Historische lessen voor digitale soevereiniteit
Historische lessen voor digitale soevereiniteit

Historische lessen voor digitale soevereiniteit

Telegrafie toont parallellen door huidige geopolitieke spanningen

Internationale spanningen zorgen ervoor dat Nederland minder grip heeft op zijn digitale technologie en informatie. Politiek, bedrijfsleven en burgers voelen dagelijks de onzekerheid toenemen. Toch is deze spanning tussen technologie, macht en afhankelijkheid niet nieuw.
In zijn boek De adoptie van de telegrafie in Nederland en Nederlands-Indië, 1845-1914: politieke sturing en economische betekenis, de handelseditie van het gelijknamige proefschrift dat hij op 31 maart 2026 verdedigt, laat historicus Fons Borm zien dat het negentiende-eeuwse ‘wereldtelegraafnet’ Nederland al eerder voor vergelijkbare uitdagingen stelde. 

Wereldwijde communicatierevolutie

Tussen 1845 en 1914 maakte Nederland deel uit van een ongekende wereldwijde communicatierevolutie. Waar informatie vóór 1850 traag en beperkt circuleerde, zorgde de telegrafie voor een radicale versnelling en verandering. ‘Uren gaans’ te voet was de norm. Telegrafie was de eerste vorm van elektronische communicatie die fysieke afstanden bij de uitwisseling van informatie vrijwel ophief. In 1906 telde het wereldwijde netwerk circa 174.000 telegraafkantoren en werden jaarlijks ongeveer 485 miljoen telegrammen verzonden.

Het Verenigd Koninkrijk domineerde het intercontinentale netwerk en gebruikte die machtspositie strategisch: economische druk, politieke spionage, militaire censuur en zelfs het vernielen van zeekabels waren instrumenten van macht. Zolang de internationale verhoudingen stabiel bleven, functioneerde het netwerk voor Nederland. Maar na 1870, met oplopende spanningen tussen het Verenigd Koninkrijk en het Duitse Keizerrijk, werd de afhankelijkheid steeds problematischer.

Telegrafie als publieke dienst

Nederland streefde in deze periode naar neutraliteit en behoud van soevereiniteit, zowel in Europa als in Nederlands-Indië. In Europa slaagde de regering er relatief goed in om technologische soevereiniteit te behouden.

1858, het jaar van de afschaffing van het afstandstarief in de telegrafie, was het jaar van de oerknal van cyberspace in Nederland. 

De Telegraafwet van 1852, geïnitieerd door J.R. Thorbecke, maakte telegrafie tot een publieke dienst door de oprichting van de Rijkstelegraaf. Met de afschaffing van het afstandstarief in 1858 ontstond een nationaal gelijk speelveld: iedereen betaalde hetzelfde tarief voor een telegram van twintig woorden, ongeacht de afstand. Dit vormde een vroege ‘virtuele publieke ruimte’ en versterkte de nationale eenheid. 1858 was het jaar van de oerknal van cyberspace in Nederland. De Rijkstelegraaf stemde binnen de Internationale Telegraaf Unie de toegang en het gebruik af van de telegrafie binnen Europa.

Paniek op Sumatra in 1914

In Azië lag de situatie fundamenteel anders. De Gouvernementstelegraaf in Nederlands-Indië diende vooral de belangen van het koloniale bestuur en de Europese ondernemers. De afhankelijkheid van Britse zeekabels bleef groot.

Pogingen om via samenwerking met het Duitse Keizerrijk een eigen netwerk op te bouwen mislukten. In oktober 1914 werd dit netwerk door het Japanse leger buiten werking gesteld. Eerdere initiatieven, zoals een eigen kabel tussen Batavia en Singapore in 1865, strandden eveneens. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog brak paniek uit op Sumatra: toegang tot zeekabels bleek cruciaal voor het operationeel functioneren van de plantage-economie.

