Waterschappen in Nederland
Jaar van uitgifte 1993
Nur1 680
Nur2 940
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 208
Redactie J.C.N. Raadschelders e.a.
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: J.C.N. RAADSCHELDERS/Th.A.J. TOONEN, Waterland en waterschap bestuurskundig bekeken   J. IJFF, Omwentelingen in het waterschapsbestel 1968-1993   F.M. VAN DER MEER/J.C.N. RAADSCHELDERS, Waterschapspersoneel en waterschapsorganisatie 1900-heden   G.J. BORGER, Waterschap en fysische omgeving   B. DOLFING, Vroegste ontwikkeling in het Waterschap   H.S. DANNER, Stedelijke invloed op de zeventiende-eeuwse droogmakerijen   W.L. KLOOSTERMAN, Het Waterstaatsbeheer in de Bataafs-Franse tijd: 1795-1813   C.H. BRAINICH VON BRAINICH-FELTH, Centralisatie en Waterschapswetgeving   P. GLASBERGEN, Waterschappen en integraal waterbeheer. Een oefening in afstemming van beleid en beheer   H.J.M. Havekes, Waterschapsrecht in ontwikkeling   A.G. VAN MALENSTEIN, Waterschap in internationaal perspectief   J.C.N. RAADSCHELDERS/Th.A.J. TOONEN, Theorie, casus en perspectief voor onderzoek

Waterschappen in Nederland

9789065503657
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Een bestuurskundige verkenning van de institutionele ontwikkeling.
 

 

Voor elke levensgemeenschap is water van belang. Voor ons land bracht het vruchtbare landbouwgronden, rijke visgronden, natuurlijke verkeersaders en technologische inventiviteit gericht op het temmen en ten goede gebruiken van het water. Al vroeg in onze geschiedenis - zeker in het westen en noorden van ons land - stond waterbeheer in de aandacht. Individuele pogingen het water van het land te scheiden werden georganiseerd in lokale samenwerkingverbanden, de waterschappen. Deze waterschappen behoren tot de oudste vormen van lokaal bestuur in ons land. In het begin was waterbeheer een belang van alle inwonders: men leefde direct van het land. In de loop der eeuwen is het waterschap echter geleidelijk uit het gezichtsveld van de burger verdwenen. Waterbeheer werd steeds meer een zaak van de direct betrokkenen, landeigenaren en boeren. Er ontstonden ook steeds meer (kleine) waterschappen om het waterpeil steeds nauwkeuriger te kunnen regelen. In 1950 waren er zo'n 2500, die in grootte varieerden van enkele tientallen tot enkele honderden hectaren. Vaak ging het om bemalingseenheden waarvan het peilbeheer door slechts één of enkele agrariërs werd verzorgd. De watersnoodramp van 1953 en de democratiseringstendenzen in de jaren '60 leidden tot een herbezinning op de waterschapstaken en de financiering. Een nieuwe taak werd in 1970 het handhaven van de waterkwaliteit. Inmiddels zijn er nog slechts 118 waterschappen over en het proces van schaalvergroting is nog steeds gaande. Gezien de toegenomen verstrengeling tussen waterschappen enerzijds en rijk, provincies en gemeenten anderzijds alsmede de democratisering in en van de waterschappen is er alle reden vanuit een bestuurskundig kader naar de waterschappen te kijken. Waterschappen in Nederland biedt daarom een eerste bestuurskundige duiding van de historische en contemporaine ontwikkelingen in het waterschapsbestel.