecieerde, was de globale benadering van de problematiek rond het autografenonderzoek. Bij mijn weten is dit een eerste synthese van alle studies die betrekking hebben op deze kwestie. [...] Het moet gezegd dat historici soms met ontzag de codicologische vaardigheden van literatuurhistorici gadeslaan. Ook in dit proefschrift is in deel II een bijzonder meticuleuze beschrijving terug te vinden van het handschrift in kwestie (BRUSSEL, KBR 17017) waarop niets aan te vullen valt. [...] Toegegeven: de herkomstbepaling van afschriften brengt op zich niets bij over de conceptie van de autograaf van boek VI, maar het kan wel veel leren over het reële "publiek" van de tekst, de tekstreceptie en dus - opnieuw - de omgeving waarin deze aanvulling op Brabants' geschiedenis relatief kort na het ontstaan ervan gekopieerd werd. Het zou dus de moeite kunnen lonen om dit sterk Brabants-gezind netwerk te betrekken in het hele plaatje. Ik ben me er zeer goed van bewust dat ik door een mediëvistische bril naar dit zeer uitzonderlijke handschrift kijk, zodat deze suggesties voor verder onderzoek geenszins als een tekortkoming mogen beschouwd worden. Houthuys geeft in haar werk zelf ook meermaals bijkomende onderzoekspistes aan die het uitspitten meer dan waard zijn. Ze koppelt de wijzigingen die het tekstcorpus onderging bovendien zelf ook vlot aan de extraliteraire, historische context.' Valerie Vermassen in: Queeste 18 (2011) 1, p. 84-87; 'Le travail ne présente pas uniquement les résultats de recherche concernant l'histoire du ms. précité et l'interprétation du texte. En étudiant l'autographe comme genre et comme source littéraire et historique, le livre dépasse, en effet, le cadre délimité de l'historiographie brabançonne.' A. Kelders in: Bulletin Codicologique 63 (2009) 2, p. 176-177; ‘Er zijn van die boeken die op grond van hun titel en een vluchtige kennisname nou niet de uitdagendste klus voor een recensent lijken. Dit is er eentje. Maar wat in dit geval achter de zakelijke titel en de chocoladebruine kaft met middeleeuws gepriegel schuilgaat, is een spannende zoektocht, ook nog eens beeldend en fris geschreven. […] Dit is natuurlijk een acribische, gedetailleerde en naar volledigheid strevende studie van een kenner van filologie, paleografie en middeleeuwse handschriften. Niettemin verliest de schrijfster nooit het menselijke handelen en denken hierachter uit het oog. Haar boek is helder gecomponeerd, houdt de lezer in veel passages knap bij de les en munt uit in concrete en vaak nieuwe gevolgtrekkingen.’ Arnoud-Jan Bijsterveld in: Noordbrabant Historisch Jaarboek 28 (2011) p. 210-211; ‘In haar studie analyseert Houthuys dit “klad” op een fraaie manier, zodanig dat de lezer uiteindelijk beseft dat achter het weinig fraaie uiterlijk een ware literair-historische schat verborgen zit. […] De studie van Houthuys is bewonderenswaardig. Zij betreedt het nauwelijks ontgonnen terrein van de Middelnederlandse autografen, waarbij zij observaties op codicologisch detailniveau plaatst in een breder kader. Overtuigend weet zij de correcties in het handschrift te verbinden met de opvattingen van de schrijver, met de wensen van zijn opdrachtgevers of het politieke klimaat waarin zij leefden. Daarbij valt het op hoeveel sympathie zij koestert voor de schrijver Wein van Cotthem, wellicht omdat zij (zoals ze zelf in het voorwoord aangeeft) hem zo lang en bijna intiem heeft kunnen bespieden. Maar soms kan die sympathie storend worden, namelijk wanneer de auteur erg kritiekloos tegenover Van Cotthem staat. […] Kanttekeningen kan men ook plaatsen bij het feit dat Houthuys nergens de representativiteit problematiseert van Wein van Cotthem ten aanzien van andere middeleeuwse schrijvers. […] Ondanks deze kritiek is Middeleeuws kladwerk een studie die lof verdient. […] Door de uitgebreide bespreking van eerder onderzoek en kritische bespreking van termen en methoden zal het boek een ijkpunt zijn in de studie van Middelnederlandse autografen.’ Joost van Driel in: VakTaal (2009) 3/4, p. 30-31; ‘Van groot belang is het hoofdstuk waarin over autografen in het algemeen wordt gesproken (51-92). Enerzijds, omdat er voor het eerst een poging is gedaan om een lijst te geven van alle uit de Lage Landen overgeleverde autografen (opgenomen als Bijlage I op de cd-rom), anderzijds omdat het begrip “autograaf” indringend wordt behandeld. De lijst van autografen kan aanzetten tot nader onderzoek van de (Middelnederlandse en Latijnse) autografen uit de Lage Landen; de overwegingen over het begrip “autograaf” zijn voor de mediëvistiek in het algemeen zeer nuttig.’ Marco Mostert in: BMGN126 (2011) 4, p. 113-115; ‘Het boek doet zijn studieopject de eer aan die het verdient: het is helder en levendig geschreven, goed gedocumenteerd, met een bewonderenswaardige systematische bespreking van talloze minuscule alteraties en rijk aan bijzondere observaties die het belang van deze ee casus overstijgen.’ Renée Gabriël in: TNTL 125 (2009) 1, p. 97-98.

 

Middeleeuws kladwerk

Astrid Houthuys | 9789087040635
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

De autograaf van de Brabantse yeesten, boek VI (vijftiende eeuw).
 

 

In het najaar van 1430 heerste er in Brussel een opgewonden stemming. Het hertogdom Brabant was net overgegaan in Bourgondische handen en het stadsbestuur trok alle registers open om het paleis op de Coudenberg tot hoofdverblijfplaats te maken van de nieuwe hertog Filips de Goede. In het kader van deze Brusselse residentiepolitiek werd de Voortzetting op de Brabantsche yeesten geschreven. Bij toeval is een deel van deze kroniek in kladversie bewaard gebleven. 94 folio's lang kijkt men de auteur op de vingers terwijl hij zijn boek concipieert en in latere fasen herwerkt, een unicum voor het Middelnederlands. Deze kladautograaf biedt dan ook een uitzonderlijke kans om het compositieproces en het poëticale profiel van een vijftiende-eeuwse dichter-historiograaf te reconstrueren. Uitgaande van de zelfcorrectie van de auteur beschrijft Astrid Houthuys zijn opvattingen over stijl, grammatica en historiografie. Ook de politieke en maatschappelijke verhoudingen speelden een rol in het correctiegedrag van de dichter.