Rond 1913 was telegrafie van dagelijks belang voor circa de helft van de Nederlandse en Nederlands-Indische economie. Markten integreerden, bedrijven professionaliseerden hun planning en controle: 'business build on telegraph' was het devies. Technologische afhankelijkheid had daardoor directe economische en politieke gevolgen.

Pioniers in elektronische communicatie

De eerste gebruiker van telegrafie in Nederland was de Hollandse IJzeren Spoorwegmaatschappij (HIJSM). In 1845 werd als proef een telegraaflijn gelegd tussen Amsterdam en Haarlem. De directe aanleiding was een tragisch spoorwegongeluk op 10 maart 1843, waarbij één dodelijk slachtoffer viel. Dit ongeluk was voor ingenieur-directeur F.W. Conrad van de HIJSM reden om, naar voorbeeld van het Verenigd Koninkrijk, telegrafie te introduceren als middel om de veiligheid op het enkelspoor te verbeteren.

De telegrafie werd al snel ingezet voor de aansturing en controle voor het treinverkeer. Het hoofdkantoor kreeg hiermee de mogelijkheid van centrale productieplanning en besturing. De implementatie van telegrafie binnen de HIJSM leidde tot een fundamentele herstructurering van het informatieregime: de wijze waarop met informatie werd omgegaan. Treinstations en stationschefs gingen via telegrafisten onderling corresponderen over treinbewegingen én, wat nieuw was, met het hoofdkantoor. Het doel was de verbetering van de veiligheid, maar al snel kwam daar centrale planning en controle door het hoofdkantoor bij. De belangrijkste baten lagen vooral in de verhoogde productiviteit.

Een andere vroege gebruiker was de Amsterdamse graanhandelaar P.W. Janssen. Hij handelde tussen 1850 en 1870 voornamelijk in Pruisische en Russische rogge. Hij kocht rogge in bij handelsrelaties in Berlijn, St Petersburg of Odessa, en verkocht deze aan klanten in de Zaanstreek of Schiedam. Zijn arbitragehandel was in de jaren zestig van de negentiende eeuw een vroeg en sterk voorbeeld van ‘business build on telegraph’. In de vroegmoderne tijd gaven Amsterdamse handelaren hun agenten in het buitenland, of soms schippers, doorgaans algemene instructies per post. De agent had een redelijk groot, zelfstandig mandaat om ter plekke te handelen.

Door de telegrafie kon markt- en handelsinformatie snel en direct worden uitgewisseld. Het aantal handelstransacties nam daardoor snel toe.

Dankzij de snelheid van de telegrafie werd het echter mogelijk dat P.W. Janssen vanuit Amsterdam precieze, op het moment zelf afgestemde aanwijzingen kon geven. De telegrafie veranderde daarmee de handelspraktijk ingrijpend. De kapitein en de agent ter plekke verloren hun rol van mandaathouder omdat P.W. Janssen nu door het gebruik van telegrafie zelf direct kon sturen en beslissen. Hierdoor ontstond een geïntegreerde intra-Europese markt op basis van snelle en directe uitwisseling van markt- en handelsinformatie tussen de belangrijke marktplaatsen als Amsterdam, Londen en Berlijn. Het aantal handelstransacties nam daardoor snel toe.

Telegrafie was ‘business media’

Britse aristocratische diplomaten spraken destijds ietwat badinerend over telegrafie als bourgeois technology. Dat was niet helemaal onwaar.

In Nederland en Nederlands-Indië werd de technologie vooral gebruikt door stedelijke handelsnetwerken. Er ontstonden interstedelijke gebruiksgemeenschappen binnen Nederland, binnen Europa, intercontinentaal, binnen Nederlands-Indië en binnen Azië. Het verkeer concentreerde zich binnen deze interstedelijke netwerken, waardoor steden als Amsterdam, Rotterdam en Batavia konden uitgroeien tot belangrijke nationale en internationale communicatieknooppunten. Tachtig procent van het verkeer van telegrammen was geconcentreerd in twintig procent van de knooppunten. De economische adoptie van de telegrafie week hiermee af van de politieke doelstellingen.

