Dit boek is nog niet verschenen. Wie het bestelt krijgt het direct na verschijnen (november 2026) toegezonden.
Hij vond zichzelf lijken op een egel, een vriendelijk dier met stekels, Joop Goudsblom, de schrijver, dichter, wetenschapper (1932-2020) die vanaf zijn studentenjaren gezien werd als een groot talent, iemand die het nog ver zou gaan schoppen in de wereld van kennis en cultuur.
Hij werd hoogleraar in de sociologie, een vak waar hij aanvankelijk niets in zag maar waarvan hij een vurig pleitbezorger werd. Zijn werk trok de aandacht in binnen- en buitenland. Hij leidde generaties van studenten op, propageerde het werk van Norbert Elias, pionierde op het gebied van big history, terwijl de taal, het juiste woord, bij alles wat hij deed altijd van doorslaggevend belang was.
Dit boek gaat over zijn werk en leven vanaf zijn benoeming tot hoogleraar. Aan de hand van eigen herinneringen en die van veel anderen beschrijft de auteur de invloed en fascinatie die van deze man uitging. De lezer krijgt een beeld van zijn ontwikkeling als geleerde, de mensen die daarbij een belangrijke rol speelden, zijn vriendschappen, zoals met Renate Rubinstein en Judith Herzberg, zijn optreden als leermeester en ook achter de schermen, in de huiselijke sfeer. Zo is het boek een aanvulling op Goudsbloms memoires die hij aan het eind van zijn leven schreef en die stoppen in het roerige jaar 1968 toen hij hooggeleerd werd.
Kees Bruin is historisch socioloog, was assistent van Goudsblom en promoveerde bij hem in 1989. Hij was jarenlang verbonden aan de Algemene Rekenkamer. Hij publiceerde onder meer over adel en patriciaat in Nederland. Zijn laatste boek Wilhelmina in de tram (2024) verscheen ook bij uitgeverij Verloren.