Leven na Descartes
Jaar van uitgifte 2005
Nur1 685
Nur2 732
Status leverbaar
Taal Nederlands
Tweede taal Engels
Bindwijze ing
Bladzijdes 108
Redactie Paul Hoftijzer en Theo Verbeek
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: KAREL DAVIDS, Voorwoord   THEO VERBEEK, Nederlands Cartesianisme: Thijssen-Schoute en haar voorgangers   THEO VERBEEK, Een onbekende Cartesiaan: Johannes Tatinghoff (1629-1655)   KAREL DAVIDS, De wijde horizon van een kamergeleerde: Isaac Vossius (1618-1689) en de zeevaart   MARIJKE SPIES, Lodewijk Meijer en de hartstochten   WIEP VAN BUNGE, Spinoza en de waarheid van de godsdienst   ANDRÉ HANOU, Alweer een radicaal? Hendrik Doedijns en zijn Haegse Mercurius (1697-1699)   ALASTAIR HAMILTON, Arabists and Cartesians at Utrecht

'De zeven opstellen zijn op zichzelf zeker lezenswaardig.' Drs. W. Pelt in: Recensiebank historischhuis.nl, februari 2006. 'De essays in het boekje tonen hoe op het gebied van het Nederlands cartesianisme (en de invloed van Spinoza moet erbij vermeld worden) nog altijd vruchtbaar onderzoek kan gedaan worden en ook wordt.' E.O.G. Haitsma Mulier in: BMGN 121 (2006) 3, p. 521-522. Verder gesignaleerd in: Filosofie 15 (2005) nr. 5, p. 64; Cd-rom Leesidee 2000-2005.

Leven na Descartes

9789065508737
19,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Zeven opstellen over ideeëngeschiedenis in Nederland in de tweede helft van de zeventiende eeuw.
 

 

De laatste jaren is er een toenemende belangstelling voor wat wel is genoemd de vroege Nederlandse Verlichting. De aanzet daartoe werd echter al vijftig jaar geleden gegeven door de historica Caroline Louise Thijssen-Schoute in haar magnum opus Nederlands Cartesianisme (1954) over de vroege verspreiding van de ideeën van René Descartes in de Nederlandse Republiek. De bijdragen in Leven na Descartes bouwen op haar pionierswerk voort. Centraal staat de invloed van het cartesiaans en spinozistisch gedachtegoed op schrijvers en geleerden uit de tweede helft van de zeventiende eeuw. Tevens is een essay opgenomen over het historiografisch belang van het werk van Thijssen-Schoute.