In Nederland was het liberale doel om iedere burger de mogelijkheid van toegang te geven door de aanwezigheid van een lokaal Rijkstelegraafkantoor. De betaalbaarheid werd verbeterd door verlaging van de tarieven, zelfs onder kostprijs. Telegrafie werd daardoor feitelijk een gesubsidieerde staatsdienst.

Toch zie je dat er sprake was van asymmetrische ontwikkelpatronen door technologie: grote steden hadden eerder en meer profijt van telegrafie dan kleine plattelandsgemeenten en in Nederlands-Indië bleef de lokale bevolking grotendeels buitengesloten van het gebruik van telegrafie. Daarmee was binnen de koloniale context telegrafie een exclusieve technologie voor Europeanen. De inheemse bevolking en vrouwen gingen pas vanaf de jaren zeventig van de negentiende eeuw een bescheiden eerste rol spelen in de publieke dienstverlening. Overigens was niet iedereen blij met de vernieuwing van telegrafie. De vraag werd gesteld of de verandering naar versnelde correspondentie geen invloed had op het gemoed van de koopman, op zijn hartslag, zijn handelingen, zijn levensgenot en zijn levensgeluk.

Deze ontwikkelingen laten zien dat de technologische levenscyclus van telegrafie, de fasen van opbouw, groei, stabilisatie en afname, werden bepaald door specifieke politieke en economische factoren. Elk geografische regio (intra-Nederland, intra-Europa, intercontinentaal, intra-Nederlands-Indië en intra-Azië) had haar eigen adoptiepatroon.

Geopolitieke machtsverhoudingen bepalen toegang tot en betrouwbaarheid van technologische infrastructuur. Politieke sturing is cruciaal voor soevereiniteit.

Technologische infrastructuur is nooit neutraal

De historische analyse toont duidelijke patronen: technologische infrastructuur is nooit neutraal, geopolitieke machtsverhoudingen bepalen toegang en betrouwbaarheid, en politieke sturing is cruciaal voor soevereiniteit. De negentiende-eeuwse ervaringen met het wereldtelegraafnet bieden daarmee waardevolle inzichten voor het huidige debat over digitale en technologische soevereiniteit in een tijd van geopolitieke onzekerheid.

Drie lessen voor digitale en technologische soevereiniteit

In dit debat kunnen de volgende drie punten worden meegenomen.

  • De historische analyse laat zien dat ook bij technologie gesproken moet worden over ‘politieke technologie’. Bij economie is het begrip ‘politieke economie’ gangbaar omdat we weten dat de verdeling van schaarste een politieke keuze is. Technologie is ook een politieke keuze.
  • Ten tweede is J.R. Thorbecke een voorbeeld van een politicus die een politieke visie had op het gebruik van technologie voor publieke doeleinden. De huidige politiek zou een visie moeten ontwikkelen op hoe technologie gebruikt kan worden voor de versterking van het ‘algemeen belang’.
  • Ten derde: bereid je voor op het allerergste met betrekking tot het gebruik van technologie. Omstandigheden kunnen plotseling drastisch wijzigen, denk aan de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog in augustus 1914, waardoor internationaal afgesproken spelregels radicaal ter zijde worden geschoven.

Meer lezen?

Wilt u meer lezen over hoe technologie, politiek en economie rond telegrafie in de negentiende eeuw onlosmakelijk met elkaar verweven raakten? In De adoptie van de telegrafie in Nederland en Nederlands-Indië, 1845-1914: politieke sturing en economische betekenis leest u hoe de telegrafie uitgroeide tot een krachtig politiek instrument, een motor van economische vernieuwing en een beslissende factor in nationale en koloniale machtsvorming – met verrassend actuele inzichten voor vandaag.

Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg