Vijf vondsten bij het schrijven van 'School zonder tranen'
Vijf vondsten bij het schrijven van 'School zonder tranen'

Vijf vondsten bij het schrijven van 'School zonder tranen'

Mijn boek is gebaseerd op een belangrijke ontdekking van een ándere onderzoeker. In 2006 vond Piet Hagen, de biograaf van Pieter Jelles Troelstra, bijna tweehonderd brieven van de familie Troelstra in een schoolarchief in Zwitserland. De meeste waren geschreven door Pieter Jelles’ vrouw: Sjoukje Bokma de Boer, beter bekend onder haar pseudoniem Nynke van Hichtum. De brieven waren gericht aan de directeur van de Duitse kostschool die de zoon van de Troelstra’s, Jelle, van 1904 tot 1906 bezocht. De kopieën die Hagen ter plekke heeft gemaakt vormden een belangrijke bron voor zijn 'Politicus uit hartstocht. Biografie van Pieter Jelles Troelstra' (2010).

De kopieën liggen tegenwoordig in Tresoar in Leeuwarden. Ik heb een selectie gemaakt van zestig brieven en deze van het Duits naar het Nederlands vertaald en geannoteerd. De uitdaging voor mij was om waarde toe te voegen aan die brieven.

1. Puzzelstukjes

De brieven zijn gericht aan Paul Geheeb. Hij was de directeur van het Landerziehungsheim in Haubinda. Geheeb stond destijds aan het begin van zijn carrière en de brieven hebben lange tochten door Duitsland en Zwitserland met hem overleefd. Het is dus niet zo gek dat de velletjes niet meer helemaal op volgorde lagen. Hagen heeft losse fragmenten weer tot complete brieven proberen te maken. Ik mocht de volgorde van de stukken niet wijzigen, maar stiekem heb ik ook een paar brieven weer compleet gemaakt.

Wat hielp, is dat Sjoukje de pagina’s van haar brieven consequent nummerde. Ze begon op de rechterhelft van een liggend vel, keerde het papier om en ging dan vanaf links verder, keerde het papier nogmaals om en eindigde op de linkerhelft. Als ze veel te vertellen had – en dat had ze meestal – nummerde ze ieder nieuw vel. Het tweede vel begon met pagina 5, het derde met 9, enzovoort. Andere aanwijzingen om brieven compleet te maken waren de inhoud van de brief, de lettergrootte, het schrijfmiddel (pen of potlood) en het papier zelf; had het afgeronde of rechte hoeken, was de rand beschadigd? Soms was er op de kopie zelfs nog iets te zien van de achterkant van het papier. Op die manier kon ik een stuk of vier brieven weer compleet maken.

Tot mijn grote blijdschap vond ik in het Hessisches Staatsarchiv Darmstadt een onbekende brief van Sjoukje, eentje die aan het kopieerapparaat was ontsnapt.

2. Een nieuwe brief

Het blijven natuurlijk kopietjes; soms zijn de bovenste of onderste regels weggevallen of is het beeld niet helemaal scherp. Om álles te kunnen lezen moest ik naar het Hessisches Staatsarchiv Darmstadt, waar de originele brieven later naartoe zijn verhuisd. Tot mijn grote blijdschap vond ik daar een onbekende brief van Sjoukje, eentje die aan het kopieerapparaat was ontsnapt. En het bleek ook nog eens een heel bijzondere brief te zijn. Zo was Sjoukje voor de verandering eens niet al te serieus, maar juist heel luchtig en vrolijk. Na een moeilijke periode leek haar leven eindelijk de goede kant op te gaan. Sjoukje was net terug van een gezondheidskuur in Duitsland en zij en haar man waren verhuisd naar een veel grotere woning in Scheveningen. Maar het meest bijzondere aan de brief is dat Sjoukje hierin vol lof is over haar dienstmeid – en naamgenoot – Sjoukje Oosterbaan. Het was de stilte voor de storm; in 1907 scheidde het echtpaar Troelstra, een jaar later hertrouwde Pieter Jelles met de andere Sjoukje.

