Een samenleving zonder privébezit, zonder geld en met zo weinig mogelijk noodzakelijk werk. Een samenleving waarin iedereen gelijk is en technologie ervoor zorgt dat mensen in harmonie met elkaar en de natuur kunnen leven. Deze ideeën al aan het einde van de negentiende eeuw beschreven door de Amerikaanse utopist Edward Bellamy.
In zijn boek Een ideaal voor iedereen: welvaart, vrede en geluk onderzoekt Bas Nugteren de geschiedenis van de Bellamy-beweging in Nederland – van hun opkomst in 1932 tot ondergang in 2014.
Wie was Edward Bellamy?
“Edward Bellamy, de inspiratiebron voor de vereniging die ik heb beschreven, was een Amerikaanse utopist. Hij leefde van 1850-1898, in de buurt van Boston (Noord-Amerika) en was emotioneel geraakt door de Great Depression die daar in de jaren 70 en 80 van de 19e eeuw enorme effecten had.”
Bellamy zag om zich heen hoe economische ontwikkelingen en sociale ongelijkheid de samenleving beïnvloedden. In reactie daarop beschreef hij een nieuwe wereld waar mensen naartoe zouden kunnen als ze het maar ‘slim aanpakten’. Het resultaat was een utopie: een bijna paradijselijke samenleving waarin iedereen gelukkig en gelijk zou zijn.
Zijn ideeën vonden veel weerklank. Bellamy’s boeken werden bestsellers en boden veel mensen een perspectief op een ander leven. Tegelijkertijd was zijn ideale samenleving een opmerkelijke combinatie van verschillende politieke en maatschappelijke ideeën.
“Het was een beetje een combinatie van christelijke naastenliefde, communistische staatsdictatuur en liberale vrijheden. Wat een combinatie is die je niet snel bedenkt, maar hij wel, en daardoor ook aantrekkelijk was.”
In Bellamy’s ideale samenleving was iedereen volstrekt gelijk. Privébezit bestond niet en geld was afgeschaft. Technologie maakte het mogelijk om mensen niet meer te laten werken dan strikt noodzakelijk was. Ook duurzaamheid speelde een belangrijke rol. De mens moest volgens Bellamy niet meer van de natuur gebruiken dan noodzakelijk was.
Edward Bellamy
Een toekomstbeeld uit 1887
Opvallend is hoe ver Bellamy vooruitkeek. Hij schreef zijn ideeën in een tijd waarin elektriciteit nog maar net aan het ontstaan was, maar zag daarin al de sleutel tot een nieuwe samenleving.
“Hij gaf daar een grote toekomst aan. Hij had het over elektrische steden. Al het vervoer was elektrisch aangedreven.”
Bellamy werkte zijn toekomstbeeld uit in zijn beroemde roman Looking Backward 2000-1887, waarin een man uit 1887 na een zeer lange slaap wakker wordt in het jaar 2000. Via gesprekken en discussies ontdekt hij hoe de samenleving ondertussen is veranderd.
Het boek werd een internationaal succes. Het verscheen in meer dan twintig talen en er werden miljoenen exemplaren van verkocht. Dat succes had volgens Nugteren niet alleen te maken met de ideeën die Bellamy presenteerde. Ook als roman was het verhaal sterk, onder meer door het liefdesverhaal dat door de utopische toekomst heen loopt.
“De ontluikende liefde was ook de ontluikende samenleving. Alles symboliek. Dus het was literair een heel sterk verhaal.”
Toch verdween de belangstelling na verloop van tijd. Steeds duidelijker werd dat Bellamy’s samenleving utopistisch en onhaalbaar was. Bovendien veranderde de economische situatie, waardoor de angst voor crisis en armoede afnam.
Omslag Looking Backward: 2000-1887, Edward Bellamy (1888)
Waarom kwam Bellamy in Nederland opnieuw op?
Juist toen de belangstelling voor Bellamy in Amerika afnam, kreeg zijn gedachtegoed in Nederland in de jaren dertig voet aan de grond. Waarom juist hier?
Nugteren ziet daarvoor twee belangrijke verklaringen. De eerste is het uitgesproken burgerlijke karakter van Bellamy’s ideaal. Zijn ideale samenleving was vooral aantrekkelijk voor een gegoede middenklasse die tijd had om te wandelen, te discussiëren en naar muziek te luisteren.
Maar diezelfde middenklasse kwam in Nederland in de jaren dertig onder grote druk te staan. De economische crisis raakte haar hard. Bellamy wees het kapitalisme – door hem het ‘winststelsel’ genoemd – aan als oorzaak van de ellende. Tegelijkertijd konden veel van zijn Nederlandse aanhangers zich om ideologische redenen niet vinden in de sociaaldemocratie of de vakbonden.
Daarom zochten ze een eigen weg. Het politieke landschap van Nederland was bovendien sterk versnipperd, waardoor er ruimte was voor een beweging die zich ergens tussen sociaaldemocratie en liberalisme bevond.
Een idealistische beweging die geen praktische politiek wilde bedrijven
De internationale vereniging Bellamy groeide uit tot een idealistische en activistische beweging. Voor de Tweede Wereldoorlog had de vereniging op haar hoogtepunt naar schatting 8.000 tot 10.000 leden. Toch bereikte ze uiteindelijk weinig.
