Bob Latten is auteur en historisch onderzoeker. Van zijn hand verschenen vele boeken over de Eerste Wereldoorlog, waaronder 'De verbeelding van 1914-1918'. Het boek bevat tekeningen en brieven van de Franse tekenaar en schilder Joseph Lesage, die als radiotelegrafist diende in WO1. In dit artikel vertelt Bob onder andere over de ontdekkingen die hij deed tijdens zijn onderzoek voor het boek en de mythen die hij ermee ontkrachtte.
“Toen ik aan De verbeelding van 1914-1918 begon, dacht ik een boek te zullen gaan schrijven over cultuur in oorlogstijd. Gaandeweg ontdekte ik echter dat het onderwerp meer fundamenteel van aard was: het gaat over de kracht van woorden en beelden – over hoe verbeelding niet alleen deze monstrueuze oorlog weerspiegelt, maar ook het denken oproept, legitimeert en soms zelfs ontketent.
Wie de Eerste Wereldoorlog uitsluitend vanuit militair oogpunt bekijkt, mist een belangrijke laag. Tussen 1914 en 1918 werd niet alleen gevochten in de loopgraven, maar ook in kranten, affiches, preken, gedichten en schilderijen vond een hevige strijd plaats. Zelfs religie werd onderdeel van die strijd. De oorlog werd eerst verbeeld als zuivering, als lotsbestemming, als verdediging van beschaving en pas daarna ervaren als modder, gas en massale dood. Dat was in 1914 zo. Dat was in 1940 zo. En nu, zelfs in 2026, dient de verdediging van de eigen beschaving als legitimatie voor datgene wat er na woorden komt.”
Welke ontdekkingen uit het onderzoek voor het boek zijn u bijgebleven?
“Tijdens het onderzoek stuitte ik op tal van bronnen. Drie ontdekkingen echter bleven mij in het bijzonder bij.
Allereerst was daar de mobilisatiepoëzie van augustus 1914. Wat mij trof, was niet de felheid van de inhoud, maar het idealisme. Dichters schreven over eer, gemeenschap en plicht als mensen die daadwerkelijk geloofden dat zij aan de vooravond stonden van een noodzakelijke strijd. Dat besef corrigeerde mijn eigen vooronderstelling dat intellectuelen van meet af aan kritisch waren. Velen waren dat niet.
Een tweede ontdekking betrof de beeldvorming rond de vijand. In spotprenten en geïllustreerde bladen werd de tegenstander systematisch ontmenselijkt. De vijand werd dier, monster, verkrachter van cultuur en historie. Zulke beelden zijn geen randverschijnsel. Zij maken geweld denkbaar. Wanneer de ander geen mens meer is, wordt vernietiging moreel aanvaardbaar.
De vijand als verkrachter van de cultuur. Tekening Joseph Lesage
De derde ontdekking vond ik in soldatenbrieven. Tussen het officiële discours van glorie en de rauwe ervaring van het front gaapt een kloof. In particuliere correspondentie zien we de verbeelding kantelen. Aanvankelijk klinkt nog vertrouwen; later overheersen angst, vermoeidheid, berusting, soms bitterheid. Dat proces – van overtuiging naar ontgoocheling – vormt een kernlijn in het boek.”
Welke mythen over de Eerste Wereldoorlog kunt u na uw onderzoek ontkrachten?
“In de publieke herinnering circuleren hardnekkige mythen over 1914-1918.
Mythe één: niemand wilde de oorlog. De bronnen laten iets anders zien. In vrijwel alle betrokken landen was er in de zomer van 1914 sprake van enthousiasme of ten minste instemming. Dat gold niet voor iedereen, maar wel voor velen – ook in culturele kringen.
Mythe twee: de ontgoocheling was onmiddellijk. Wij lezen de latere loopgravenliteratuur en vergeten dat de omslag tijd nodig had. Het geloof in zin en noodzaak hield langer stand dan wij achteraf aannemen.
Mythe drie: cultuur is marginaal in oorlogstijd. Integendeel. Cultuur mobiliseert, legitimeert en consolideert. Zij beïnvloedt hoe samenlevingen zichzelf en hun tegenstanders zien. De strijd om betekenis is geen bijzaak, maar wezenlijk.”
Tip: ervaar het verleden op locatie
"Tijdens het schrijven ondernam ik samen met de kleinzoon van Joseph Lesage een tocht langs de voormalige fronten waar zijn grootvader vocht en moest zien te overleven, en langs begraafplaatsen en stille dorpen.
Wie daar vandaag de dag wandelt, ziet hoe De verbeelding van 1914-1918 schril afsteekt tegen de werkelijkheid van toen. Staand bij een soldatenbegraafplaats wordt de luide retoriek van het heldendom akelig stil. Het huidige landschap oogt vredig, de bodem is echter verzadigd van rauwe geschiedenis. Daar wordt voelbaar wat woorden kunnen aanrichten wanneer zij massaal richting geven aan overtuiging.
Ik raad lezers aan hetzelfde te doen: bezoek een begraafplaats, sta stil bij een naam en vraag uzelf wie die man was. Lees op die plek een brief of een gedicht uit die tijd, en stel uzelf de vraag welke taal hier ooit klonk. De ontmoeting tussen tekst en terrein verdiept het begrip en maakt een mens empathischer."
Een moment van reflectie na een bezoek aan het dorp van Joseph Lesage
Raakt het verhaal van Joseph Lesage aan de actualiteit?
“Het verhaal van Joseph Lesage – een gewone man, echtgenoot en vader, schepper van bijzondere prenten en schilderijen, meegezogen in de maalstroom van mobilisatie en verwachting – herinnert ons eraan hoe individuen onderdeel worden van grotere verhalen. Zijn ervaringen tonen hoe nationale retoriek het persoonlijke leven binnendringt.
Ook vandaag zien wij hoe taal polariseert, hoe vijandbeelden circuleren, hoe morele rechtvaardigingen snel worden geconstrueerd. Dat maakt de studie van 1914-1918 geen antiquarisch project, maar een actuele oefening in waakzaamheid.”
Een voor een vallen kameraden weg. Tekening Joseph Lesage
Wat leerde het boek u uiteindelijk?
“Ten eerste: wees alert op collectieve euforie. Wanneer een samenleving massaal dezelfde toon aanslaat, is kritische distantie noodzakelijk.
Ten tweede: beelden zijn machtig. Herhaling normaliseert. Wie de beeldvorming beheerst, beïnvloedt het morele kader.
Ten derde: cultuur kan ook helen. Na de oorlog ontstonden stemmen van rouw en waarschuwing. Kunst werd middel tot herinnering en reflectie.
De verbeelding van 1914-1918 is geen boek over esthetiek alleen. Het is een studie naar verantwoordelijkheid. Woorden en beelden zijn nooit vrijblijvend. Zij kunnen mobiliseren – en misleiden. Zij kunnen verharden – maar ook tot inzicht brengen. Wie de oorlog wil begrijpen, moet niet alleen de archieven raadplegen, maar ook de taal. Want vóór het eerste schot klonk het woord.”