De familie Kolff door de Nederlandse geschiedenis
De familie Kolff door de Nederlandse geschiedenis

De familie Kolff door de Nederlandse geschiedenis

Wie de geschiedenis van één familie over een periode van vijf eeuwen volgt, krijgt vanzelf ook een beeld van het land waarin die familie leefde. Dat geldt zeker voor de familie Kolff. 'Een deels hervonden verhaal' voert ons vanaf omstreeks 1500 via Oisterwijk, Geertruidenberg en Nijmegen naar Maassluis, Deil en Overflakkee, en vervolgens naar Rotterdam en Nederlands-Indië. Het is een verhaal van oorlog en geweld, van bestuur, handel en scheepvaart, maar ook van persoonlijke ambities, familierelaties en drama’s. Aan de hand van archieven en gedigitaliseerde kranten worden de verschillende takken van de familie gevolgd en komen tal van Kolffen tot leven.

Een deels hervonden verhaal begint in ca. het jaar 1500. Het leest als de reis van een familie door de geschiedenis van ons land. Aanvankelijk, in de zestiende eeuw, werden de leden ervan opgejaagd door oorlog en geweld. De eerste van hen, die in Gorkum een herberg-annex-kolfbaan moet hebben gehad (vandaar de naam), week uit naar Oisterwijk in Brabant. Zijn zoon werd er burgemeester en schout. Hij verwierf er land en welvaart, waarvan tijdens de Tachtigjarige Oorlog, toen strijdende bendes het noorden van Brabant teisterden, echter weinig overbleef.

Zijn zoon werd gegijzeld en belandde in Geertruidenberg. Binnen de muren van die stad vond hij geen rijkdom, maar onder de vissers en schippers wel de connecties die zijn zoon nodig had voor een nieuwe start.

De vrachtschippers van Nijmegen

Het jaar 1600 betekende een keerpunt. In dat jaar verzekerde de jonge Republiek onder Prins Maurits zich van de vrije vaart op de Maas en de Waal. De volgende twee generaties Wouter Kolff – allemaal heetten ze zo – voeren als vrachtschippers vanuit Nijmegen op de rivieren. In de registers van de tollen aan de Waal komt men hun namen en hun vracht tientallen jaren lang tegen.

Goed geld was te verdienen met het opkopen en vervoeren van bouwmateriaal tot zover stroomafwaarts als Dordrecht en met allerlei vracht voor Nijmeegse burgers. Het ging ze goed in hun huis in de Steenstraat, waar hun embleem uithing: drie kolfstokken. Blijkbaar waren ze hun Gorkumse oorsprong en de kolfbaan daar niet vergeten.

Van het grootste belang voor hun overleven in het chaotische zestiende-eeuwse Brabant waren hun huwelijken geweest. En ook in het veilige Nijmegen was het een vrouw die een nieuwe draai gaf aan hun verhaal.

Maria van Heteren en de zesde Wouter

Maria van Heteren, de vrouw van de vijfde Wouter, bekleedde in Nijmegen het stedelijk ambt van lijkbidster. Het bracht de verantwoordelijkheid met zich mee voor de organisatie en goede gang van zaken tijdens de begrafenissen van stadsburgers.

Haar omgang met predikanten, kerkelijke en stedelijke autoriteiten zullen haar hebben geholpen om haar zoon, de zesde Wouter, een degelijke scholing te bezorgen en op het pad te zetten predikant te worden. De jongen studeerde aan de Kwartierlijke Hoogeschool in Nijmegen, waar hij de cartesiaanse overtuigingen van zijn leermeesters in zich opnam. In Leiden maakte hij zich vervolgens de theologie van de hoogleraar Cocceius eigen, een man voor wie de genade het won van de zonde, wat bepaald niet de gangbare leer was.

