'Het is thans zeer briljant'
Jaar van uitgifte 1999
Nur1 685
Nur2 693
Status leverbaar
Taal Nederlands
Uitgever Verloren
Bindwijze ing
Bladzijdes 238
Extra geïllustreerd
Plaats van uitgave Hilversum
Druk 1

'Luchtigheid en buitengewoon ernstig onderzoek zijn de kurken waarop J.C. Strengs studie drijft. Het is indrukwekkend hoe grondig deze stadshistoricus te werk is gegaan. Uit de schijnbaar dorre archieven en bibliotheken weet hij keer op keer echte, levende mensen tevoorschijn te toveren, die hij met liefde beschrijft, hoe kritisch soms ook'. Atte Jongstra in: NRC 30-4- 1999. 'Zeker de randstedeling associeert de naam Zwolle niet licht met een "zeer briljant" cultureeel leven. Dat hij de IJsselstad daarmee onrecht doet, althans voor wat de periode 1780-1840 betreft, heeft J.C. Streng met deze mooie studie overduidelijk aangetoond. Streng heeft het zich daarbij niet gemakkelijk gemaakt, integendeel: met kritische zin en grote nauwkeurigheid heeft hij een indrukwekkende vracht aan archivalia en literatuur doorgespit. En daarbij komt: Streng kan schrijven! In een rijke, lucide en licht ironische, maar nergens oubollige stijl brengt hij een voorbije wereld tot leven. (...) 'Het is thans zeer briljant' is een kostelijk boek om te lezen.' Han C. Vrielink in: BMGN 115 (2000) 3.

'Het is thans zeer briljant'

J.C. Streng | 9789065506085
29,
+ Toevoegen
Op voorraad in de webshop
Op werkdagen voor 14.00 besteld, dezelfde dag ter post bezorgd. De levertijd is afhankelijk van de postale diensten.
Plaats op verlanglijstje

Beschrijving

Aspecten van het Zwolse culturele levens tijdens de overgang van Ancien Régime naar moderne tijd.
 

 

Rond 1800 voltrok zich de overgang van Verenigde Republiek, Bataafse tijd naar het koninkrijk Nederland. Zwolle en andere steden veranderden van zelfstandige stadsrepublieken in ondergeschikte gemeentes. Onder het absolutistische bewind van Lodewijk Napoleon, Napoleon en Willem I verbleekten de patriottistische plannen tot verbetering van de lokale democratie. Maar het openbare leven floreerde: 'men hoort haast niets, als van bals, concerten, musiekpartijen, soupees, diners, collationes, in één woord, partij op partij'. Jean Streng schetst een vrolijk beeld van het culturele leven in Zwolle. In een tableau de la troupe worden enkele meer of minder talentvolle Zwollenaars gepresenteerd die zich naast hun beroep met de literaire en beeldende kunst bezighielden. Daarna beschrijft Streng de nieuwe vormen van gezelligheid: 'het leerzaam gezelschap van braave Vrinden' die 'naarstigheid deed opwakkeren, de Kunsten bloeyen, de Wetenschappen aanwassen'. De sociëteiten, het Zwolse departement van de Oeconomische Tak, de vrijmetselarij, de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, de literaire genootschappen en leesgezelschappen en de vereniging Odeon waren besloten mannenbolwerken. Aan het openbare leven namen ook vrouwen volop deel. De ernst des levens wordt aan de orde gesteld in thema's als sentimentalisme, het streven naar volmaaktheid, huwelijk en gezin, de vrouw, de politieke en sociale orde, begraven en begraafplaatsen, natuur en religie, landschapsschilderingen en het buitenleven. De monumenten die in deze tijd werden opgericht - van papier, marmer en gietijzer - laten zien wie de Zwollenaars belangrijk vonden. Onder hen niet alleen vaderlandse helden, maar ook de belangrijkste Zwolse dichter Rhijnvis Feith. Tot slot besteedt Streng kort aandacht aan de vraag wat Zwollenaars hebben bijgedragen aan de Nederlandse cultuur en omgekeerd in hoeverre Zwolle ontvankelijk was voor de cultuur van elders.