Vitae Abbatum Orti Sancte Marie
Jaar van uitgifte 2001
Nur1 684
Nur2 704
Reeks naam Middeleeuwse Studies en Bronnen
Status leverbaar
Taal Nederlands
Tweede taal Latijn
Vertaald uit Latijn
Bindwijze geb
Bladzijdes 544
Redactie Inleiding, editie en vertaling H.Th.M. Lambooij en J.A. Mol; met medewerking van M. Gumbert-Hepp en P.N. Noomen
Extra Uitgegeven in samenwerking met de Fryske Akademy
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Naar mijn oordeel bevat de voor ons liggende editie - veel meer dan de genoemde uitgave van de kroniek van het klooster Bloemhof te Wittewierum, en ook bijvoorbeeld de vertaling van de verhalen van de Rijnlandse monnik Caesarius van Heisterbach - een toegevoegde waarde. Met name leidt de mate waarin met behulp van vele deeldisciplines als bodemkunde, naamkunde, bezitsconstructies, patrocinia de geschiedenis van Mariëngaarde, het Friese kloosterwezen en de Friese maatschappij beschreven worden, tot een standaardwerk over middeleeuws Friesland. (...) Kortom, wij hebben te maken met een belangrijke bron en een grondige hisorische studie met spiritueel-monastieke, sociaal-economische en institutioneel-juridische aspecten. (...) De medievistiek heeft met dit teamwork van protestante en katholieke deskundigen een grote stap voorwaarts gemaakt. Maar ook de provincie Friesland en de norbertijnen mogen trots zijn.' Guus Bary in: Tijdschrift voor Nederlandse Kerkgeschiedenis, jrg. 4 (2001). 'De miraculeuze wederopstanding van het weefstertje van Miedum staat beschreven in de levensbeschrijving van vijf abten van het klooster Mariëngaarde. Die latijnse levensbeschrijving is nu in de Nederlandse vertaling verschenen. Daarmee is een bijzonder interessante bron voor kennis van het middeleeuwse Friesland toegankelijk geworden.' Kert Huisman in: Leeuwarder Courant, 12-01-2002. 'De latijnse tekst van de levens is van een nauwkeurige, maar tegelijk soepele Nederlandse vertaling voorzien. Een uitgebreide inleiding beschrijft de geschiedenis van de abtenlevens en van het klooster in de context van de middeleeuwse vroomheid en de Friese samenleving. Indices van namen, zaken en (Latijnse) begrippen ontsluiten deze werkelijk voorbeeldige en fraai uitgegeven editie. Een must voor openbare bibliotheken in Friesland en voor bibliotheken met een wetenschappelijke steunfunctie.' Prof. Dr. P.J.A. Nissen, in: titelinformatie NBD Biblion 14-03-2002. 'Volgens Heman Lambooij, de vertaler van de tekst en eindredacteur Hans Mol is het handschrift overgeschreven van een oudere tekst die uit de dertiende eeuw dateerde. Volgens hen kan alleen een tijdgenoot er kennis van gehad hebben gezien het vele feitenmateriaal over dertiende-eeuwse personen. Met dit werk is dan ook een bijzonder interessante bron voor kennis van het middeleeuwse Friesland toegankelijk geworden.' In: Ons Erfgoed, jg.10/2 (2002). 'De tekst wordt voorafgegaan door een werkelijk schitterende inleiding: historisch, teksthistorisch, kloosterhistorisch. Door die vrij omvangrijke studie krijgen de levensbeschrijvingen een heel goede achtergrond. Misschien is de helderheid ervan nog bewonderenswaardiger dan de eruditie (juist op die terreinen die aan erosie beginnen te lijden) die eruit blijkt. (...) Mede door de inleiding is de uitgave een klein (of groot, maar ik blijf in de geest van de nederige abten) monument voor een vergeten stuk vaderlandse geschiedenis. Wonderen van dichtbij zijn altijd mooier dan van veraf.' Kees Fens in: de Volkskrant, 21-6-2002. 'Het betreft hier, kortom, een combinatie in één band van een belangrijke bijdrage aan de geschiedenis van het Friese kloosterwezen met een toegankelijke uitgave van een bronnencorpus dat niet enkel voor Friesland en de premonstratenzerorde belangwekkend is. Het boek is bovendien prachtig uitgegeven.' Pieter-Jan De Grieck in: Trajecta, jrg.11/1, 2002. 'So stellt diese Ausgabe wirklich eine Grosstat für die Geschichtsforschung des Prämonstratensereordens, aber auch für die friesische Historiographie dar, zu der man den Autoren und der Fryske Akademy nur gratulieren kann.' Ulrich G. Leinsle O.Praem. in: Analecta Praemonstratensia 78 (2002). 'De vertaling is indrukwekkend. Ze blijft trouw aan de tekst, maar vervalt niet in archaïsmen: ze maakt de levendigheid van het Latijn transparant. Samen met de editie brengt ze de abten van Mariëngaarde en hun tijdgenoten met hun kleine en grote beslommeringen dicht bij de lezers van nu.' Ineke van 't Spijker in: It Beaken, jrg. 65, 1-2, 2003. 'Es ist sehr erfreulich, daß mit dieser schönen Publikation inzwischen alle narrativen Quellen zu den nördlichen Regionen der Niederlande im 12. Jh. In modernen Editionen mit (niederländischen) Übersetzungen zugänglich sind.' Wolfert van Egmond, in: Deutsches Archiv für Erforschung des Mittelalters 58 (2002) 2.

Vitae Abbatum Orti Sancte Marie

9789065506726
49,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Vijf abtenlevens van het klooster Mariëngaarde in Friesland.
 

 

De abtenlevens van het in 1163 gestichte premonstratenzer klooster Mariëngaarde bij Hallum vormen de belangrijkste bron voor onze kennis van het Friese kloosterwezen en de Friese maatschappij in volle Middeleeuwen. In deze nieuwe editie - de vorige dateert uit 1879 - gaan de teksten vergezeld van een parallelvertaling in modern Nederlands. De inleiding behandelt niet alleen vorm en functie van de vitae, maar ook de geschiedenis van Mariëngaarde, het Friese kloosterwezen en de Friese maatschappij. De Vita Fretherici, over het leven van de stichter van Mariëngaarde, is een hagiografie, maar één met een overvloed aan betrouwbare feiten. De Vita Siardi houdt het midden tussen een prekenbundel en een vrome managementgids voor kloosteroversten en geeft een goed beeld van de ontwikkeling van de spiritualiteit binnen Mariëngaarde en haar dochterkloosters. De Vitae Sibrandi, Iarici et Ethelgeri vertegenwoordigt meer het genre van de gesta en bevat een levendig relaas van de daden van drie indrukwekkende abten, die zich, in samenwerking met de regionale adel, inspanden om de groei en bloei van hun klooster te waarborgen. De Vitae bieden een schat aan informatie over de bijzondere, niet-feodale samenleving van de Friese landen in de twaalfde en dertiende eeuw.