3. Twee nieuwe foto’s

Ik zocht ook nieuwe foto’s voor mijn boek in Darmstadt. Daarom vroeg ik op de tweede dag van mijn bezoek de fotoalbums uit het archief van Paul Geheeb aan. Ik hoopte op mooie plaatjes van het leven op de kostschool. Die vond ik, maar ik was opnieuw verheugd – ja, het was een mooie tijd – toen ik het volgende bijschrift las: ‘Diuke Troelstra am Klavier’. Het was een onbekende foto van Jelles zus Dieuwke. Enkele bladzijden later vond ik bovendien een onbekend portret van Jelle en Dieuwke. (Als u die foto’s wilt zien, moet u echt het boek kopen. Ik mag ze niet zomaar overal publiceren.)

Het archief van Nellie van Kol wordt beheerd door Atria in Amsterdam. Het bleek een goudmijntje. 

4. Veel zoentjes

Ik gaf mezelf de opgave om alle persoonsnamen in de brieven uit te zoeken en zo het netwerk van de familie Troelstra en Paul Geheeb in kaart te brengen. Ik wilde voornamen aan achternamen koppelen – en vice versa – en er zo mogelijk de geboorte- en overlijdensjaren aan vastplakken. Vooral de klasgenoten van Jelle interesseerden me; wat voor jongens waren dat, uit welk milieu kwamen ze? Piet Hagen had al ontdekt dat Jelle bij een andere Nederlander in de klas had gezeten: Ferdi van Kol. Hij was de zoon van Tweede Kamerlid Henri van Kol en schrijfster Nellie van Kol-Porreij.

Het archief van Nellie van Kol wordt beheerd door Atria in Amsterdam en het is gewoon online in te zien. Het bleek een goudmijntje. Het archief bevat namelijk tientallen brieven aan, over en van Ferdi uit zijn kostschooltijd. Ik vond er onder andere materiaal over Jelle en een zeldzame brief van Paul Geheeb. Maar het mooiste waren de brieven en briefkaarten van Ferdi aan zijn ouders. Ze waren heel aandoenlijk omdat ze vol stonden met spelfouten en steevast met ‘Veel zoentjes’ werden afgesloten. Belangrijker is dat ze me de kans boden om het leven in Haubinda door de ogen van een (Nederlands) kind te zien. Ferdi biedt een unieke kijk op de laatste maanden van Paul Geheeb als directeur in Haubinda, toen hij zich verloofde én werd ontslagen. Ik heb er dankbaar gebruik van gemaakt in het nawoord.

5. De vader van prins Claus

Via via kwam ik op het spoor van een boek waarin de namen van leraren en leerlingen van de kostschool moesten staan. Met behulp van dat boek zou ik de laatste onbekenden uit de brieven kunnen identificeren. Maar de enige bibliotheek die het boek bezat, was die van Jena en ik had geen tijd voor nóg een reis naar Duitsland. Een officieel ‘interbibliothecair’ verzoek om scans van het boek werd afgewezen, maar een vriendelijke e-mail deed wonderen! Ik had een lijstje met namen meegestuurd en een bibliotheekmedewerker maakte foto’s van de pagina’s waarop die namen stonden. Zo kon ik bijna alle klasgenoten van Jelle identificeren.

Op een van die gefotografeerde pagina’s stond ook ene Klaus von Amsberg. Hij was de zoon van een ‘Oberforstmeister’ uit Rehna in Mecklenburg en ging in 1906 naar Haubinda – en liep Jelle daardoor net mis. Klaus’ geboortejaar werd niet vermeld, maar het kon ‘onze’ prins Claus niet zijn, want die werd pas in 1926 geboren. Het bleek te gaan om de vader van prins Claus. Dit feitje heeft het boek niet gehaald, maar ik vond het leuk genoeg om hier te vermelden. Het geeft aan dat het Landerziehungsheim echt een school voor de Duitse elite was.

Uw winkelwagen

Uw winkelwagen is leeg