Onno Zwier van Haren (1713-1779)

Specificaties

Jaar van uitgifte 1996
Nur1 681
Nur2 621
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 470
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Onno Zwier van Haren (1713-1779)

Pieter van der Vliet | 9065505504
49,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Staatsman en dichter.
 

 

Uit gefluister tussen zijn aanstaande schoonzus Betje en zijn aanstaande bruid Carolina begreep Willem van Hogendorp op zondagavond 10 februari 1760, dat Betje 'door haaren vader, tot zeer verregaande oneerlijke zaaken aangezogt moest zijn'. De volgende dag beschuldigde ook Carolina haar vader, de Friese edelman Onno Zwier van Haren, van incest. Heel Den Haag was in rep en roep. Van Haren had verschillende belangrijke openbare functies bekleed en was op het moment van de beschuldiging namens Friesland lid van de Staten-Generaal. Aan zijn politieke carrière kwam abrupt een einde. In zijn grietenij in Wolvega schreef hij in betrekkelijk korte tijd een omvangrijk literair oeuvre bestaande uit toneelstukken, lierdichten en een epos over de geuzen. In zijn werk probeerde Van Haren aan te tonen, dat de beschuldiging van incest politieke achtergronden had. Om dit aannemelijk te maken, stelde hij zichzelf voor als een goed vaderlander die een uitstekende relatie had opgebouwd met de inmiddels overleden Willem IV en prinses Anna. Uit jaloezie hadden zijn vijanden hem willen treffen. In de keuze en uitwerking van zijn onderwerpen uit de geschiedenis van de Nederlanden, waarmee hij bestaanszekerheid hoopte terug te winnen, is Onno Zwier van Haren een vernieuwend dichter geweest. Hij was een romanticus, zo niet avant la lettre, dan toch van het eerste uur. Deze interessante biografie, die opent met een niet eerder gepubliceerde studie van W.J.C. Buitendijk naar jeugd en afkomst van Onno Zwier van Haren, beweegt zich zowel op historisch als op literair terrein. De onverkwikkelijke geschiedenis van 1760 vormt het scharnier tussen leven en werk van de staatsman en dat van de dichter.