Dit boek is nog niet verschenen. Wie het bestelt krijgt het direct na verschijnen (oktober 2026) toegezonden.
Hoe werd in de Nederlandse christelijke politiek tussen 1879 en 1967 gedacht over de plaats van vrouwen in kerk, gezin en samenleving?
Dit proefschrift laat zien hoe opvattingen over vrouwen binnen de grote christelijke partijen niet alleen werden gevormd door religieuze overtuigingen, maar ook door politieke praktijk en maatschappelijke ontwikkeling. De lezer krijgt inzicht in de wisselwerking tussen deze factoren rond vragen als vrouwenkiesrecht en de arbeid van gehuwde vrouwen.
Centraal staan de ARP, CHU, RKSP en KVP in de periode 1879-1967. Het onderzoek combineert opvattingen uit het gedachtengoed van deze partijen met parlementaire debatten in Eerste en Tweede Kamer. Met name wordt ingegaan op:
- De neothomistische en neocalvinistische mens- en maatschappijvisies
- Standpuntbepaling over vrouwenkiesrecht en arbeid van gehuwde vrouwen
- De opkomst en verankering van het kostwinnersmodel als politiek en moreel ideaal
Het onderzoek laat zien dat het bestaande beeld van christelijke opvattingen over vrouwen te eenduidig is. In werkelijkheid blijkt sprake van meer variatie, ontwikkeling en politieke afweging dan de literatuur vaak veronderstelt. Dit proefschrift dwingt tot een herlezing van de christelijke politieke geschiedenis van vrouwen – minder eenduidig en veel dynamischer dan lang is aangenomen.
Hillie van de Streek (1959) is politiek historicus en gespecialiseerd in de wisselwerking tussen politiek, gender, kerk en wetenschap. Haar werk verbindt politieke analyse met kerk- en vrouwenhistorische perspectieven.