Zorgen in Gods naam
Jaar van uitgifte 1998
Nur1 686
Nur2 704
Status uitverkocht
Taal Nederlands
Auteur(s) José Eijt
Bindwijze ing
Bladzijdes 381
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Op compositorisch fraaie wijze weet Eijt het perspectief van de zusters te vermengen met het schetsen van de thematische ontwikkelingen. Zij bereikt dit effect door de thema's te omringen met indrukken van de zusters zelf.' M. Van der Burg in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 1999/2. 'Zorgen in Gods naam. Ursulinen van Bergen 1898-1998, is een met veel kennis van zaken geschreven boek. Naast de levensverhalen van de zusters is er ruime aandacht voor de geschiedenis en ontwikkeling van de congregatie, het onderwijs, de zwakzinnigenzorg en de missie. In haar streven om zowel de "zakelijke" ontwikkelingen als de ervaring en beleving van de zusters recht te doen, is de schrijfster uitstekend geslaagd.' Rita Hooijschuur in: BMGN 115/4, 2000.

Zorgen in Gods naam

José Eijt | 9065505881
40,
Niet op voorraad in de webshop
Niet op voorraad
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

De Ursulinen van Bergen 1898-1998.
 

 

Het leven van de zusters Ursulinen van Bergen wordt gekenmerkt door zorg: zorg voor anderen, maar ook zorg voor zichzelf, voor de omgeving en voor materiële aspecten. José Eijt, die de geschiedenis van de zusters beschreven heeft, vat zorg op als een proces, dat vier fasen kent: het signaleren van nood, het nemen van verantwoordelijkheid daarvoor, het daadwerkelijk geven van zorg en de reactie van het zorgobject op de ontvangen zorg. Het is een complex proces: het kan immers bekeken worden vanuit het oogpunt van de zusters zelf, vanuit de kerkelijke en maatschappelijke omgeving en vanuit degenen op wie de zorg zich richtte. Bovendien is er een spanning tussen de zorg voor anderen en die voor zichzelf en tussen de zorg voor het geestelijke en het materiële. Al deze aspecten van de zorgarbeid van de zusters worden beschreven in relatie tot de veranderingen die zich de afgelopen 100 jaar hebben voorgedaan in de opvattingen over zorg. De verschillende zorgterreinen waarop de zusters actief zijn (geweest) - het katholiek onderwijs (1897-1923), huishoudonderwijs, zwakzinnigenzorg en missie (1923-1950), religieus leven en sociaal werk (1950-1980), bezinning en zorg voor de eigen gemeenschap (1980-1998) - worden elk in de vorm van een soort drieluik in kaart gebracht. Het eerste luik schildert een 'groepsportret' van zusters die in het beschreven zorgterrein werkzaam waren, vooral bedoeld als introductie en impressie van het zorgterrein. Het middenluik, het wetenschappelijk deel, toont de context waarin het zorgterrein zich aandiende (wie signaleerde het, welke oplossing werd gekozen en waarom), de ontwikkeling van kwantitatieve en kwalitatieve aspecten (wie nam de verantwoordelijkheid op zich) en de betekenis voor de mensen die zorg ontvingen. Het derde luik verbeeldt hoe de zusters zelf de verleende hulp ervoeren. 'Feitelijk' historisch verhaal en 'persoonlijk' levensverhaal vullen elkaar zo aan waardoor de waarde van beide verhalen wordt vergroot.