Om de ware gemeente en de oude gronden
Jaar van uitgifte 2000
Nur1 680
Nur2 704
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze geb
Bladzijdes 544
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Het boek biedt niet alleen een zorgvuldige en leesbare samenvatting van de bestaande kennis, maar ook allerlei nieuwe gezichtspunten, in vergelijking met de verouderde overzichten van Kuehler en Van der Zijpp. [...] Het uitnemende werk gaat uitvoerig in op het gemeentelijk leven en de relatie met calvinisten en katholieken.' Guido de Bruin in: Spiegel Historiael 36 (2001) 4/5, p. 213. 'In Om de ware gemeente en de oude gronden geeft Samme Zijlstra een voortreffelijke synthese van hetgeen de afgelopen decennia in het historisch onderzoek naar voren is gekomen over het verleden van deze kerkelijke stroming en corrigeert hij op vele punten het beeld dat bekende historici als Van der Zijp, Kuhler en Mellink in het verleden hebben geschetst. [...] Het werk van Zijlstra is een schoolvoorbeeld van moderne kerkgeschiedschrijving. De auteur heeft zowel aandacht voor de theologische kanten van het verhaal - de soms ingewikkelde denkbeelden van doperse leiders worden glashelder uiteengezet - als voor de sociale en culturele aspecten. Het resultaat is een goed geschreven en logisch opgebouwd overzichtswerk, dat samenhang brengt in het veelkleurige beeld van de doperse beweging.' Dr. P.H.A.M Abels in: Reformatorisch Dagblad 17-01-2001. 'Zijlstra's boek is een grote aanwinst voor de doperse geschiedschrijving. Niet gehinderd door enigerlei vorm van confessionele betrokkenheid, laat staan apologetische behoefte, heeft hij de casus met wetenschappelijke distantie behandeld. Hij heeft moed getoond door dopers-heilige huisjes af te breken, of deze met behulp van nieuwe fundamenten te restaureren.' Piet Visser in: Fryslan 6 (2000) 4, p. 3-6. 'Hoewel "confessievorming", religieuze standaardisering dus, onvermijdelijk was, heeft de doperse gemeente altijd iets bewaard van de jeugdige idealen van de humanisten en reformatoren: persoonlijke getuigenis en ingetogen leven naar het voorbeeld van de vroege christenen. Daar handelen bij Zijlstra een paar mooie hoofdstukken over. Zijlstra's conscientieuze verslag van een kleine geschiedenis tegen de hoofdstroom in, vraagt om een vervolg.' Samuel de Lange in: NRC Handelsblad 18-05-2001. 'Vanaf nu zal wel Samme Zijlstra het belangrijkste standaardwerk zijn voor de geschiedenis van de Nederlandse dopersen tot 1675.' John Exalto in: Nederlands Dagblad 15-12-2000. 'Het onderzoek van Zijlstra toont aan dat Menno Simons een belangrijke rol heeft gespeeld in het in rustiger vaarwater brengen van de doperse beweging met name in Noord-Nederland en Noord-Duitsland.' Ype Schaaf in: Historisch Nieuwsblad 27-01-2001, p. 17. 'Zijlstra heeft met deze studie een belangrijke bijdrage geleverd aan the great escape uit een sterk godsdienstig verzuilde geschiedschrijving. De kunst is nu een interpretatie te geven van religieuze veelvormigheid zonder de suggestie te wekken dat sprake was van vormeloosheid. Zijlstra's treffende protret van het Noord-Nederlandse doperdom toont een herkenbaar hart met nevelige contouren. De doperse identiteit droeg het stempel van de grote buitenwereld en veranderde voortdurend onder invloed van vele politieke en godsdienstige seizoenswisselingen. Een nauwkeurige beschrijving en analyse van deze ontwikkeling, in de trant van Zijlstra, ontneemt ons oude zekerheden gebaseerd op een uitsluitend inwaarts gerichte blik en voortgekomen uit een zoektocht naar tijdloze waarden. De oogst is echter belangwekkend: een heldere, afgewogen, en wezenlijk historische kijk op het godsdienstige gekrioel aan de voet van onze inmiddels postverzuilde kerkgeschiedenis.' Marianne Roobol in: Holland 34 (2002) 1, p. 23-25. 'De onderzoeksresultaten van dit boek zijn evident. Spiritualisme en biblicisme in hun onderlinge afhankelijkheid krijgen beide hun plaats in de beschrijving van het begin van de doperse beweging. De mythen rond de voorlopers van de doperse beweging, in casu de Waldenzen, de Moderne Devotie, de sacrementariërs, maar ook rond het vermeende proletarische karakter ervan, worden ontzenuwd. [...] Door al deze correcties heeft Zijstra een veel evenwichtiger beeld van de doopsgezinden in de zestiende en zeventiende eeuw geschilderd dan uit eerdere studies opdoemt. Ook met betrekking tot de kwantitatieve gegevens is hij ontmythologiserend te werk gegaan. Zijlstra schat het aantal doopsgezinden halverwege de zeventiende eeuw op zo'n 60.000 zielen, 3% van de bevolking van de Republiek. Van een dramatische terugloop van dit getal in de zeventiende eeuw is hem weinig gebleken.' Sjouke Voolstra in: Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis 4 (2001), p. 110-114. 'Dergelijke bedenkingen doen echter nauwelijks afbreuk aan een werk dat misschien niet zozeer qua omvang, als wel qua inhoud monumentaal mag worden genoemd. Het is dat in overdrachtelijke en tragische zin intussen ook, omdat de schrijver betrekkelijk kort na de voltooiing ervan is overleden. Dit werk zal zijn nagedachtenis nog lang levend houden.' Maarten Prak in: Bijdragen en Mededelingen betreffende de Geschiedenis der Nederlanden 118 (2003) 3, p. 371-373. Verder gesignaleerd in: Dutch Review of Church History 82 (2002), p. 165; Cd-rom Leesidee 2000-2005; De Wekker 111 (2002) 15, p. 222-223; Protestants Nederland (2001) 10, p. 14-16; Genealogie (2001) 7, p. 119; Hollands Historisch Magazine 6-2, p. 25; Trouw 25-11-2000; Reformatorisch Dagblad 22-11-2000; NBD Biblion 17-05-2001; De Bazuin 09-03-2001; de Volkskrant 29-12-2000; Friesch Dagblad.