Een belangrijke verklaring ligt volgens Nugteren in de manier waarop de beweging met haar idealen omging. Bellamy-aanhangers geloofden sterk dat overtuiging vanzelf tot verandering zou leiden. Wie eenmaal van de ideale samenleving overtuigd was, zou die overtuiging zijn leven lang behouden – en uiteindelijk zouden steeds meer mensen volgen.
“Als je de mensen maar overtuigde en als je het eenmaal gehoord en begrepen had, dan was je voor je leven Bellamy-aanhanger. En zo zou het langzaam als een olievlek de hele samenleving bekeren.”
Daarmee ontstond tegelijkertijd een groot probleem. De beweging wilde zich niet bezighouden met praktische politiek. Wie concrete oplossingen aandroeg voor de problemen van de jaren dertig, werd uit de vereniging gezet.
Na de Tweede Wereldoorlog volgde nog een korte opleving. Daarna liep het ledenaantal steeds verder terug. De opkomst van de verzorgingsstaat speelde daarbij een rol. Mensen kregen meer welvaart en de kapitalistische economie bleek niet uitsluitend negatieve effecten te hebben.
De hardnekkigheid van de Bellamy-aanhangers
Wat verrast Nugteren tijdens zijn onderzoek het meest?
“Nou, toch de hardnekkigheid waarmee men vasthield aan zijn oorspronkelijk idee. Ook toen nieuwe leden vrijwel uitbleven en afdelingen zich ophieven, bleven de oude garde en het bestuur ervan overtuigd dat ze de juiste koers hadden gevolgd. Het ideaal zou uiteindelijk werkelijkheid worden, ook als zij dat zelf niet meer zouden meemaken."
Die houding werd ook vastgelegd in een documentaire Vergeelde toekomst van Cherry Duyns voor de VPRO, waarin de oude Bellamy-aanhangers vertelden dat hun toekomstbeeld misschien niet meer tijdens hun eigen leven zou worden gerealiseerd, maar uiteindelijk wel zou komen.
“En dat het helemaal leegliep, dat was geen punt van zorg geweest. Ze hadden altijd de juiste koers behandeld.”
Waarom hielden de veiligheidsdiensten de beweging in de gaten?
De Bellamy-beweging trok ook de aandacht van de Nederlandse veiligheidsdiensten.
“In de jaren dertig en opnieuw tijdens de Koude Oorlog vermoedden zij dat de vereniging een communistische mantelorganisatie was. Enkele bekende communisten waren inderdaad lid en hadden soms bestuursfuncties. Maar uiteindelijk werden ze uit de Bellamy-beweging geweerd, overigens niet vanwege hun ideeën maar omdat zij praktische politiek wilden bedrijven."
De veiligheidsdiensten volgden de vereniging enige tijd nauwlettend. Uiteindelijk leverde het onderzoek van de veiligheidsdiensten volgens Nugteren weinig op. De leden bleken vooral zeer burgerlijke mensen te zijn, met keurige huwelijken en een rustig bestaan. Bovendien was de beweging begin jaren vijftig al sterk verzwakt.
“Toen zijn ze ermee gestopt.”
Is Bellamy vandaag nog interessant?
De vragen waarmee Bellamy zich bezighield, zijn inmiddels meer dan een eeuw oud. Toch klinken sommige thema’s opvallend vertrouwd: ongelijkheid, verdeling van welvaart, de inrichting van de economie, duurzaamheid en de rol van technologie.
Volgens Nugteren zijn de ideeën van Bellamy niet één op één toepasbaar op de huidige samenleving. Zijn theorie dat het kapitalisme uiteindelijk alleen maar tot crisis en armoede zou leiden, is bijvoorbeeld moeilijk vol te houden nu duidelijk is geworden dat het kapitalisme ook welvaart kan brengen.
Maar verschillende thema’s blijven actueel. Bellamy schreef over vermogensongelijkheid en over rijke magnaten die met hun vermogen invloed konden uitoefenen op de politiek. Ook duurzaamheid en technologische vooruitgang kregen een belangrijke plaats in zijn toekomstbeeld.
“Ja, in die zin is Bellamy altijd actueel, zal ik maar zeggen, in zijn idealen, omdat het idealen zijn die heel breed gedeeld worden.”
Bellamy voorspelde bovendien technologieën die voor mensen aan het einde van de negentiende eeuw bijna onvoorstelbaar waren: radio, televisie, elektrische tractoren en landbouw met elektrisch licht, in kassen, waardoor zelfs ’s nachts gewassen konden groeien. Daarmee raakt zijn gedachtegoed aan een discussie die nog altijd speelt: de overtuiging dat technologie maatschappelijke problemen kan oplossen.
Wat kunnen we leren van de Bellamy-beweging?
Misschien ligt de belangrijkste les van de Bellamy-beweging uiteindelijk niet in het antwoord op de vraag of Bellamy gelijk had. Het is vooral de geschiedenis van de beweging zelf die iets laat zien over de kracht én de beperkingen van idealen.
“Wil je verbetering en verandering in de samenleving krijgen, dan zal je toch samenwerking nodig hebben. Met alleen het propageren van idealen bereik je niets.”
De geschiedenis van de Internationale Bellamy Vereniging laat daarmee zien hoe aantrekkelijk een ideaal kan zijn – maar ook hoe belangrijk het is om dat ideaal om te zetten in daadwerkelijke verandering.