Macht en gezag in de negende eeuw
Jaar van uitgifte 1995
Nur1 684
Nur2 631
Reeks naam Utrechtse Historische Cahiers
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 179
Redactie Mayke de Jong e.a.
Reeks nummer 16 (1995) 2/3
Plaats van uitgave Utrecht
Druk 1

Inhoud: MAYKE DE JONG, Macht en gezag in de negende eeuw. Een inleiding   JAN VAN DER HEIDEN, Van achterman tot opperheer. Machts- en gezagsuitoefening door Karel de Kale   ROLF DE WEIJERT, Intra in gaudium domini tui. Het ideale koningschap bij Hincmar van Reims   LEONIE VAN BECKUM, Een keizer onttroond. De crisis van 833   CARINE VAN RHIJN, Promitto et perdono vobis. Plechtig zweren en beloven in de Annalen van Sint-Bertijns   MARTIJN VAN DER KAAIJ, De Bretonse kroon. Karolingen en de Bretonse vorsten in de negende eeuw   ALBRECHT VAN DIEM, Een verstoorder van de orde. Gottschalk van Orbais en zijn leer van de dubbele predestinatie   MARIE-THÉRÈSE BOS, Wat is overspel?   FREYA WOLF, De Karolingische troonopvolgingen

Macht en gezag in de negende eeuw

9065502696
20,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

 

De politieke en culturele geschiedenis van het Karolingische rijk staan de laatste jaren weer volop in de belangstelling. Een centraal thema in de discussie is het functioneren van het publieke gezag in deze periode. Het Karolingische rijk is een goed voorbeeld van een 'vroege staat', hetgeen wil zeggen dat het gezag van vorsten niet vanzelfsprekend was. Om te kunnen regeren, moesten zij zowel persoonlijk ontzag af kunnen dwingen, als behendig kunnen samenwerken met aristocratie en kerk. Dit samenspel van krachten en machten is het onderwerp van de bundel Macht en gezag. De artikelen komen voort uit een werkcollege met dezelfde titel dat in de herfst van 1992 aan de Universiteit van Utrecht gehouden werd. Uitgangspunt waren de Annalen van Sint-Bertijns, een verslag van de gebeurtenissen van het West(-Frankische) Rijk gedurende de periode 830-831. Acht studenten en hun begeleider doen nu publiekelijk verslag van hun gezamelijke terreinverkenning, die overigens niet tot de politieke geschiedenis beperkt bleef. Ook disciplinering ten aanzien van theologische en morele kwesties komen aan de orde, met als centrale vraag: waar lagen de grenzen van macht en gezag?