In 1679 werd hij een van de twee predikanten van het vissersdorp Maassluis, waar hij, als geleerde, niet aan zichzelf twijfelende, Coccejaan, gedurende enkele jaren botste met een orthodoxe collega. Zo moest het wel gaan.

Maassluis: drie zoons en een pijnlijke familiekwestie

Tot hun dood bleven Pieternel, zijn vrouw, en hij in Maassluis. Hun drie zoons kwamen goed terecht: Justus en Wouter als predikant, Cornelis als geslaagd bestuurder op Overflakkee.

Een van hun dochters echter bracht door haar wangedrag als getrouwde vrouw de eer en de vooruitzichten van de drie zoons zozeer in gevaar, dat dezen haar in een gesloten inrichting onderbrachten. Op hun kosten bleef ze daar tot het eind van haar dagen.

Pijnlijk is het in de archieven te lezen over de vergeefse poging van haar man om voor de Haagse rechter tot een echtscheiding te raken. Door het verzet van zijn drie zwagers, voor wie dat een schande zou betekenen, kreeg hij nul op zijn rekest. Een geval van onmiskenbare klassenjustitie.

De drie takken van de familie

Een deels hervonden verhaal volgt nu de drie takken van de familie. Die van Justus, de oudste zoon van Wouter en Pieternel, staat bekend als de Deilse tak.

Justus werd predikant en eindigde zijn werkend leven in de kerkelijke gemeente van Spijk in de Neder-Betuwe, waar zijn zoon hem in 1735 opvolgde. De dankbaarheid die de Kolffen voelden in de richting van de ambachtsheren van Spijk, de familie Van Aerssen van Sommelsdijk, die een beslissende stem bij de predikantsbenoemingen in hun heerlijkheid hadden, blijkt uit de doopnamen van een aantal van hun kinderen, die naar de Van Aerssens werden vernoemd.

De band met hen was sterk. Toen de kleinzoon van Justus – jong al tot schout van ‘het Nedereind van Spijk’ benoemd – omstreeks 1790 betrokken was bij een, overigens schimmig, ernstig levensdelict, en naar Essequibo, een kolonie naast Suriname, vluchtte, kon dat alleen lukken met de hulp van de Baron Van Aerssen, die mede-eigenaar was van de Sociëteit van Suriname.

De Deilse tak en de burgemeestersdynastie

Zijn vrouw, Johanna van Everdingen, een dochter van de schout van Deil, niet ver van Spijk, stierf omstreeks diezelfde tijd. Het waren vervolgens de Van Everdingens die zich ontfermden over de kinderen van het ongelukkige paar.

Logisch dat een van hen, Gualtherus, het Van-Everdingen-spoor volgde. Hij werd schout, en na de Franse tijd burgemeester, van Deil en vestigde wat men wel een burgemeestersdynastie kan noemen.

Tot de opheffing van Deil als zelfstandige gemeente in 1978 waren Kolffen er burgemeester. En vaak ook dijkgraaf of secretaris van de Tielerwaard.

Een deels hervonden verhaal bevat tal van levendige biografietjes van hen. Ze getuigen van hun sobere levensstijl, hun inzet voor de welvaart van de Tielerwaard, hun karakters en eigenaardigheden.

De middelste tak: predikanten, bestuurders en zeeofficieren

De middelste tak, die van Wouter, de tweede zoon van het Maassluise domineesechtpaar, begon met twee generaties van predikanten. Ook hier was een huwelijk van beslissende betekenis.

Ds. Lambertus Kolff trouwde met een meisje Methorst, wat het lidmaatschap met zich meebracht van een in Amersfoort bijna almachtige clan van regenten. Totdat de Bataafse revolutie een einde maakte aan zijn invloed, was zijn zoon, ook met een Methorst als echtgenote, een van de leidende politici in de provincie Utrecht.

Diens broer Hendrik, die de lijn voortzette, was zeeofficier. Tegen het eind van zijn leven schreef hij zijn memoires, een boeiend relaas van een leven vol oorlog en avontuur, dat de hele overgang van Republiek via Bataafse en Franse tijd tot en met de terugkomst van de Oranjes in 1813 beslaat.

