Religieuze vrouwen: bruid, moeder, zuster
Jaar van uitgifte 1995
Nur1 680
Nur2 704
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 458
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'In zijn totaliteit biedt het boek een gedetailleerd en genuanceerd beeld van leven, werken en betekenis van vrouwelijke religieuzen in de geschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw.' J. Vos in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 23/1 1997.

Religieuze vrouwen: bruid, moeder, zuster

José Eijt | 9065505202
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Geschiedenis van twee Nederlandse zustercongregaties, 1820-1940.
 

 

In kerkelijke en institutionele bronnen zijn vooral sporen van mannen (geestelijken en leken) te vinden waar het gaat om de wordingsgeschiedenis van negentiende-eeuwse zustercongregaties. De bijdrage van vrouwen wordt zelden onthuld. Letterlijk vanaf het begin, vanaf het ontstaan van een congregatie verschijnen vrouwen uitsluitend op het toneel als figuranten. In de dominante geschiedschrijving over het Nederlandse katholicisme worden zij voorgesteld als gehoorzame volgelingen wier daadkracht door de clerus strategisch werd ingezet ten behoeve van de katholieke kerkopbouw en de katholieke emancipatie. Dit beeld wekt de suggestie, dat deze vrouwen geen eigen initiatieven ontplooiden en geen eigen belangen en motieven hadden om als zuster te leven en werken. Door een congregatie te beschrijven vanuit het gezichtspunt van de zusters zelf, zoals José Eijt doet, ontstaat echter een heel ander beeld. Zij beschrijft 'van binnenuit' de geschiedenis van twee Nederlandse congregaties van liefdezusters, de Dochters van Maria and Jozef (zusters van de 'Choorstraat', 's-Hertogenbosch 1820) en de zusters van de H. Carolus Borromeus (zusters 'Onder de Bogen', Maastricht 1837). Haar onderzoek richt zich met name op drie 'lagen' in de leefwereld van vrouwelijke religieuzen: de formele ideologie (het ideaalbeeld dat de vrouwen werd voorgehouden), de wijze waarop deze werd overgedragen en de uitwerking daarvan in de dagelijkse levenspraktijk. Eijt laat zien wat het voor de vrouwen zelf betekende om liefdezuster te zijn en hoe zij, elk op eigen wijze, omgingen met de tegenstellingen tussen ideaalbeeld en praktijk van het religieuze leven. Deze boeiende studie, op het snijvlak van vrouwengeschiedenis en 'histoire religieuse', richt de aandacht op de betekenis van religie voor vrouwen en de vorming van hun gender-identiteit enerzijds en de sekse-specifieke uitwerking van religieus-maatschappelijke ontwikkelingen anderzijds.