Geschiedenis van het doopsgezinde kerklied (1793-1973)
Jaar van uitgifte 2010
Nur1 680
Nur2 709
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze geb
Bladzijdes 564
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Hoe is deze geschiedenis van het doopsgezinde kerklied verlopen? Welke ontwikkelingen zijn er geweest? Het zijn deze vragen die de doopsgezinde theoloog Pieter Post, docent aan het doopsgezind seminarium, wil beantwoorden in een lijvig en fraai uitgegeven proefschrift. [...] Het is de verdienste van de auteur dat hij er door een strakke opbouw in is geslaagd een heldere ordening aan te brengen in de op het eerste gezicht verwarrende veelheid. [...] Daarom ben ik blij met dit interessante en goed gedocumenteerde boek. De doorsnee protestant kan er veel uit leren. Voor mij zelf was het goeddeels onbekend land. En als de auteur me van één ding heeft overtuigd dan is het wel dat kerkelijke scheidslijnen niet samenvallen met het kerklied.' Ab Noordegraaf in: Christelijk Weekblad, 28-01-2011, p. 8-9; 'In dit boek wordt het betoog binnen een zeer breed kader geplaatst. Het ligt voor de hand dat aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling van de liturgie. Evenzeer begrijpelijk is dat aandacht wordt besteed aan de vorming van "leraren" […] De lezer wordt echter ook ingelicht over onderwerpen die verder van het hoofdthema af liggen. […] Deze veelomvattende benadering geeft het boek een bijzonder karakter. Het kan haast gedefinieerd worden als een overzicht van de meer recente geschiedenis van de Nederlandse doopsgezinden in de spiegel van hun liedteksten. De waarde ervan wordt zeker verhoogd door de omstandigheid dat het voorzien is van aanhangsels waarin respectievelijk een aantal van die teksten integraal is opgenomen en die bibliografische gegevens bevatten betreffende een fors aantal liedboeken.' Ph. Bosscher op: www.historischhuis/recensies, april 2011; ‘Het is naar vorm en inhoud een prachtig boek geworden: […] mooie letter, stevig ingebonden, 47 illustraties, overzichtelijke indeling en uitgebreide registers. […] Het boek van Pieter Post moet een werk van jaren zijn geweest. Het uitzoeken en verwerken van honderden gegevens en de leesbare bespreking van dat alles: monnikenwerk. […] Maar al met al kunnen we niet anders zeggen dan dat met deze Geschiedenis van het doopsgezinde kerklied een zeer respectabel werk is verschenen, dat de aandacht van velen verdient en bij kenners en liefhebbers dankbare bewondering zal oproepen.’ Bernard Smilde in: Friesch Dagblad/Sneinspetiele 05-11-2011, p. 31; ‘Deze cultuur- en kerkhistorische studie over het doopsgezinde kerklied zal ongetwijfeld hebben geprofiteerd van de uitvoerige aandacht die de doopsgezinden in 2011 te beurt is gevallen. Zij vierden immers de 450e sterfdag van Menno Simons, 275 jaar Doopsgezind Seminarium in Amsterdam, 200 jaar Algemene Doopsgezinde Sociëteit en de bevestiging van de allereerste vrouwelijke predikant in 1911. De inhoud en de insteek van deze publicatie zijn echter dermate waardevol en bijzonder, dat ook los van dit gegeven het boek de aandacht verdient van iedereen die zich bezighoudt met hymnologie en/of de doopsgezinden in Nederland. […] Een belangrijke toegevoegde waarde van dit boek zijn de bijlagen. De eerste bijlage geeft met behulp van grafieken de verspreiding van de besproken liedboeken weer. Enigszins verwonderlijk is wel dat de laatste grafiek het jaar 1973 betreft, waardoor de verspreiding van Het Liedboek ontbreekt. Wellicht ontbrak hiervoor voldoende cijfermateriaal. Bijlage twee bestaat uit de volledige tekst van achttien liederen die in de studie aan bod zijn gekomen. De derde bijlage bestaat uit een drietal liturgieën zoals die in doopsgezinde middens werden gebruikt. Ook het chronologisch bibliografisch overzicht van de besproken liedboeken kan voor verder onderzoek een nuttig instrument zijn. Afsluitend kan geconcludeerd worden dat deze publicatie niet enkel voor hymnologen en kerkhistorici van belang is. Iedereen die geïnteresseerd is in de moderne geschiedenis van de doopsgezinden in Nederland zal via de invalshoek van de liedboeken ruimschoots aan zijn trekken komen.’ Aaldert Prins in: webrecensie BMGN – LHCR 126 (2011) 4; ‘In zijn fraai uitgegeven boek, waarin een groot aantal afbeeldingen van theologen werd opgenomen, worden geen melodieën geanalyseerd of bijzondere karakteristieken van de doopsgezinde zangmelodie omschreven. Is enkel aandacht voor de tekst van het lied een doopsgezinde traditie? […] Daarmee is dit boek helaas geen volwaardige geschiedenis van het doopsgezinde kerklied geworden, maar veeleer een belangwekkende en goed geschreven studie over theologische ontwikkelingen in de tekst daarvan.’ A.Vernooij in: Gregoriusblad 136 (2012) 2, p. 22; ‘Boeiend is het om de wisselwerking inzichtelijk te krijgen tussen tijdgeest en liedteksten enerzijds en doopsgezinde liederen versus algemeen protestants anderzijds. […] De ontwikkeling van het doopsgezinde kerklied kan dan ook niet beter worden getypeerd dan in de ondertitel is gedaan: van particularisme naar oecumeniciteit. Een aanwinst voor de hymnologie!’ A. Alderliesten in: Protestants Nederland 78 (2012) 3, p. 79; 'Posts lijvige boekwerk biedt veel meer dan de geschiedenis van het doopsgezinde kerklied alleen. Het uitvoerige archiefwerk, de aandacht voor de invloeden van de verschillende contexten waar binnen de liedbundels werden samengesteld en de navorsing van veranderende terminologie in de liedteksten door de eeuwen heen, schetsen niet alleen een levendig beeld van twee eeuwen doopsgezinde geschiedenis [...], maar maken het bovendien tot een interessante studie voor zowel theologen als historici.' Anna Voolstra in: Tijdschrift voor Geschiedenis 125 (2012) 1, p. 116-117.

Geschiedenis van het doopsgezinde kerklied (1793-1973)

Pieter Post | 9789087041717
49,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Van particularisme naar oecumeniciteit.
 

 

In deze rijk geïllustreerde studie wordt vanuit een brede cultuur- en kerkhistorische optiek de ontwikkeling van het doopsgezinde kerklied beschreven gedurende de negentiende en twintigste eeuw. Het betreft een chronologisch geordende ontstaans- en receptiegeschiedenis van de doopsgezinde hymnologie aan de hand van dertien liedboeken, beginnend met de Christelyke Gezangen (1793) en eindigend met het nog als doopsgezind te typeren restant aan liederen in het Liedboek voor de Kerken (1973). De analyse richt zich hoofdzakelijk op de verklaring van de hymnologische, liturgische en theologische kenmerken en veranderingen doorheen de tijd, waarbij voor doopsgezinden relevante begrippen als 'rechtvaardiging' en 'heiliging' telkens als ijkpunt fungeren. Zo wordt inzichtelijk gemaakt hoe en waarom de geheel eigen, historisch en kerkelijk getoonzette liedcultuur van dopers Nederland, met dichterlijke grootheden als Aagje Deken, Matthijs Siegenbeek en Jeronimo de Vries, uiteindelijk een zeer oecumenisch, algemeen protestants karakter zou verkrijgen.