Wie zich verdiept in de geschiedenis van Nederlandse families, komt al snel terecht bij een bijzondere reeks genealogische naslagwerken: 'Nederland’s Patriciaat'. Al sinds het begin van de twintigste eeuw worden hierin families beschreven die gedurende langere tijd een prominente plaats in de Nederlandse samenleving innamen. De reeks vormt daarmee niet alleen een bron voor familieonderzoek, maar vertelt ook iets over de ontwikkeling van de Nederlandse samenleving.
Een genealogisch naslagwerk van aanzienlijke families
Wie meer wil weten over Nederlandse familiegeschiedenis kan niet om Nederland’s Patriciaat heen. Dit genealogische naslagwerk beschrijft aanzienlijke, ook wel hoogburgerlijke, Nederlandse families die gedurende ten minste 150 jaar een prominente rol in de Nederlandse samenleving hebben gespeeld. Het eerste deel verscheen in 1910. Sindsdien zijn meer dan 1800 families in de reeks opgenomen.
De reeks ontstond als een zusterpublicatie van Nederland’s Adelsboek, het bekende Rode Boekje. Dat werk richtte zich op de Nederlandse adel. Nederland’s Patriciaat werd juist opgezet voor vooraanstaande burgerlijke families. Omdat de eerste delen in een blauwe band verschenen, kreeg de reeks al snel de bijnaam het Blauwe Boekje. De scheidslijn tussen beide reeksen is overigens niet absoluut: ook burgerlijke takken van adellijke families komen in Nederland’s Patriciaat voor.
Welke families komen in het Blauwe Boekje?
Elk deel bevat doorgaans 10 tot 15 genealogieën. Een deel daarvan betreft families die voor het eerst worden beschreven; andere families zijn al eerder opgenomen en worden opnieuw gepubliceerd. Zo'n heropname kan na verloop van tijd een veel vollediger beeld van een familie opleveren.
De criteria voor opname zijn duidelijk omschreven. Het gaat om families die gedurende ten minste 150 jaar een prominente rol in de Nederlandse samenleving hebben gespeeld en waarvan leden ook in de huidige tijd nog maatschappelijk voor het voetlicht komen. Daarbij wordt niet naar één bepaald beroep of één vorm van rijkdom gekeken. Een belangrijke maatschappelijke positie kan bijvoorbeeld blijken uit invloed in het openbaar bestuur, hoge functies in het bedrijfsleven, de rechtspraak, gezondheidszorg, kerk, onderwijs of krijgsmacht. Ook vooraanstaande rollen in kunst en wetenschap, het behoren tot de welvarendste lagen van de samenleving of het deel uitmaken van invloedrijke netwerken kunnen een rol spelen.
In recente delen is daarnaast ruimte voor families die na 1910 zijn uitgestorven, maar in de 150 jaar vóór hun uitsterven een belangrijke maatschappelijke rol hebben gespeeld. Daarmee gaat het Blauwe Boekje dus niet alleen over families die vandaag de dag nog bestaan.
Opname is niet vanzelfsprekend
Een familie wordt niet automatisch opgenomen omdat zij historisch bekend is. Een verzoek tot opname of heropname wordt beoordeeld door Stichting Het Blauwe Boekje. De familie kan zelf belangstelling tonen, maar uiteindelijk wordt gekeken of zij aan de criteria voldoet.
Voor een nieuwe genealogie wordt bij voorkeur een genealogie aangeleverd die ongeveer 200 jaar of meer teruggaat. Vervolgens wordt het onderzoek verder uitgewerkt, waarbij in ieder geval de laatste 150 jaar volledig in kaart worden gebracht. Het doel is niet alleen een lange stamboom te maken, maar ook inzicht te geven in de maatschappelijke positie en ontwikkeling van de familie.
Dat verklaart ook waarom een vermelding in Nederland’s Patriciaat iets anders is dan het simpelweg publiceren van een familienaam. De genealogieën zijn het resultaat van historisch en genealogisch onderzoek en worden gecontroleerd en aangevuld.
Wat staat er in een genealogie?
Een genealogie in het Blauwe Boekje bevat veel meer dan namen en jaartallen. Naast geboorte-, huwelijks- en overlijdensgegevens worden bijvoorbeeld opleidingen, beroepen, functies, openbare ambten, onderscheidingen en woonplaatsen vermeld. Ook nevenfuncties en andere maatschappelijke activiteiten kunnen worden opgenomen.
