Het Stichts-Hollands geslacht Van den Bosch
Jaar van uitgifte 1995
Nur1 680
Nur2 684
Status leverbaar
Taal Nederlands
Bindwijze ing
Bladzijdes 256
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Het boek van Bos biedt [...] een uiterst boeiende en veelzijdige verzameling van bronnenmateriaal met bijbehorende interpretatie, die niet alleen heeft gediend ter reconstructie van twintig generaties nazaten van de Utrechtse ministeriali Wolfger van Amstel, maar ook kan bijdragen tot de verheldering van enige kernvragen betreffende adel en ridderschap in het middeleeuwse graafschap Holland en het Sticht Utrecht.' J.M. van Winter, in: Holland 1997/2. 'Het boek is professioneel verzorgd [...]. De uitgave is een voorbeeld van zinvolle genealogische tijdsbesteding en toont dat de grenzen daarvan ook nog slechts "voorlopig zijn verkend". Van harte aanbevolen.' A.M. den Boer, in: Regionaal Historisch Tijdschrift jaargang 10/1 (februari 1996)

Het Stichts-Hollands geslacht Van den Bosch

M. Bos | 9065502734
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Voorlopig verslag van een onderzoek naar persoon en voorgeslacht van Cornelis Jacobsz. (ca. 1500-ca. 1580) te Waddinxveen.
 

 

De tot nu toe oudst bekende voorvader van het geslacht Van den Bosch is een zekere Cornelis Jacobsz. Deze Cornelisz Jacobsz. moet zo rond 1500 geboren zijn. In de periode 1531-1562 trad hij op als vervener, c.q. financier van verveningsactiviteiten in Zuid-Eind Waddinxveen en Coenecoop. In 1546 gebruikte hij een turfpakhuis aan de Oostzijde van de Nupoort (later Oppert geheten) te Rotterdam, dat in 1547 aan hem getransporteerd werd. Later kocht hij nog twee percelen in dezelfde straat. Daarnaast bezat hij een woonhuis aan de Oostzijde van de Hooftstraat, ook wel Hooftsteech genoemd. Omstreeks 1553 kocht Cornelis Jacobsz. een hofstede in Groenswaert-Bovenweg onder Waddinxveen, waar hij met zijn vrouw Meyns Ariensdr. tot zijn dood, tussen 1 april 1579 en eind 1581, bleef wonen. Het Stichts-Hollands geslacht Van den Bosch is opgezet als een speurtocht steeds verder het verleden in, beginnend bij Cornelis Jacobsz. Bos laat zien, dat Cornelis Jacobsz. afstamde van het tot de middeleeuwse adel behorende Rijnlandse geslacht Van den Bosch, waarvan de oudste tak sinds de 14e eeuw deel uitmaakte van het Leidse regentenpatriciaat. Uiteindelijk blijkt het geslacht Van den Bosch terug te voeren op de middelste tak van het Huis Amstel. Deze middelste tak oriënteerde zich reeds ca. 1230, via een huwelijk met een Van Wassenaer, op het graafschap Holland. Talrijke lenen waren in de 13e en 14e eeuw in handen van leden van het geslacht Van den Bosch. Niet alleen aan het bezit van de familie besteedt Bos aandacht, ook aan de maatschappelijke positie van de verschillende leden en aan bijvoorbeeld hun stellingname tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten. Afstamming is een juridisch vraagstuk, onderworpen aan de regels van het burgerlijk bewijsrecht. De inleiding van deze studie is gewijd aan het bewijs in de genealogie. Hierin wordt met name ingegaan op de methode van de groepsvergelijking, die door het sterk groeiende aantal uitgaven van eeuwenoud bronnenmateriaal meer dan voorheen mogelijk is geworden. Ook Bos heeft deze methode toegepast. Deze genealogische studie beperkt zich niet tot de geschiedenis van één bepaalde familie, maar levert ook een bijdrage aan de geschiedenis van de verwante geslachten Van Wassenaer en Van Sonnevelt, de geschiedenis van de Rotterdamse turfhandel en aan de standengeschiedenis. De auteur (geboren 1916) is oud-hoogleraar volkenrecht aan de Universiteit Utrecht.