De Nederlandse geschiedenis kent figuren die niet zijn uitgegroeid tot nationale iconen, maar die wel degelijk een belangrijke rol speelden in de vormgeving van de Staat. Jacob Blauw is zo’n figuur. Zijn leven, dat zich afspeelde in de late achttiende en vroege negentiende eeuw, viel samen met een periode van ingrijpende politieke en maatschappelijke omwentelingen.
Oude machtsstructuren brokkelden af, nieuwe bestuursvormen werden uitgeprobeerd en de samenleving raakte diep verdeeld. Als patriot, gezant, politicus en journalist bevond Blauw zich midden in een tijd van felle polarisatie, internationale afhankelijkheid en een groeiende strijd om de publieke opinie. Juist daarom biedt zijn levensverhaal, opgetekend in het boek Jacob Blauw (1759-1829), een verrassend herkenbaar perspectief op hedendaagse spanningen. Wie zijn ervaringen naast de politieke dynamiek van nu legt, ziet opvallende parallellen die veel leren over polarisatie, media-invloed en de kwetsbaarheid van de democratische rechtsstaat.
Polarisatie is geen modern verschijnsel, maar een terugkerend patroon in de Nederlandse geschiedenis.
Een verdeeld politiek landschap
Net als in de huidige tijd werd het politieke landschap in het tijdperk van Jacob Blauw gekenmerkt door een scherpe tweedeling. Die liep niet langs de hedendaagse lijnen van links en rechts, maar tussen Orangisten, die de macht van de stadhouder verdedigden, en Patriotten, die streefden naar burgerlijke inspraak en politieke hervorming. Blauw keerde zich fel tegen de orangistische regentenelite, die hij beschouwde als een gesloten kliek die vooral haar eigen belangen diende.
Hij ageerde tegen regenten die zich schuldig maakten aan vriendjespolitiek of die volgens hem onvoldoende kennis of kunde bezaten. Naar zijn overtuiging moest goed landsbestuur bestaan uit verstandige en bekwame mensen, die zich belangeloos inzetten voor het algemeen welzijn. Zijn stelling dat onkunde funest is voor een land contrasteert met hedendaagse opvattingen waarin representativiteit soms zwaarder lijkt te wegen dan expertise en ervaring.
Tegelijkertijd kan Blauw worden verweten dat ook een aantal van zijn eigen bestuurlijke benoemingen mede tot stand kwam via vriendennetwerken. Juist deze spanning tussen ideaal en praktijk maakt zijn kritiek relevant, omdat zij laat zien hoe moeilijk het is om politieke idealen te verenigen met de dagelijkse werkelijkheid van macht, relaties en persoonlijke ambities.
Ondertekenen Haags verdrag; Sluiten van alliantie tussen Frankrijk en de Bataafse Republiek. 1795. Christiaan Josi (1800) naar Cornelis van Cuylenburgh. Atlas van Stolk (5402 dl.4,pl.3). p 137
Polarisatie en maatschappelijk geweld
De morele en bestuurlijke spanningen van deze periode bleven niet zonder gevolgen. De scherpe tweedeling leidde niet alleen tot verharde standpunten, maar ook tot geweld en plunderingen. Een bekend voorbeeld is Gouda in 1787, waar opruiende taal de lont in het kruitvat bleek te zijn.
Blauw waarschuwde dat een land waarin burgers tot op het bot verdeeld zijn, zichzelf ondermijnt. Woorden die inspelen op bestaande angsten en frustraties kunnen politieke tegenstellingen doen omslaan in maatschappelijk geweld. Die analyse heeft niets aan actualiteit verloren. Ook in het huidige Nederland gaan polariserende retoriek en wantrouwen jegens politieke figuren hand in hand, wat zich uit in felle demonstraties en een toenemend aantal gewelddadige aanvallen op instituties.
Wanneer woorden inspelen op angst en frustratie, kunnen politieke tegenstellingen omslaan in maatschappelijk geweld.
Wantrouwen tegenover de pers
In deze context van polarisatie ontwikkelde Jacob Blauw een diep wantrouwen tegenover de pers. Als correspondent in Parijs voor de Oprechte Haarlemsche Courant zag hij van dichtbij hoe kranten werden ingezet om politieke tegenstanders te demoniseren en de publieke opinie te sturen. Vooral de orangistische pers had zich volgens hem schuldig gemaakt aan bewuste verdraaiing van feiten en het vergiftigen van het publieke debat.
