Nooit gehuwd, maar niet alleen

Specificaties

Jaar van uitgifte 1993
Nur1 680
Nur2 694
Reeks naam Amsterdamse Historische Reeks GS
Status leverbaar
Taal Nederlands
Auteur(s) Jeannette Dorsman, Monique Stavenuiter
Bindwijze ing
Bladzijdes 160
Reeks nummer 15
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

Nooit gehuwd, maar niet alleen

Jeannette Dorsman | 9065503609
20,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Vrijgezelle vrouwen uit de arbeidende klasse in de tweede helft van de negentiende eeuw.
 

 

'Oude vrijsters', 'bejaarde dochters', 'bedaagde maagden', 'gedroogde rozijnen', 'een vaatje zuur bier'. Met dit soort termen werd in de negentiende-eeuwse literatuur verwezen naar vrouwen die op een bepaalde leeftijd 'nog steeds' niet gehuwd waren, die 'overgebleven' waren. Ook uiterlijk en karakter van de ongehuwde vrouwen werden zeer stereotiep beschreven: 'lang en mager, eenzaam, onaantrekkelijk, egoïstisch, humeurig, kwaadsprekend en gierig'. Deze vrouwen voldeden niet aan het negentiende-eeuwse beeld van de ideale vrouw. In plaats van een toegewijde echtgenote en goede moeder te zijn, vormden ze een (financiële) last voor hun familie. Vrouwen uit de hogere klasse mochten niet werken. Voor vrouwen uit de middenklase waren slechts een beperkt aantal, bovendien slecht betaalde, beroepen weggelegd zoals gouvernante, gezelschapsdame of naaister. Alleen voor vrijgezelle vrouwen uit de arbeidende klasse werd werken niet als een schande aangemerkt. Dienstbodes konden zelfs maar beter niet trouwen, vond men. Toen Leentje haar dienstje wilde opzeggen om te gaan trouwen, zei haar mevrouw: '(...) en eerst sedert de laatste drie jaren hebt gij iets verdiend en u eene kleinigheid bespaard. En nu wilt gij gaan trouwen... en met wien? Met een arbeider, die even zo min middelen bezit als gij.' In Nooit gehuwd, maar niet alleen wordt een aantal vooroordelen ten aanzien van de sociaal-economische positie van vrijgezelle vrouwen uit de arbeidende klasse weerlegd. Aan de hand van vooral kwantitatieve bronnen wordt het leven van 133 vrijgezellinnen beschreven die in 1864 35 jaar of ouder waren en woonden in een deel van de Jordaan. Al deze vrouwen werkten in de dienstensector of in de textiel- en modebranche. Dienstbode, werkster en naaister waren de meest voorkomende beroepen. Als ze niet ziek waren, geen kinderen moesten verzorgen, de kosten van levensonderhoud niet plotseling stegen etc., konden de vrouwen nèt leven van hun verdiensten. In ongunstige omstandigheden deden de vrouwen een beroep op de armenzorg of vormden een huishouden met familieleden of niet-verwanten (meestal vrouwen). Een aantal vrouwen ging alsnog trouwen of in concubinaat leven. Ongehuwde moeders hadden het economisch gezien het moeilijkst. Pas als de kinderen volwassen waren, braken voor de moeders betere tijden aan. Zij trokken op hun oude dag bij hun kinderen in. Vrouwen zonder kinderen en zonder familie bleven zelfstandig wonen of kwamen in een hofje of oudevrouwenhuis terecht.