Willem Lodewijk, graaf van Nassau (1560-1620)
Jaar van uitgifte 1994
Nur1 680
Status uitverkocht
Taal Nederlands
Vertaald uit Latijn
Bindwijze genaaid gebrocheerd in slap omslag
Bladzijdes 206
Redactie Vertaling P. Schoonbeeg, redactie F.R.H. Smit, E.H. Waterbolk en F. Westra
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: E.H. WATERBOLK, Van grafrede naar biografie   R.G. NONNER-HIENKES, Willem Lodewijk in beeld: een portret-iconografie   UBBO EMMIUS, Willem Lodewijk, graaf van Nassau, uitvoerige grafrede waarin heel het leven en daden van deze graaf worden beschreven

'De vertaler P. Schoonbeeg verdient alle lof voor zo'n lastige en schier onopgemerkte taak. De annotatie is uitstekend en het boek laat zich lezen als een spannende geschiedenis van onze Noordelijke gewesten in de tachtigjarige oorlog.' A. van der Lem in: Spiegel Historiael, september 1994

Willem Lodewijk, graaf van Nassau (1560-1620)

Ubbo Emmius | 9789065503824
25,
Reserveer
 
Verstuur

U kunt nu reserveren!

Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe.
 

Dit boek is uitverkocht. Als U reserveert en er komen meer reserveringen binnen, kunnen wij kijken of een bijdruk wellicht op termijn haalbaar is.


'Willem Lodewijk was niet groot van lichaam, maar hij was goed gebouwd, gespierd, beweeglijk, mooi en bestand tegen inspanningen. Zijn geest echter was reeds toen groot, vindingrijk, vrij van traagheid en zwakte, en tevens makkelijk lerend en gevolg gevend aan wie hem raad gaven ....' Hij schepte genoegen 'in ieder spel en oefening waarbij paarden betrokken waren. Wapenen hanteerde hij zelfs met nog meer graagte dan dobbelsteen, bikkels en dergelijke. Dit alles voorspelde, zelfs toen hij nog jong was, dat hij eens een waarlijk groot man zou zijn.' Vlak na de dood van Willem Lodewijk begon Ubbo Emmius, een van de grootste historici van zijn tijd, aan een grafrede. Deze groeide uit tot een historische vertelling in de humanistische (Neolatijnse) traditie. De talrijke vergelijkingen en metaforen dienden om de lezer mee te voeren in de gedachtengang van de schrijver en zijn aandacht vast te houden. Naast de eis van stijverfraaiing gold echter ook de plicht tot stichting, tot zedelijke verheffing. Als rector van de Maartensschool in Groningen had Emmius Willem Lodewijk goed gekend. Willem Lodewijk waardeerde Emmius' grote bekendheid met de geschiedenis der Friezen, met de toestanden en menselijke verhoudingen in Emden en Oost-Friesland. Voor zijn biografie kon Emmius zich baseren op de toen nog ongepubliceerde 'Commentaren' van de adviseur en raad van de stadhouder, Everard van Reyd. Emmius presenteert zijn held naast Willem van Oranje als de 'tweede redder van deze provinciën tegen de Spaanse onderdrukkers'. Willem Lodewijk heeft zijn zeven jaar jongere neef Maurits 'voortdurend zó terzijde gestaan, is hij met adviezen zó van dienst geweest, dat niemand die onze geschiedenis kent, zou kunnen loochenen, dat de helft van de roem en de verdienste hem toekomt'. Emmius' biografie is niet veel geraadpleegd door historici van later tijd, waardoor in de historiografie ook maar weinig aandacht is besteed aan Willem Lodewijk. Ten onrechte. Hij gaf in de noordelijke provincies leiding aan de Opstand, organiseerde de kerkhervorming en het onderwijs en was als stadhouder de hoogste bestuurlijke gezagsdrager. Op de legerhervorming in de Nederlanden heeft hij minstens zoveel invloed uitgeoefend als Maurits. Emmius' biografie, nu fraai vertaald door P. Schoonbeeg en aangevuld met artikelen, biedt een interessante aanvulling op de geschiedschrijving van een belangrijke periode uit de vaderlandse geschiedenis.