Blauw liet daarbij na te erkennen dat ook patriottische publicaties vergelijkbare middelen gebruikten. Hij waarschuwde voor schrijvers die hun pen misbruikten om leugens te verspreiden en onrust aan te wakkeren. Daarom pleitte hij voor persvrijheid met grenzen: vrijheid van meningsuiting mocht volgens hem niet ontaarden in een bedreiging van de openbare orde.
Zijn zorgen krijgen extra betekenis wanneer ze worden gelegd naast hedendaagse discussies over desinformatie en sociale media. Net als toen verspreidt informatie zich snel, ongefilterd en vaak gestuurd door politieke belangen, met potentieel destabiliserende gevolgen.
Democratie en draagvlak
Volgens Blauw had deze aantasting van het publieke debat directe gevolgen voor het functioneren van de democratie. De invoering van een representatief stelsel verliep moeizaam en het referendum van 1797 maakte dat pijnlijk duidelijk. In dat referendum werd het eerste ontwerp voor een grondwet met bijna tachtig procent van de stemmen verworpen, wat wees op een grote afstand tussen politieke besluitvorming en maatschappelijk draagvlak.
Revolutionair idealisme sloeg door een gebrek aan consensus snel om in wantrouwen, angst en apathie. Blauw reageerde scherp en beschuldigde burgers ervan zich te gemakkelijk te laten misleiden en manipuleren door retoriek en intriges. Deze teleurstelling in het functioneren van de volkswil echoot door in latere momenten uit de Nederlandse geschiedenis, zoals het wegstemmen van de Europese Grondwet in 2005. Ook dat referendum liet een structureel onbehagen zien in de relatie tussen burger en politiek.
Eerste Nationale Vergadering in Den Haag. 1796. Reinier Vinkeles (I) (1803-1805). Prent 166×100 mm. Rijksmuseum Amsterdam (RP-P-OB-86.619). p 157
Internationale afhankelijkheid van een klein land
Naast interne verdeeldheid werd Blauw geconfronteerd met de internationale kwetsbaarheid van Nederland. Als diplomaat in Parijs merkte hij hoezeer de Bataafse Republiek afhankelijk was geworden van Frankrijk. Hoewel Franse steun – mede door zijn inzet – had bijgedragen aan de verdrijving van de stadhouder naar Engeland, beschouwde Frankrijk Nederland niet als een gelijkwaardige partner, maar als een ondergeschikte bondgenoot.
Hoge financiële lasten en territoriale concessies maakten duidelijk dat de prijs voor bescherming hoog was. Voor Blauw was dit het bewijs dat nationale soevereiniteit snel verdampt wanneer een klein land zich te sterk bindt aan een grootmacht. Zijn pogingen om via diplomatieke toenadering tot Oostenrijk tegenwicht te bieden, laten zien hoe Nederland voortdurend moest laveren tussen grootmachten. Ook deze spanning blijft herkenbaar in de huidige positie van Nederland binnen een complex internationaal krachtenveld.
Vrijheid en democratie zijn geen verworvenheden, maar kwetsbare constructies die voortdurend onderhoud vergen.
Wat Jacob Blauw ons nu nog kan vertellen
De vergelijking tussen het tijdperk van Jacob Blauw en het huidige politieke klimaat laat zien dat veel van de spanningen waarmee Nederland vandaag wordt geconfronteerd niet nieuw zijn, maar historisch van aard. Polarisatie, wantrouwen jegens bestuur en overheid, de strijd om de waarheid, de manipulatieve kracht van media, een moeizaam functionerende democratische legitimiteit en de kwetsbare positie van een klein land binnen een groter geopolitiek krachtenveld vormen zowel toen als nu een explosieve combinatie.
De blijvende relevantie van Jacob Blauw ligt niet in zijn uitzonderlijkheid, maar in de structurele patronen die zijn leven blootlegt. Vrijheid en democratie verschijnen daarmee niet als vanzelfsprekende verworvenheden, maar als kwetsbare constructies die voortdurend onderhoud vergen.
Wie zich verder wil verdiepen in deze periode en in de figuur Blauw zelf, vindt in het boek Jacob Blauw (1759-1829) een onmisbare sleutel tot begrip.