Van 'vulliscuyl' tot Huisvuilcentrale

Specificaties

Jaar van uitgifte 1996
Nur1 680
Nur2 693
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 144
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Van 'vulliscuyl' tot Huisvuilcentrale

G.N.M. Vis | 9065505296
19,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Vuilnis en afval en hun verwerking in Alkmaar en omstreken van de middeleeuwen tot heden.
 

 

In Alkmaar staat sinds 1994 een huisvuilcentrale, waar al het vuilnis van Noord-Holland boven het IJ en Flevoland wordt verbrand. In Van 'vulliscuyl' tot Huisvuilcentrale laat Vis zien hoe de Hollanders in het verleden met vuil en afval omgingen. Alkmaar staat in zijn verhaal centraal, maar daarnaast is er ook veel aandacht voor de situatie in Hollandse steden als Amsterdam, Haarlem, Leiden en Gouda. In de vijftiende en zestiende eeuw werd het vuil verzameld in vuilnisvaten en vuilniskuilen, die van tijd tot tijd werden geleegd. Vuilnis gebruikte men in die periode vaak voor stadsuitbreiding. Vanaf 1600 werden in Alkmaar de vuilniskuilen en -schuiten aan particulieren verpacht. Onder de pachters zien we regelmatig liefdadigheidsinstellingen als weeshuizen en gasthuizen. De verkoop van vuilnis kon zo winstgevend zijn, dat het aantrekkelijk was kuilen jarenlang te pachten. As en compost werden verkocht aan tuinders tot in Groningen en Vlaanderen toe. In de praktijk bleek echter, dat de pachters het verantwoordelijke schoonmaakwerk in de stad nauwelijks aankonden. De Gezondheidscommissie dwong daarom rond 1870 sterk aan op de instelling van een stadsreinigingsdienst. In Amsterdam kwam deze tot stand in 1878. Alkmaar en verschillende andere Noord-Hollandse gemeenten (onder andere Zaandam en Purmerend) volgden in 1881. De belangrijkste taak van de reinigingsdienst was het ophalen van de tonnen met faecaliën. De inhoud van de tonnen werd vermengd met stadsvuil en organisch vuil en als compost verkocht aan tuinders in de omtrek. Vuil dat niet bewerkt kon worden, werd gestort en verbrand.