Omnibus idem
Jaar van uitgifte 1997
Nur1 685
Nur2 621
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 198
Redactie Jeroen Jansen
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Inhoud: J. JANSEN, Voorwoord: Hooft en Omnibus idem   E.K. GROOTES, Hooft en Bredero   H. DUITS, Hooft en Hendrik IV   M.B. SMITS-VELDT, Hooft en De Groot   A.M.T. LEERINTVELD, Hooft en Huygens. Kroniek van een vriendschap 1620-1625   P. KONING, Hooft en Mostart. Een Nederduitse secretaris voor P.C. Hooft   L. PEETERS, Hooft, Tacitus en de Medici. Een Florentijnse variant van een Romeinse moordzaak   A.J.E. HARMSEN, Hooft en Nil Volentibus Arduum. De waardigheid der poëzie   J. JANSEN, Hooft en Huydecoper. De 'Getuigenissen' in de editie Brieven (1738)   P. TUYNMAN, Hooft en de filosoof

'Dit zijn specialistische studies voor neerlandici maar sommige kunnen [...] ook van nut zijn voor de historicus met culturele en ideeënhistorische belangstelling.' E.O.G. Haitsma Mulier in: BMGN 114 (1999) 3.

Omnibus idem

9065505644
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Opstellen over P.C. Hooft ter gelegenheid van zijn driehonderdvijftigste sterfdag.
 

 

In 1997 werd herdacht dat de belangrijke zeventiende-eeuwse schrijver Pieter Corneliszoon Hooft (1581-1647) 350 jaar eerder was overleden. Ter gelegenheid hiervan werd een bundel uitgebracht met negen wetenschappelijke artikelen, waarin het werk en de persoon van Hooft centraal staan. De auteurs van de artikelen laten vanuit hun eigen vakgebied en interesse hun licht schijnen over het oeuvre van de Muider drost. Door de variëteit aan benaderingen en onderwerpen in Omnibus idem wordt recht gedaan aan Hoofts veelzijdigheid. In elk artikel van deze bundel staat de 'relatie' - in welke vorm ook - centraal die tussen Hooft en één ander persoon bestond. Deze 'relaties' zijn van velerlei aard en intensiteit. Zo wordt in één bijdrage aan de hand van een voorbeeld de verhouding tussen Hooft en Tacitus aan de orde gesteld, terwijl in andere artikelen juist de nawerking van Hooft wordt besproken, zoals de 'relatie' tussen Hooft en Balthazar Huydecoper, die in 1738 de Brieven van P.C. Hooft liet verschijnen. Het merendeel van de bijdragen richt zich echter op tijdgenoten in hun directere omgang met Hooft, zoals Hugo de Groot, Daniel Mostart en Constantijn Huygens.