Lijden aan eenheid
Jaar van uitgifte 1998
Nur1 686
Nur2 696
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 412
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'(...) Jos van Meeuwen [heeft] een belangrijke en boeiende studie geschreven. Naast het gedegen bronnenonderzoek over een ruime thematiek maken toch precies die erg critische besprekingen van de bestaande Nederlandse literatuur het boek aantrekkelijk.' P. Pasture in: Tijdschrift voor Sociale Geschiedenis 25 (1999) 4. 'De optiek van waaruit de schrijver zijn verhaal brengt, is een sociaal-historische; het zijn de hier en daar dramatische lotgevallen van de katholieke arbeidersbeweging die de verhaallijn bepalen. Maar de vraagstelling van het boek maakt he ook voor de politieke geschiedenis, in casu de geschiedenis van de katholieke partijvorming van veel belang. (...) Lijden aan eenheid is een belangrijke bijdrage aan de herziening van ons beeld van de katholieke groepsvorming.' P.Luykx in: BMGN 115 (2000) 1.

Lijden aan eenheid

Jos van Meeuwen | 9065506055
39,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Katholieke arbeiders op zoek naar hun politiek recht (1897-1929).
 

 

De Nacht van Schmelzer van donderdag 13 op vrijdag 14 oktober 1966, waarin het kabinet Cals door de katholieke Tweede Kamerfractie ten val werd gebracht, maakte een einde aan de exclusieve band tussen de katholieke arbeidersbeweging en de katholieke politieke partij. In Lijden aan eenheid staat de totstandkoming van dit verbond centraal. In de katholieke politieke geschiedschrijving komen de katholieke arbeiders niet voor, zelfs niet als afficheplakkers of centenophalers. Toch zou er zonder hen geen katholieke politieke eenheid geweest zijn. Hun politieke opkomst dateert van 1897, toen het kiesrecht voor mannen verruimd werd. Aanvankelijk dreigden de katholieke arbeiders hun eigen weg te gaan, maar kerkelijk gezag en katholieke burgerij voorkwamen dat. Hun lange mars door de katholieke politieke instellingen op zoek naar 'politiek recht' bracht hen regelmatig in botsing met de andere katholieke maatschappelijke standen. Bij de reoganisatie van de 'Algemeene Bond van R.K. Rijkskieskringorganisaties' tot 'R.K. Staatspartij' in 1926 werden de formele betrekkingen tussen de katholieke sociale organisaties en de politieke partij echter geregeld en was de katholieke politieke eenheid een (wankel) feit. Het R.K. Werkliedenverbond schikte zich slechts op bijzondere voorwaarden in die eenheid: bondsvoorzitter A.C de Bruijn claimde het lidmaatschap van het dagelijks partijbestuur, het verbond kreeg een ruime vertegenwoordiging in de partijraad en De Bruijn werd in 1929 met verbondsbestuurder P.J.S. Serrarens gekozen in de Eerste Kamer. Bij de Tweede Kamerverkiezingen mocht de katholieke arbeidersbeweging bepalen wie er in aanmerking kwamen voor de vier 'kwaliteitszetels arbeid en arbeidsvraagstukken'. De exclusieve band tussen arbeidersbeweging en partij stond er borg voor, dat de katholieke (georganiseerde) arbeiders de katholieke partij tot de jaren zestig in grote meerderheid trouw bleven.