Van Inlander tot Indonesiër
Jaar van uitgifte 2009
Nur1 621
Nur2 680
Reeks naam Indische Letteren
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 108
Redactie Sylvia Dornseiffer e.a.
Reeks nummer 24 (2009) 2
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: PETER VAN ZONNEVELD, Van primitieve inboorling tot medemens. Het beeld van de inheemse bevolking in de Indisch-Nederlandse literatuur   ADRIENNE ZUIDERWEG, 'Een eijlander wt Iava welcks volck is hartneckich en opstinaet'. De Javaan in de VOC-literatuur   SIEGFRIED HUIGEN, De verstandige Pelimao. François Valentijns voorstelling van de Alfoeren   PETER VAN ZONNEVELD, Romantiek in sarong en kabaja? Javanen in de Indische almanakliteratuur   CEES FASSEUR, 'Een domme, wrede satire op de Havelaarszaak'. Multatuli en de Maatschappij tot Nut van den Javaan   GEERT ONNO PRINS, 'Deze stil nijdige, geheimzinnig fanatieke wajangpop'. Autochtone personages in De stille kracht   DARJA DE WEVER, Het is geen kolonie, het is een wereld. De Ander in het werk van Augusta de Wit   KEES SNOEK, De duif van Hatim en andere pijnlijke herinneringen. Het beeld van de inlander in Het land van herkomst van E. du Perron   PAMELA PATTYNAMA, Totdat Constance kwam! Het inheemse in het werk van Maria Dermoût   ESTHER TEN DOLLE, 'Want hier zit ik eindelijk tegenover een mens'. Ontmoetingen met Indonesiërs in het werk van A. Alberts

Van Inlander tot Indonesiër

9789087041083
12,50
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Themanummer Indische Letteren 24 (2009) 2.
 

 

In dit themanummer van Indische Letteren staat de beeldvorming ten aanzien van de inheemse bevolking van Indonesië in de Indisch-Nederlandse literatuur centraal. De bijdragen laten zien, dat er sinds de VOC-tijd steeds meer belangstelling is gekomen voor die inheemse bevolking en dat in de literatuur een ontwikkeling is te signaleren van stereotypen naar individuen. Daarbij is sprake van een toenemende ontvoogding: het 'opheffen' van de inheemse bevolking, dat zich al in de achttiende eeuw begon te manifesteren en in de ethische politiek tot bloei kwam, is langzaam naar de achtergrond geschoven. Maar vooral wordt duidelijk, dat de Indonesiër steeds meer als medemens werd gezien en behandeld.