De Heren van Amstel 1105-1378
Jaar van uitgifte 1999
Nur1 684
Nur2 681
Reeks naam Middeleeuwse Studies en Bronnen
Status uitverkocht
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 280
Extra geïllustreerd
Reeks nummer 61
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Nazaat Theo van Amstel beschrijft in "De heren van Amstel" de opkomst en de ondergang van zijn geslacht. De familie heeft in hem een kundig biograaf gekregen. Van Amstel schrijft helder en heeft geen last van sentimenten die de onderzoeker met familiebanden kunnen plagen.' In: Nederlands Dagblad 21-5 1999; 'In conclusie is De heren van Amstel 1105-1378 ondanks ernstige tekortkomingen betreffende doordachte vraagstelling (...) een waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving over de familie Van Amstel, met regelmatig ook interessante standpunten over de geschiedenis van het graafschap Holland en het bisdom Utrecht. Bovenal biedt deze studie de kans om de wisselende lotgevallen van een middeleeuwse familie uit de hogere stand te volgen, en om de talrijke factoren die in hun op- en neergang een rol speelden van nabij te observeren: van onopgemerkte ministerialen van de Utrechtse bisschop in de Vechtstreek, via quasi adellijke ridders met landsheerlijke ambities in het Nedersticht, tot bescheiden heren in het hertogdom Brabant.' Filip Van Tricht in: Tijdschrift voor Geschiedenis 114 ( 2000) 1; 'Deze gedetailleerde genealogische en politieke reconstructie is voer voor fijnproevers, maar ik weet dat er daarvan velen zijn onder de genealogen in Noord-Brabant. Het boek van Theo van Amstel is door zijn vakkundige inhoudelijke en uiterlijke verzorging een knap stukje werk: het laat zien waartoe de ijver en het doorzettingsvermogen van een echte liefhebber kunnen leiden. Hopelijk zal de auteur ook nog eens zijn vondsten inzake de reconstructie van de Maaslandse bezittingen van de Van Amstels in de veertiende eeuw publiceren.' Arnoud-Jan Bijsterveld in: Brabants Heem, jrg. 52/3, 2000; 'Es ist von einem Mitglied der Familie selbst verfaßt - und dennoch kein hagiographisches oder genealogisches Buch geworden. (...) Die gelungene Studie macht wichtige Faktoren namhaft, um den spektakulären sozialen Aufstieg dieser Familie verständlich zu machen, und ordnet ihn ein in das ökonomische Aufblühen der ganzen Region im 12. und 13. Jh. Viele genealogische Tafeln und die Edition von 12 Urkunden (...) untermauern die Argumentation.' Marc Boone in: Deutsches Archiv für Erforschung des Mittelalters 58 (2002) 2.

De Heren van Amstel 1105-1378

Th.A.A.M. van Amstel | 9065502998
29,
Niet op voorraad in de webshop
Niet op voorraad
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Hun opkomst in het Nedersticht van Utrecht in de twaalfde en dertiende eeuw en hun vestiging in het hertogdom Brabant na 1296.
 

 

In 1126 werd het toponiem 'Amestelle' verbonden aan de doopnaam van de dienstman van de bisschop van Utrecht die het schoutambt in het gelijknamige rechtsgebied uitoefende: Wolfger de Amestelle. Zo ontstond de geslachtsnaam van het bekende middeleeuwse geslacht Van Amstel. De auteur beschrijft de opkomst van dit Stichtse ministerialengeslacht en zijn vestiging in het hertogdom Brabant na de staatsgreep tegen Floris V in 1296. Volgens Van Amstel waren de 'proto-Amstels' afkomstig uit de Vechtstreek. In Werinon, de oudste parochie van de noordelijke Vechtstreek, bezaten zij vermoedelijk dienstgoederen als vergoeding voor het beheer van de bezittingen van de abdij van Werden. Toen de abdij haar goederen tussen 1050 en 1080 overdroeg aan de kerk van Sint Martinus, kwamen ook de onvrije dienstmannen van Werinon onder gezag van de Utrechtse bisschop. Bij de instelling van het kerkelijk rechtsgebied van Amestelle circa 1085 zond deze een van zijn dienstmannen om er in zijn naam de rechtsmacht uit te oefenen en de verplichte heffingen te innen. Wolfger is de eerste ambtenaar in Amestelle die we bij naam kennen. Nadat de leden van het geslacht Van Amstel, door toedoen van Egbert en zijn zoon Gijsbrecht I, tot erfelijke rentmeesters/dienstmannen van Utrecht waren opgeklommen, maakten zij carrière in de bisschoppelijke militia. Hoezeer zij in macht en aanzien stegen, blijkt wel uit de inlijving van Gijsbrecht II in de ridderschap en het huwelijk van Gijsbrecht III met een dochter uit het geslacht Van Kuyc. Gijsbrecht IV slaagde er met hulp van Floris V in zich los te maken van de Utrechtse bisschop, maar werd op zijn beurt door Floris uitgeschakeld. Als gevolg van zijn deelname aan de staatsgreep tegen Floris V werd Gijsbrecht verbannen en werden zijn goederen verbeurd verklaard. Hij vluchtte naar 's-Hertogenbosch, waar hij bescherming vond bij zijn invloedrijke neef Jan I van Kuyc. Gijsbrechts zoon, Jan I, probeerde tevergeefs om de rechten op de geconfisqueerde leengoederen te herstellen. Hij vestigde zich ná 1304 in het hertogdom Brabant. Zijn nazaten konden op de duur niet meer aan de verplichtingen van hun stand voldoen en verloren langzamerhand hun maatschappelijke invloed.