Om de ware gemeente en de oude gronden

S. Zijlstra | 9065506314
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Geschiedenis van de dopersen in de Nederlanden 1531-1675.
 

 

'Dit land is even vol met sekten als de zomer vol is met muggen', schreef een gereformeerde auteur over de Nederlanden in het begin van de zeventiende eeuw. Tot die sekten behoorden in zijn ogen ook de doopsgezinden of de mennisten, die op dat moment al een roerige geschiedenis achter de rug hadden. In 1534 hadden de dopers onder leiding van Jan van Leyden in Munster een koninkrijk opgericht, dat na bijna anderhalf jaar te gronde ging. Daarna volgde een tijd van overdenking. Het doperse gedachtegoed ontwikkelde zich toen in pacifistische richting. Rond 1600 maakten de volgelingen van Menno Simons 10 tot 20% van de bevolking uit in Friesland, Holland, Groningen en delen van Overijssel. In dit boek wordt de geschiedenis van het doperdom beschreven. S. Zijlstra laat zien hoe de doopsgezinden hun identiteit wisten te bewaren in een maatschappij waarin zij in de minderheid waren. Vooral tegenover de gereformeerde religie, na 1580 de heersende, moesten de dopersen zich verdedigen. Ook de staat werd in deze polemiek betrokken. Daarnaast besteedt Zijlstra uitvoerig aandacht aan de geloofswereld van de dopersen en de plaats die zij innamen in de toenmalige maatschappij.