Zijn zoon, eveneens marineman, vocht in Nederlands-Indië tegen de zeerovers daar en speelde een rol als ontdekkingsreiziger in het oostelijke deel van de archipel. Hij schreef er een veelgelezen boek over.

Louis Kolff op Wieringen

Een hartverwarmend verhaal is dat over diens kleinzoon Louis, die, na een groot aantal jaren als grootgrondbezitter en weldoener in Epe op de Veluwe, op Wieringen een geliefd burgemeester werd.

Daar hield hij een oogje op Wilhelm, de ex-kroonprins van Duitsland, die in 1918 op het eiland was geïnterneerd. En weer ontpopte hij zich als gulle beschermheer van alles wat er aan lief en leed om hem heen gaande was.

De jongste tak: Overflakkee

Zoals het verhaal van de oudste tak onverbrekelijk verbonden is met de gemeente Deil en de Tielerwaard, zo hoort dat van de jongste tak bij de geschiedenis van Overflakkee.

Het begint in 1710, toen Cornelis, de jongste van de drie broers, nog maar 24 jaar oud, als secretaris van de heerlijkheid Middelharnis aan het werk sloeg. Een van de leden van het college, dat de ambachtsheerlijke functie van het dorp uitoefende, mr. Jacob van Santen, had hem ervoor uitgekozen.

Cornelis moest bestuurlijk orde op zaken stellen. En dat deed hij tot tevredenheid van Van Santen. De band tussen de twee mannen werd zo hecht, dat Van Santen ten slotte Cornelis’ kleinzoon tot de erfgenaam van zijn aanzienlijk bezit koos.

Het werd het grootste succesverhaal in de familie. Cornelis’ zoon en daarna zijn kleinzoon volgden hem op, bekleedden tal van ambten op het eiland en speelden in crises soms een beslissende rol.

In de negentiende eeuw waren vele van hun afstammelingen er reders en kooplieden. Pas in 1953 verliet de laatste Kolff Goeree-Overflakkee. De archieven en de – gedigitaliseerde – kranten geven een indruk van hun persoonlijkheden en van die van hun echtgenotes en, nu en dan, ondernemende dochters.

Van Middelharnis naar Rotterdam

Nogal wat jongens Kolff trokken vanuit Middelharnis naar Rotterdam en vestigden zich daar als kooplieden. Zo krijgen we een indruk van de economische opgang van die stad na 1830 en van een hele reeks bedrijven en bedrijfjes.

Sommige Kolffen springen eruit. Een goed beeld ontstaat ten slotte nog van het karakter en het ondernemerschap van Gualtherus J. C. Kolff, die de boekhandels en drukkerijen G. Kolff & Co. in Nederlands-Indië groot maakte en het centrum werd van het literaire leven in Batavia.

Van Batavia naar de kunstnier

Het boek eindigt met een verhaal over dr. Willem (‘Pim’) J. Kolff, de uitvinder van de kunstnier. Zijn gedrag tijdens de oorlog tegenover de Duitse bezetter in Kampen toont hem als een moedig mens.

Zo ontvouwt zich in Een deels hervonden verhaal niet alleen de geschiedenis van één familie, maar ook een beeld van Nederland door de eeuwen heen: van oorlog en religieuze twisten tot bestuur, handel, scheepvaart en ondernemerschap. De geschiedenis van de Kolffen blijkt telkens opnieuw verbonden met de plaatsen waar zij terechtkwamen – van Gorkum en Oisterwijk via Nijmegen en Maassluis tot Deil, Overflakkee, Rotterdam en uiteindelijk Nederlands-Indië.

Het is daarmee een familiegeschiedenis waarin grote historische ontwikkelingen en persoonlijke levensverhalen voortdurend in elkaar grijpen.

Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg