Hildegard van Bingen: de vrouw achter de mythe
Hildegard van Bingen: de vrouw achter de mythe

Hildegard van Bingen: de vrouw achter de mythe

Wie was Hildegard van Bingen werkelijk? We kennen haar om haar muziek en visioenen, maar wie de 'Vita Sanctae Hildegardis' leest, ontdekt een veel complexer beeld. In deze oudste levensbeschrijving van Hildegard doemt naast de bekende mystica en componiste een vrouw op met een fragiele gezondheid, die zich als kind onbegrepen voelde en pas tegen haar veertigste levensjaar, na een groots roepingsvisioen, de strijd aanging om gehoord te worden en een stem te krijgen.

In De Vita van Hildegard vertaalde ik deze bijzondere tekst en schreef ik er een inleiding bij. In dit artikel neem ik u mee in de wereld van de Vita en in mijn fascinatie voor deze inspirerende Hildegard in al haar hoedanigheden.

Wie was Hildegard van Bingen?
Hildegard van Bingen (1098-1179) was een Duitse abdis, mystica, visionair, componist en schrijver. Ze werd bekend door haar visioenen, die ze vastlegde in boeken als Scivias, maar schreef ook muziek, brieven en werken over de natuur en geneeskunde. Als vrouw in de twaalfde eeuw wist ze een opvallend zelfstandige positie te verwerven. Ze stichtte haar eigen klooster op de Rupertsberg en onderhield contacten met pausen, geestelijken en andere machthebbers. In 2012 werd Hildegard door paus Benedictus XVI heilig verklaard en benoemd tot kerklerares.

De oudste levensbeschrijving van Hildegard

De Vita Sanctae Hildegardis is een indrukwekkend document. Naast de Hildegard die ons bekend is om haar muziek en visioenen, doemt hier een vrouw op met een fragiele gezondheid die vecht tegen de elementen van haar tijd. Na haar roepingsvisioen volgde een niet minder heftige strijd om een eigen klooster te stichten en te vertrekken van de Disibodenberg, het klooster waar zij opgroeide, naar de Rupertsberg, waar zij haar verdere leven zou doorbrengen met haar medezusters.

De Vita is dicht op de tijd van Hildegard geschreven. Een groot deel is al tijdens haar leven ontstaan: boek I van monnik Godfried van de Disibodenberg en de autobiografische passages van Hildegard zelf. Boek II en III, alsook de prologen, zijn van de hand van magister Theoderik. Hij heeft vlak na Hildegards dood de verschillende onderdelen tot een heiligenleven gesmeed. Iets van het handwerk van zijn eindredactie is nog steeds in de Vita terug te lezen.

Strikt genomen is een heiligenleven geen documentaire of biografie, omdat de beoogde heiligverklaring de nodige objectieve benadering van de persoon in kwestie in de weg staat. Toch is veel in de Vita betrouwbaar te noemen doordat de gebeurtenissen in hun historische context geplaatst worden, ook door Hildegard zelf.

De machthebbers van die tijd krijgen namen: de paus en vele anderen. Daarbij biedt de complexe structuur van de Vita kansen om de gebeurtenissen vanuit verschillende gezichtshoeken met elkaar te vergelijken.

Monnik Godfried van de Disibodenberg beschrijft in boek I hoe hij Hildegard zelf heeft meegemaakt. Hij is getuige geweest van haar leven in de ongemakkelijk kleine kluis naast zijn klooster, haar vele ziekbedden, van de Synode van Trier (1147) en haar vertrek naar het nieuwe klooster van de Rupertsberg.

Wat is de Vita van Hildegard?
De Vita Sanctae Hildegardis is de middeleeuwse levensbeschrijving van Hildegard van Bingen (1098-1179) en een van de belangrijkste bronnen over haar leven en werk. De tekst werd deels tijdens haar leven geschreven en na haar dood samengesteld door onder anderen de monniken Godfried, Theoderik en Wibert. Ook Hildegards eigen woorden zijn erin opgenomen.
De Vita vertelt over haar jeugd, gezondheid, visioenen en roeping, haar strijd om gehoord te worden en de stichting van haar klooster op de Rupertsberg. Zo ontstaat een veelzijdig beeld van de vrouw achter de bekende mystica en componiste.

Verschillende stemmen in de Vita

Hildegards eerste secretaris Volmar heeft aan het eind van zijn leven opgetekend hoe Hildegard zelf over haar roeping en visionaire gaven dacht. Dit zijn de autobiografische passages die in de Vita werden opgenomen.