De genealogieën worden doorgaans voorafgegaan door een zgn. stamreeks: een overzicht van de directe mannelijke voorouders van de beschreven familie. Daarna wordt de familie per tak uitgewerkt (de feitelijke genealogie). Daarbij wordt ook rekening gehouden met naamdragende nakomelingen via de vrouwelijke lijn en met andere familieverbanden die relevant zijn voor het genealogische beeld.
Een opvallend onderdeel is het familiewapen. Iedere gepubliceerde genealogie begint met een afbeelding en beschrijving van het familiewapen of de familiewapens, waarbij ook de herkomst van het familiewapen wordt beschreven. Sinds deel 96 worden de wapens in kleur afgebeeld.
Na de beschrijving van het wapen wordt de familie, vanaf deel 95, in een korte inleidende tekst gekenschetst. De genealogie wordt afgesloten met een overzicht van de relevante literatuur over de betreffende familie.
Betrouwbaarheid staat centraal. De makers geven aan dat gegevens alleen een plaats krijgen wanneer ze bewezen juist zijn. Wanneer informatie wel relevant is maar nog niet bewezen, wordt dit als zodanig aangegeven. Dat draagt bij aan de waarde van de reeks als genealogisch naslagwerk.
Heropname: meer dan een update
Een familie die eenmaal in het Blauwe Boekje staat, verschijnt niet automatisch in een volgend deel. Heropname is in principe mogelijk na 25 jaar en wordt opnieuw aan de geldende criteria getoetst.
Een nieuwe opname is bovendien niet simpelweg een bijgewerkte versie van de oude tekst. Door nieuw archiefonderzoek kunnen familieverbanden worden verduidelijkt, carrières en nevenfuncties uitgebreider worden beschreven en kunnen nieuwe generaties worden toegevoegd. De officiële website spreekt daarom over een verbetering of ‘upgrade’ van de genealogie.
Voor families kan zo'n heropname ook een bijzondere betekenis hebben. Naast het genealogische en historische belang kan een genealogie bijdragen aan het bewaren van het familieverhaal en een verbinding vormen tussen verschillende generaties.
Wie maakt het Blauwe Boekje?
Achter de reeks staat Stichting Het Blauwe Boekje. Sinds 2016 worden nieuwe delen verzorgd door Historisch Bureau De Clercq en Uitgeverij Verloren. De stichting bewaakt de continuïteit en kwaliteit van de reeks. Daan de Clercq is directeur, redacteur en het belangrijkste aanspreekpunt voor het genealogische onderzoek en de eindredactie. Aanvullend onderzoek en controles worden door verschillende deskundigen uitgevoerd. Voor een manuscript naar de uitgever gaat, wordt het bovendien kritisch gelezen door een commissie van lezers. Uitgeverij Verloren verzorgt vervolgens onder meer de productie, vormgeving, druk en distributie.
Het samenstellen van een genealogie is daardoor een omvangrijk proces. Historische bronnen worden onderzocht, gegevens over recente generaties verzameld en gecontroleerd, familiewapens en afbeeldingen geselecteerd en de tekst uiteindelijk redactioneel verwerkt. Het resultaat is een naslagwerk waarin genealogie, familiegeschiedenis en cultuurgeschiedenis samenkomen.
Een bijzondere historische bron
De betekenis van Nederland’s Patriciaat reikt dan ook verder dan de geschiedenis van afzonderlijke families. De opeenvolgende delen geven samen een beeld van de maatschappelijke groepen die in Nederland invloedrijk waren en van de manier waarop die groepen in de loop van de twintigste en eenentwintigste eeuw veranderden. De makers beschrijven de reeks als uniek in Europa en benadrukken de grote cultuurhistorische betekenis ervan.
Dat maakt het Blauwe Boekje interessant voor genealogen, familieonderzoekers en historici, maar ook voor lezers die willen begrijpen hoe Nederlandse families zich door de generaties heen hebben ontwikkeld. De officiële website bevat bovendien een overzicht van de opgenomen families en de delen waarin zij zijn beschreven.
Wie dus op zoek gaat naar de geschiedenis van een vooraanstaande Nederlandse familie, vindt in Nederland’s Patriciaat niet alleen een stamboom, maar een uitgebreid familieportret in zijn maatschappelijke en historische context. Juist die combinatie heeft het Blauwe Boekje sinds 1910 gemaakt tot een van de bekendste genealogische naslagwerken van Nederland.