Onder het mom van satire
Jaar van uitgifte 2014
Nur1 694
Nur2 621
Status leverbaar
Taal Nederlands
Uitgever Verloren
Bindwijze ing
Bladzijdes 282
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'[...] Nieuwenhuis’ proefschrift slaagt in zijn opzet een bredere kijk op de werking van satire te leveren. Door de verschillende invalshoeken van waaruit hij naar zijn casussen kijkt, werpt hij en passant ook een blik op onze huidige tijd. Daarin lijkt de vraag wat satire is actueler dan ooit. Voor iedereen die wil weten hoe satire nu eigenlijk werkt, is dit proefschrift dan ook zeker een must.' Roeland Harms voor: BMGN 131 (2016) 3, www.bmgn-lchr.nl; 'Vanwege de vraag naar de kracht van satire in de samenleving wordt in het laatste hoofdstuk de receptie van het bronmateriaal aangekondigd. Vindingrijk verhult Nieuwenhuis hierin dat hij over de geschriften van Sterck en Hoefnagel weinig te melden heeft. Met een aantal belangwekkende beschouwingen en een uitgebreide analyse van de reacties op Van Woensels werk probeert hij dit te compenseren. Tot verrassende inzichten leiden deze niet zo zeer, want vooraf was toch al bekend dat satire invloedrijk kan zijn en tevens niet te serieus moet worden genomen.' Joop W. Koopmans in: Tijdschrift voor Geschiedenis 128 (2015) 1, p. 159-160; 'Zijn boek is het product van een riskante dialoog tussen het historische en het tijdloze. En het experiment is geslaagd wat mij betreft. Niet alleen vanwege de uitstapjes naar het heden, zoals vergelijkingen tussen achttiende-eeuwse satire en hedendaags cabaret (Hans Teeuwen), tv-satire (Koefnoen), of spotprenten (de Mohammedcartoons). Die vergelijkingen zijn verfrissend, maar niet per se diepgravend. Het is vooral het feit dat Nieuwenhuis gepoogd heeft een aantal cruciale functies - "rollen" noemt hij die - te formuleren die eigen zijn aan satire in het algemeen, maar een specifieke toepassing vinden in de toverlantaarns van eind achttiende eeuw. Voor wie vooral in deze periode geïnteresseerd is, biedt het boek een belangrijk inzicht in de vele manifestaties van satire. Het beschrijft en analyseert diverse genres, strategieën, functies, effecten van satire en geeft daarmee een overzicht dat zowel voor letterkundigen, historici als mediawetenschappers een goed startpunt kan zijn bij verder onderzoek.' Jeroen Salman in: Vooys 32 (2014) 4, p. 87-90; 'Een interessante nuance die Nieuwenhuis aanbrengt, is dat vooral de radicale reacties op De Lantaarn bewaard zijn gebleven. Het is dus mogelijk dat Van Woensel door velen als een luchtig commentator op de actualiteit werd beschouwd en niet als de luis in de pels die hij was voor zijn collega Bosch en een kleine groep radicalen (195). Door op deze mogelijkheid te wijzen laat Nieuwenhuis zien dat hij het spanningsveld dat in satire kan bestaan tussen "ernst en luim", of engagement en entertainment, niet uit het oog verliest. Een belangrijke verdienste van het boek is dat het genoemde spanningsveld in elk van de hoofdstukken overtuigend besproken wordt.' Carlos van Tongeren in: Nederlandse Letterkunde 19 (2014) 2, p. 171-174; 'Nieuwenhuis schrijft soepel en laat zijn bronnen mooi doorklinken. De smeuïgste citaten, vol hoeren en snoeren en bovendien in dat vermakelijke koeterwaals van de rondreizende kermisexploitant, ontleent hij aan Hoefnagel en Sterck - die twee handige broodschrijvers die zonder al te veel scrupules de schoorsteen lieten roken.' Ton Jongenelen in: Mededelingen van de Stichting Jacob Campo Weyerman 37 (2014) 1, p. 79-81; 'Voor tijdschriftonderzoekers is het relevant dat Nieuwenhuis steeds laat zien hoe zijn bronnen ontstonden in de bloeiende tijdschriftcultuur aan het eind van de achttiende eeuw, maar tegelijkertijd tal van andere invloeden verraden. Hij maakt bijvoorbeeld inzicht gevende vergelijkingen met pamfletten en almanakken, zowel uit de achttiende als van daarvoor. Zo laat hij tevens zien dat het tijdschriftlandschap aan alle kanten in ontwikkeling was in de achttiende eeuw. Niets dan lof voor de analyses dus.' Nina Geerdink in: Tijdschrift voor tijdschriftstudies 35 (juli 2014), p. 75-77; 'Het is de verdienste van Nieuwenhuis dat hij de laat-18de-eeuwse satire weer toegankelijk en soms zelfs grappig weet te maken. En passant zegt hij daarbij rake dingen over hoe satire werkt.' Joris Oddens in: Geschiedenis Magazine 49 (2014) 5, p. 60; 'De satiricus, aldus Nieuwenhuis, is ongrijpbaar. Hij heeft vaak grote invloed en soms zelfs macht. Dat was zo op het breukvlak van de oude Republiek en haar Bataafse opvolger en dat is nog steeds zo. Ivo nieuwenhuis levert met dit boeiende en informatieve boek een bijdrage aan de kennis van het fenomeen satire, maar ook aan de satirische historiografie van een relatief korte maar belangrijke periode uit onze politieke geschiedenis, de patriottentijd.' Henk Slechte in: De Boekenwereld 30 (2014) 2, p. 85-86; 'Onder het mom van satire is een literatuurwetenschappelijke studie. Toch kan ook de voornamelijk historisch geïnteresseerde lezer er veel boeiends in vinden.' Han C. Vrielink op: www.historischhuis.nl/recensiebank 04-04-2014; 'Grappig genoeg valt er niet veel te lachen, maar daar was het Nieuwenhuis dan ook niet om te doen. Hij heeft vooral belangstelling voor de politiek-maatschappelijke impact. Satire als vreedzaam middel om een samenleving te ontwrichten.' In: NRC 25/25-01-2014, p. 28. Verder gesignaleerd in: ND/Gulliver 02-05-2014, p. 12.

Onder het mom van satire

Ivo Nieuwenhuis | 9789087044039
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Laster, spot en ironie in Nederland, 1780-1800.
 

 

Satire is een ongrijpbaar fenomeen. Satirische teksten en cartoons onttrekken zich gedurig aan eenduidige interpretaties en weten ernst en vrolijkheid op een vernuftige manier door elkaar te mengen. Onder het mom van satire brengt de werking van dit ongrijpbare verschijnsel nader in kaart, specifiek binnen de context van de roerige laatste decennia van de achttiende eeuw: de Patriottentijd (1780-1787) en de Bataafse Tijd (1795-1806). Centraal staan twee casussen uit het domein van de periodieke opiniepers: een reeks ‘toverlantaarns’ en ‘rarekieks’ uit de jaren 1782-1783 en de almanak-pastiche De Lantaarn (1792-1801) van Pieter van Woensel. Via een brede culturele analyse van deze bronnen komen diverse aspecten van het satirische spel aan bod, waaronder de rol van de satiricus, de impact van satire op het publieke debat en de functie van de satirische techniek van de parodie.