We zien hier hoe Hildegard dezelfde gebeurtenissen veel meer als een innerlijk proces beschrijft en vanuit haar roeping als profetes. Meer afstand tot de materie heeft magister Theoderik, die als eindredacteur verantwoordelijk is geweest voor de hele vormgeving van de Vita.

Ook Wibert van Gembloux is belangrijk. Hij was Hildegards latere secretaris en zelf getuige van het leven op de Rupertsberg aan het eind van haar leven. Belangrijke gedeeltes van zijn briefwisseling met Hildegard, met name over haar manier van schouwen, zijn in de Vita opgenomen. Ze worden nog steeds gebruikt om de aard van Hildegards visioenen te kunnen definiëren.

Ziekte, zwakte en de kracht van Hildegard

Interessant is hoe Theoderik een algehele duiding en zingeving van Hildegards kwellingen en tegenslagen neerzet aan de hand van metaforen en Bijbelcitaten. Het is de pottenbakker die zijn vaatwerk in de oven beproeft; zo zal ook de ziel van Hildegard worden gelouterd en gehard in het vuur van de oven, door alle weerstand en vijandelijkheid heen.

Als het goed met je gaat is God met je. Als het slecht gaat, word je beproefd, positief geduid omdat je er veel sterker uitkomt.

Een ander terugkerend thema is ‘de deugdkracht die zich in zwakheid vervolmaakt’ (2 Kor. 12:9). Door heel de Vita heen dient dit motto als zingeving van alle ziektes en zwakheden.

De vrouwelijke conditie met een problematische gezondheid krijgt een extra streepje voor op de weg naar deugdkracht, juist vanwege de grotere inspanning om tot een positief resultaat te komen.

De strijd om een eigen klooster

Er staat veel boeiends en soms komisch in de Vita. Te beginnen bij Hildegard, in de beschrijving van Godfried, toen zij als een rotsklomp in bed lag en zich niet meer kon verroeren. Pas toen de onderhandelingen werden losgetrokken en zij de toestemming kreeg van de abt om naar de Rupertsberg te verhuizen, kwam zij weer tot leven.

De manier waarop Hildegard zelf deze gebeurtenis beschrijft, is meer vanuit een innerlijk proces. Zij spreekt van een donkere floers voor haar ogen, maar de tegenwerking van de abt en de monniken blijft, in iets andere bewoordingen, toch dezelfde.

De strijd om de verhuizing laat goed zien hoe lichamelijke kwetsbaarheid en vastberadenheid bij Hildegard voortdurend samenkomen. De stichting van haar eigen klooster was een enorme klus. Aan iedere oorkonde ging, zo blijkt uit haar levensverhaal, een zwaar ziekteproces vooraf.

Hildegard op de Synode van Trier

De veel geciteerde beschrijving van de Synode van Trier (1147) is een absoluut hoogtepunt. Het is leuk te lezen hoe paus Eugenius III het manuscript van Scivias met zijn eigen handen vasthield en er zelf uit voorlas. Bernardus van Clairvaux was hierbij aanwezig en gaf groen licht.

Het is monnik Godfried die dit in boek I beschrijft, wellicht als afgezant van de Disibodenberg. Deze Synode van Trier komt alleen in de Vita voor en heeft lange tijd gegolden als een officieuze heiligverklaring.

Tot de verbeelding spreekt verder dat Hildegard na een volgend dramatisch ziekbed op een paard wordt gezet om naar de Disibodenberg te rijden en daar het goederenboek van haar klooster op te eisen. Een niet mis te verstane toespraak heeft zij toen gehouden, die in haar brieven bewaard is gebleven.

Hildegard als leidinggevende

Weinig aandacht krijgt in de Vita hoe Hildegard haar klooster runde. Op diverse momenten lezen we wel dat er ordeproblemen waren. Haar medezusters, adellijke dames die niet op hun mondje waren gevallen, sputterden heftig tegen de strenge kloostertucht.

Wel wordt vermeld dat Hildegard voor iedere kloosterzuster een persoonlijke benadering had en het juiste advies kon geven, toegesneden op wie zij voor zich had.

