Waarom hield het Koor van het Concertgebouworkest eind 1986 plotseling op te bestaan? Die vraag liet Willem Korthals Altes jarenlang niet los. Bijna veertig jaar later dook hij alsnog de archieven in om te achterhalen wat zich achter de schermen had afgespeeld.
Het resultaat is Toporkesten en amateurkoren: een boek dat niet alleen de geschiedenis van het koor blootlegt, maar ook een bredere vraag stelt: hoe werkbaar is de samenwerking tussen topmusici en amateurzangers eigenlijk?
“Ik liep al bijna 40 jaar rond met het idee”
“Eigenlijk loop ik al bijna 40 jaar rond met het idee de geschiedenis van het Koor te onderzoeken.”
Als voormalig lid van het Koor van het Concertgebouworkest maakte Willem Korthals Altes de laatste jaren van het koor zelf mee. Het abrupte einde in 1986 voelde voor veel betrokkenen onbevredigend. Volgens hem leefde sterk het gevoel dat het koor kwalitatief voldoende in huis had om op hoog niveau te blijven presteren – bijvoorbeeld met een andere koordirigent.
Pas na zijn pensionering in 2019 kwam er tijd om die lang gekoesterde nieuwsgierigheid eindelijk te onderzoeken. Daarmee ontstond een project dat opvallend veel overeenkomsten vertoonde met zijn eerdere boek over Nederlandse kolonisten in Amerika: ook dat onderwerp bleef tientallen jaren sluimeren voordat het daadwerkelijk werd uitgewerkt.
Op zoek naar antwoorden in de archieven
Het onderzoek begon in het archief van het Koninklijk Concertgebouworkest, opgeslagen in het Stadsarchief van Amsterdam. Daar vond de auteur verslagen, correspondentie en documenten die een gedetailleerd beeld gaven van de oprichting, begeleiding én uiteindelijke opheffing van het koor.
“Het archief leverde uiteindelijk alles op wat ik wilde weten.”
Naast de officiële archieven maakte hij gebruik van een zorgvuldig bijgehouden map van een inmiddels overleden koorlid, gevuld met recensies, artikelen, repetitieschema’s, foto’s en brieven. Ook eigen bewaard materiaal uit de laatste twee jaar van het koor bleek waardevol.
Een bijzonder onderdeel van het onderzoek waren de gesprekken met betrokkenen uit binnen- en buitenland. Zo sprak hij met mensen van vergelijkbare organisaties in Berlijn, Londen en Rotterdam, maar ook met enkele personen die destijds direct bij het koor of orkest betrokken waren.
Problemen achter gesloten deuren
Tijdens het onderzoek ontdekte Willem Korthals Altes hoe groot de afstand was tussen wat er intern speelde en wat de koorleden zelf meekregen.
“Voor mij verrassend was hoe vaak binnen de organisatie over problemen met het koor is vergaderd.”
Vooral de spanningen rond de koordirigent zorgden geregeld voor kleine crises. Toch bleef veel daarvan buiten het zicht van de zangers. De organisatie wilde onrust voorkomen en probeerde problemen binnenskamers te houden.
Daarnaast viel hem op hoe verschillende werelden – het koor, de organisatie en de recensenten – grotendeels langs elkaar heen functioneerden. Iedereen keek vanuit een eigen perspectief naar dezelfde situatie.
Kunnen amateurs en topmusici samen optreden?
Toporkesten en amateurkoren raakt ook aan een vraag die vandaag nog altijd actueel is: kunnen amateurzangers succesvol samenwerken met professionele topmusici?
Volgens Willem Korthals Altes is die discussie sinds 1980 nauwelijks veranderd. Grote professionele koren zijn schaars, zeker voor omvangrijke negentiende-eeuwse symfonische werken. In Nederland vervult vooral het Groot Omroepkoor die rol.
“Koren van goede amateurs zijn dus nog steeds nodig.”
Tegelijkertijd stelt hij de vraag of een toporkest wel een vast amateurkoor aan zich moet willen verbinden, zoals het Concertgebouworkest vroeger deed. Tegenwoordig wordt vaker gekozen voor het inhuren van amateurkoren van hoge kwaliteit wanneer dat nodig is.
Een genuanceerder beeld van het verleden
Met het boek wil Willem Korthals Altes vooral laten zien dat de geschiedenis van het koor complexer is dan vaak wordt gedacht.
“Ik hoop dat lezers er een genuanceerder beeld uit zullen kunnen putten dan sommigen misschien zullen hebben.”
Door uitgebreid gebruik te maken van archiefmateriaal, persoonlijke herinneringen en gesprekken met betrokkenen ontstaat in Toporkesten en amateurkoren een gedetailleerd portret van een ambitieus muzikaal experiment — én van de spanningen die daarbij kwamen kijken.