Meer hadden we graag geweten over het persoonlijke leven van Hildegard, maar daarvoor was de Vita niet bedoeld. Haar broer Hugo was cantor aan de dom van Mainz; enkele zusjes van Hildegard waren ingetreden in haar eigen klooster. Over hen geen woord. Ook niet over de dagelijkse dingen.

Juist dat maakt duidelijk dat we de Vita niet moeten lezen als een moderne biografie. Het is een middeleeuws heiligenleven, geschreven met een ander doel en vanuit een andere kijk op het leven dan wij gewend zijn.

Helemaal in de middeleeuwen

We bevinden ons helemaal in de middeleeuwen met passages zoals in boek II,9, wanneer Hildegard gekweld wordt door ‘luchtgeesten’, waar zij ook zelf in gelooft. Na een drie jaar durend ziekbed ziet zij een Cherubijn tegen haar optrekken die zij toch weet te verslaan.

Ook het uitdrijven van demonen hoort bij die tijd. In boek III lezen we een uitgebreid verslag hiervan. En passant zien we dat Hildegard door de bezeten vrouw de spotnaam ‘Schrompelgard’ krijgt toebedeeld.

De nagelaten wonderenverhalen van Hildegards kloosterzusters zijn soms al even merkwaardig, alsook die van het canonisatieprotocol ruim dertig jaar later. Ze bleken niet doorslaggevend in Hildegards heiligverklaring. Pas in 2012 werd Hildegard door paus Benedictus XVI heilig verklaard en benoemd tot kerklerares, naast grote heiligen als Catharina van Siena en Teresa van Ávila.

Waarom zouden we de Vita van Hildegard lezen?

Wat moeten we nu nog met Hildegard? We zijn het eens over haar muziek, die glansrijk de tand des tijds doorstaat. Haar visioenen en boeken blijven intrigeren en kunnen ons bewust maken van de verbondenheid met het goddelijke, zo men wil, kosmische van ons bestaan. In haar kruidenleer vinden we nuttige dingen voor onze gezondheid.

Maar waarom zouden we haar Vita moeten lezen?

Het blijft voor mij een sensatie de tijd waarin zij geleefd heeft zelf te proeven. Een gemakkelijke Hildegard is eigenlijk een illusie.

Het iconisch beeld van Hildegard van vandaag de dag is te mooi om waar te zijn. Hildegard wordt vaak enigszins ‘losgezongen’ van haar tijd gepresenteerd en staat daardoor in scherp contrast met de omslachtige, breedvoerige teksten uit haar tijd waar wij ons doorheen moeten werken. De vele Bijbelcitaten waarin alles wordt ingekaderd zijn wij niet meer gewend. Veel geduld is hiervoor nodig.

Toch vindt dan een verdieping plaats die tot een genuanceerder en authentieker beeld van Hildegard leidt, in al haar hoedanigheden.

De moeilijke Hildegard

De moeilijke Hildegard van de Vita en haar geschriften geeft een realiteit weer van een echte vrouw, die niet alleen met de vruchteloze terugtrekking in de eigen bubbel bezig is geweest, maar ook duidelijk haar plek in de wereld heeft opgeëist.

In de laatste hoofdstukken van boek I schildert Wibert van Gembloux Hildegard in de wisselwerking van de Vita activa en de Vita contemplativa. De vergelijking met de Bijbelse Rachel en Lea moet verduidelijken hoe Hildegard steeds weer van het contemplatieve naar het actieve leven vliegt en hoe deze switch van schouwend, innerlijk leven naar actief leven in balans komt en haar leven kracht bijzet.

Voor mij is het nog altijd de vraag wat Hildegard zelf uiteindelijk belangrijker vond: de stichting van een eigen klooster of haar scheppend werk zoals haar liederen en visioenenboeken, brieven en kruidenleer. De stichting van haar eigen klooster was een enorme klus; aan iedere oorkonde ging een zwaar ziekteproces vooraf.

Het blijft voor mij die unieke combinatie van contemplatief en actief leven die in deze Vita zo prachtig naar voren komt en die de vraag naar de authentieke Hildegard als vrouw van haar tijd blijft voeden.

Met De Vita van Hildegard wil ik die authentieke, soms moeilijke en soms verrassende Hildegard opnieuw dichtbij brengen. Niet de losgezongen icoon, maar de vrouw die ziek was, streed, schreef, schouwde, een klooster stichtte en haar plek in de wereld opeiste. Juist door haar in haar eigen tijd te lezen, wordt duidelijk hoe bijzonder zij was.

Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg